Chapter Twelve

 

Ik veeg met mijn handdoek over mijn bezwete voorhoofd, terwijl mijn benen op een gestaag tempo door blijven trappen en pak ondertussen misschien al voor de tiende keer mijn telefoon in mijn hand.
Deze ochtend heb ik meteen een bericht naar Dean gestuurd, nadat ons gesprek van gisteren zo abrupt beëindigd is. Ik stond er gisteravond helemaal niet meer bij stil dat hij misschien wel - een gedeelte van - het gesprek tussen Lars en mij mee heeft gekregen, maar vanochtend was ik er pijnlijk bewust van.
Misschien heeft hij Lars wel iets horen zeggen over dat baby-gedoe en heb ik daarom sindsdien niets meer van hem gehoord. Ik wil echter niet meteen negatief denken, want wellicht heeft hij het gewoon nog niet gelezen. Het is pas half tien, dus misschien - weet ik veel - ligt hij nog te slapen of zo.
Aangezien Lars vanochtend thuis was en ik geen zin had om hem onder ogen te komen, ben ik al vroeg vertrokken richting de sportschool. Ik kon daarnaast ook wel wat lichamelijke inspanning gebruiken, omdat mijn lijf in een soort stressmodus beland is na de woorden van Lars van gisteravond. Ik hoop dat ik, door mezelf af te beulen in de sportschool, iets meer rust terug kan vinden.
'Hey Nina.' Ik krijg opeens een zachte klap tegen mijn schouder en trek uit schrik meteen een van mijn oortjes eruit, om tot de ontdekking te komen dat Donny naast mijn hometrainer staat. 'Nog even voor kerst wat calorieën eraf verbranden?'
Volgens mij woont die man zowat in de sportschool en ik vraag me af wanneer hij nog tijd heeft weten te maken om een baby bij Karen te verwekken. 'Hey Donny, goh… jij bent ook echt altijd hier, of niet?'
Hij haalt nonchalant zijn schouders omhoog en ik zie dat hij zichzelf op datzelfde moment even in de grote spiegel bekijkt die achter naast hem hangt. Donny is echt een en al spierbundel en dat is ook de reden waarom Lars zo graag met hem wilde sporten. Lars is van nature vrij slank en zijn lichaam heeft niet echt de neiging om in de breedte te groeien, ook niet wanneer hij ontzettend veel eet. Het sporten heeft tot nu toe ook nog niet zo veel opgeleverd, al zie ik hem waarschijnlijk nooit bloot genoeg om daar echt een oordeel over te kunnen vellen.
'Ik heb wat in te halen,' vertelt Donny, terwijl hij nogmaals zijn armspieren aanspant en een blik in de spiegel werpt. 'Ik had vorige week een spier verrekt in mijn schouder en ik mocht een week lang niet sporten van mijn fysio. Ik werd bijna depressief, joh…'
Ik proest even, omdat ik het nogal overdreven vind om al meteen depressief te raken als je een week niet kunt sporten. Ik sport zelf alleen omdat het moet, niet omdat ik het zo leuk vind.
Pas een paar seconden later realiseer ik me wat hij eigenlijk gezegd heeft en krijg ik het opeens doodsbenauwd. 'Heb je de hele week niet gesport?'
O god… Ik wil niet meteen conclusies trekken - want zo zit ik niet in elkaar - maar dit is echter wel heel erg vreemd, aangezien Lars vorige week minstens vier keer beweerde dat hij met Donny ging sporten.
Is hij zonder Donny gaan sporten?
Is hij überhaupt wel gaan sporten?
'Acht fucking dagen, Nina,' zucht hij hoofdschuddend, op een nogal dramatische manier. 'Dus je begrijpt dat ik nu niet kan wachten om wat gewichten te tillen.' Hij geeft me een knipoog en klopt me nog een keer op mijn schouder, om vervolgens zijn weg te vervolgen richting de apparaten die ik zelf nooit gebruik.
Ik blijf ondertussen stug doortrappen op mijn hometrainer met een geforceerde glimlach op mijn gezicht, omdat ik het gevoel heb dat mijn wereld in elkaar stort zodra ik daarmee stop. O mijn god. Ik wil geen conclusies trekken, echt niet… maar ik wil ook niet naïef zijn.
Lars heeft tegen me gelogen. Die conclusie kan ik in ieder geval al trekken, want Donny heeft geen enkele reden om dit te verzinnen. Daarnaast lijkt hij ook van geen kwaad bewust, dus ik vermoed dat Lars niet eens de moeite heeft genomen om Donny in te lichten over zijn leugen. Hij ging er waarschijnlijk vanuit dat hij hier - wat het ook mag zijn - mee weg zou komen.
Ik moet weten wat er aan de hand is, want misschien is er wel een logische verklaring hiervoor.
Alsnog duurt het ongeveer een kwartier, voordat ik mezelf - en vooral mijn gedachten - tot stilstand kan brengen. Ik had mezelf voorgenomen om ook nog op de loopband te gaan rennen, maar daar heb ik nu totaal geen zin meer in.
Ik haal meteen mijn spullen uit mijn locker en loop richting de balie, om daar te vragen of ik mag inzien hoe vaak onze gezinspas gebruikt wordt. In eerste instantie doet het meisje achter de balie nogal moeilijk en wil ze me niets vertellen, maar na een beetje zeuren krijg ik uiteindelijk alsnog wat ik wil… de keiharde waarheid.
In de afgelopen maanden is onze pas één - heel soms twee - keer per week gebruikt. Door mij, want dat is zo ongeveer de frequentie waarin ik sport en niet de zogenaamde drie a vier keer per week waarop Lars beweert te sporten.
Ik hoor het stemmetje in mijn hoofd luid en duidelijk, dat tegen mij zegt dat Lars mij bedriegt. Toch probeer ik er niet meteen vanuit te gaan, want dat hij liegt betekent nog niet meteen dat hij mij bedriegt… toch?
En als het al zo is, heb ik dan wel het recht om boos te worden? Ik ben zelf degene die Lars bedrogen heeft, dus ik vraag me af of het niet hypocriet is om boos te worden als hij hetzelfde bij mij gedaan heeft.
O god, mijn huwelijk is blijkbaar een ramp en we zijn amper één jaar getrouwd. Dit was absoluut niet wat ik mij van te voren voorstelde bij mijn leven als getrouwde vrouw. Ik dacht dat ik dolgelukkig zou zijn en het echte leven - wat dat ook moet voorstellen - nu zou beginnen. Ik zou alles krijgen waar ik altijd van droomde… alleen gebeurt het niet.
Wanneer ik in mijn auto stap, voel ik me ontzettend verloren en heb ik geen idee waar ik naartoe moet gaan. Ik weet één ding heel zeker: ik wil nu niet naar huis en Lars onder ogen komen. Het is misschien laf en eigenlijk past het ook niet echt bij mij om deze situatie nu te ontlopen, maar ik heb het gevoel alsof ik nog niet helemaal klaar ben voor deze confrontatie. Ik heb namelijk geen idee hoe ik dit allemaal aan moet gaan pakken en ik ga niet graag onvoorbereid te werk.
Nee. Ik moet een duidelijk plan maken over hoe en wat ik met hem wil bespreken, voordat ik dat ga doen. Ik heb namelijk het gevoel alsof dit gesprek voor een groot deel mijn toekomst gaat bepalen.
Ga ik hem verlaten als hij me bedriegt?
Ga ik hem vertellen wat ik zelf gedaan heb?
Gaat hij eerlijk tegen mij zijn?
Kan ik hem nog wel vertrouwen?
Ik ben in volledig paniek en ik vlucht… naar de enige plek waar ik voor mijn gevoel op dit moment naartoe kan vluchten.

 

De gedachte dat ik onderweg was naar Dean maakte me gek genoeg best wel rustig, waardoor de weg hier naartoe redelijk vlot verliep. Alsnog kan ik niet zeggen dat dit een weloverwogen beslissing was, dus zodra ik bijna bij zijn huis gearriveerd ben begint de onzekerheid alsnog toe te slaan.
Mijn bericht van vanochtend is onbeantwoord gebleven en ik heb hem ook niet op de hoogte gesteld dat ik nu hier naartoe kwam. De mogelijkheid dat hij me niet wil zien spookt opeens door mijn hoofd en het maakt me doodsbang, want ik weet niet of ik nog een afwijzing kan verdragen op dit moment.
Ik blijf daarom eerst nog zo een tien minuten twijfelen, voordat ik mijn auto zijn erf oprijd en voor zijn deur parkeer. Uiteindelijk weet ik toch de moed bij elkaar te verzamelen en loop ik met knikkende knieën richting zijn voordeur.
Het woord help blijft zich in mijn hoofd herhalen, wanneer mijn trillende wijsvinger op zijn deurbel drukt. Ik kan me niet herinneren wanneer ik voor het laatst zo zenuwachtig ben geweest en ik vraag me af waar het precies vandaan komt.
Mijn hartslag bonst tegen mijn trommelvliezen en ik houd mijn adem in, terwijl ik probeer te luisteren of ik een geluid hoor aan de andere kant van de deur. Misschien is hij helemaal niet thuis en ben ik dit hele eind voor niets hierheen gereden. Dat is dus precies de reden waarom ik normaal gesproken nooit dit soort impulsieve beslissingen neem en alles wat ik doe goed voorbereid.
Ik druk nog een keer op de deurbel en zet een stap naar achteren, om te zien of ik enige vorm van beweging bij de ramen kan opmerken. Aangezien alle gordijnen en rolluiken dicht zijn, valt er echter niet veel te zien.
Please, maak open. Ik weet namelijk echt niet waar ik anders naartoe moet, want ik ben er nog steeds niet klaar voor om Lars onder ogen te komen. Ik wil gewoon even weg, ontsnappen aan de realiteit… en ik weet dat Dean me daarbij kan helpen.
Mijn hartslag schiet nog meer omhoog, wanneer ik alsnog een geluid hoor. Ik voel spanning, opwinding, nervositeit, angst, enthousiasme… het zijn veel te veel emoties door elkaar en het is verwarrend.
Zodra ik hem zie wordt het alleen maar verwarrender, want ondanks dat ik - en vooral mijn lichaam - heel blij is om zijn knappe verschijning weer te aanschouwen, voel ik meteen dat er iets niet klopt.
Zijn lichtblauwe ogen zijn ijzig, net zoals toen ik hem afgelopen zaterdag voor het eerst zag. Het is een andere blik dan toen ik zondag weer hier vertrok, want ik voel een bepaalde afstand, waarvan ik dacht dat die inmiddels verdwenen was.
'Hey, ik eh…'
Ik krijg niet eens de kans om mijn zin af te maken - al had ik niet echt een idee van wat ik precies wilde zeggen - want hij onderbreekt me al meteen, op een behoorlijk norse en onvriendelijke toon: 'Wat doe jij hier?'
Het is overduidelijk dat hij niet blij is met mijn komst en misschien had ik dat wel kunnen verwachten, want hij zit vast niet te wachten op mijn problemen. Hij heeft wel wat anders - belangrijkers - aan zijn hoofd, dan zich bezig te houden met mijn mislukte huwelijk. Ik weet ook niet zo goed wat ik nu moet zeggen, want ik voel me opeens enorm dom — en ontzettend alleen.
'Ik wilde je zien,' komt er alsnog met een piepstemmetje uit mijn mond.
Het voelt alsof ik keihard in mijn gezicht word geslagen, wanneer ik de woorden: 'Ik jou niet,' terugkrijg.
In een soort automatische reactie knik ik vluchtig en wederom maakt mijn lichaam zich klaar om te vluchten van deze situatie. Mijn vingertoppen tintelen, mijn maag draait en ik voel me ontzettend licht in mijn hoofd, alsof ik volledig de controle over mezelf  begin te verliezen. 'Oké, dan ga ik wel weer…' Mijn stem is slechts een fractie van wat het ooit geweest is en bestaat uit een zacht gefluister, waarvan ik betwijfel of hij het überhaupt gehoord heeft.
Het lijkt alsof mijn keel volledig dichtknijpt en mijn ogen beginnen te branden, dus ik wil nu echt zo snel mogelijk vertrekken. Ik ga níet huilen waar hij bij aanwezig is, want dan zet ik mezelf nog meer voor schut.
Ik draai me daarom iets te vlug om en vergeet dat het nog steeds behoorlijk glad is, vanwege de vrieskou. De trappen voor Deans voordeur zijn spekglad en tijdens het afdalen kom ik daar op een pijnlijke manier achter.
Net zoals bij onze eerste kennismaking vlieg ik keihard onderuit en nog voordat ik de grond raak, wordt het zwart voor mijn ogen, alsof mijn lichaam me op voorhand al probeert te beschermen voor de pijn die ik zometeen ga ervaren.
Ik beland echter niet op de grond, omdat ik word opgevangen voordat dat gebeurt. Waarschijnlijk mag ik van geluk spreken, omdat ik op de stenen trappen mijn hoofd behoorlijk hard had kunnen raken. Gek genoeg verlangde ik echter enigszins naar die lichamelijke pijn, omdat het alles wat ik nu voel had kunnen overheersen.
'Laat me los,' snauw ik behoorlijk onvriendelijk, terwijl ik zijn handen van me af probeer te duwen. Ik wil nog steeds zo snel mogelijk weg, omdat ik voel dat ik elk moment mijn zelfcontrole ga verliezen en ik wil niet dat dit in het bijzijn van iemand anders gebeurt.
Ik word losgelaten, maar krijg in diezelfde beweging een duw, waardoor ik richting de voordeur beweeg, in plaats van richting mijn auto. 'Ga naar binnen en waag het niet om weer te gaan janken.'
Janken? Ik ben helemaal niet aan het huilen - nog niet - dus ik begrijp zijn botte opmerking niet helemaal. Daarnaast weet ik ook niet of ik nu nog wel naar binnen wil, aangezien er nog steeds een soort onrust door me heen woedt, die elk moment tot ontploffing kan komen.
'Je krijgt een half uur de tijd om rustig te worden en dan ga je naar huis, begrepen?'
Zijn toon is behoorlijk dominant, maar de innerlijke strijder in mij wil er niet meteen aan toegeven. Ik ben het niet gewend om naar andere mensen te luisteren, want meestal ben ík degene die bepaalt wat er gebeurt. Ik weet nu echter helemaal niet meer wat ik wil.
'Naar binnen, Nina. Schiet op.'