Chapter Thirteen

 

Ik rol met mijn ogen en sla verontwaardigd mijn armen over elkaar, wanneer Dean een sigaret opsteekt in mijn bijzijn. De rookwalm die vervolgens in mijn gezicht wordt geblazen stinkt en prikkelt mijn longblaasjes, maar ik weet mijn commentaar voor me te houden.
Het bord met mijn half-opgegeten tosti staat nog steeds op het kookeiland - op exact dezelfde plek als waar ik het gisteren achter heb gelaten - en op het aanrecht staan twee lege wodka-flessen. Ik vermoed dat het glas water op de keukentafel ook helemaal geen water is.
Mijn handen jeuken daadwerkelijk, door hetgeen ik hier zie. In mijn eigen woning is alles altijd tiptop opgeruimd, omdat ik op geen enkele manier van chaos houd. Hier is het echter een puinhoop, maar dan heb ik het niet eens zo zeer over de staat van zijn keuken.
Dean zelf is waarschijnlijk de grootste puinhoop, want zelfs zonder hem amper te kennen, zie ik dat het alles behalve goed met hem gaat. Ik schaam me nu dood, omdat ik dacht hier terecht te kunnen met mijn problemen, die helemaal niets voorstellen tegenover hetgeen hij op dit moment moet doorstaan.
'Het spijt me.' Ik heb het gevoel alsof ik dit tegen hem moet zeggen, want het was een slecht en egoïstisch idee om hem lastig te vallen met mijn mislukte huwelijk. 'Ik had hier niet naartoe moeten komen.'
'Zolang je er maar geen gewoonte van maakt.'
Ik schud slechts mijn hoofd en adem diep in door mijn neus, waardoor ik niet kan voorkomen dat ik in een kleine hoestbui terecht kom. De geur en de rook van zijn sigaret maken me kotsmisselijk en hoe hard ik ook mijn best doe om geen commentaar te geven, mijn prikkelhoest kan ik niet onderdrukken.
Tot mijn verbazing dooft hij zijn sigaret vervolgens in een asbak op de keukentafel, al gaat het wel gepaard met een geërgerde zucht. 'Ik wacht wel tot je weer weg bent,' hoor ik hem vervolgens mompelen. Ondanks dat hij klinkt alsof hij me het liefst zo snel mogelijk weer weg wil hebben, ben ik wel blij dat hij in ieder geval niet meer van plan is om te roken in mijn bijzijn.
'Nog even over gisteren…' Zodra ik die woorden uit heb gesproken en zie wat voor blik ik van hem krijg, weet ik niet zeker of ik hier nog wel over wil beginnen. Misschien kan ik het er beter bij laten en ons contact na deze ontmoeting geheel verbreken, maar ik ben nou eenmaal niet goed in het stilzwijgen van dingen. 'Ik neem aan dat je het gesprek met mijn man mee hebt gekregen?'
Hij knikt, met zijn ijsblauwe ogen indringend op mij gericht. 'Al was het in mijn ogen niet echt een gesprek. Meer een mededeling…'
Doelt hij nu op het baby-gedoe waar Lars over begon?
'Ja, ik eh… was helemaal vergeten dat jij nog aan de lijn hing.'
Hij knikt wederom, nog steeds met die indringende blik, waar ik inmiddels een beetje nerveus van begin te worden. 'Dat had ik al door, ja.'
Is hij nu beledigd, omdat ik hem vergeten was? Ik kan hem totaal niet peilen op dit moment en dat irriteert me behoorlijk. 'Hopelijk heb je niet alles meegekregen.'
Het lachje wat ik vervolgens krijg is nietszeggend, dus ik heb geen idee wat hij precies gehoord heeft. Waarschijnlijk veel te veel. 'Het maakt niets uit, Nina. Jij hebt zaterdag iets meegekregen uit mijn huwelijk, ik nu uit de jouwe… dus we staan quitte.'
Zo had ik het nog niet bekeken en eigenlijk ben ik het er ook niet mee eens. In dit soort situaties bestaat er geen quitte staan, in mijn ogen. Daarnaast vind ik zijn woorden nogal tegenstrijdig met zijn gedrag, aangezien hij mij op dit moment keihard afwijst, terwijl ik een half uur zwijgend naast hem heb gezeten nadat Lauren en Colin vertrokken waren. Ik kan het daarom ook niet laten om te zeggen: ’Alleen reageerde ik er anders op.’
'De situaties zijn ook anders, want mijn huwelijk is niet meer te redden.'
Ik vraag me af uit welk gedeelte van Lars’ woorden hij opmaakte dat mijn huwelijk wel nog te redden valt. 'Mijne ook niet,' flap ik eruit.
Het is helemaal niet verstandig - noch eerlijk tegenover Lars - om dit soort uitspraken te doen, maar ergens is het wel daadwerkelijk wat ik op dit moment voel. Ik weet nog helemaal niet waarom Lars tegen mij liegt, maar ik weet wel dat het niet goed zit tussen ons… en ik vraag me af of dit ooit wel het geval is geweest.
'Omdat hij jou niet wil?'
Ik druk mijn voortanden in mijn lip en sla mijn ogen even neer, omdat ik zijn vraag ongemakkelijk en een klein beetje gemeen vind. Er zit natuurlijk wel een kern van waarheid in, want als Lars - als een normale echtgenoot - interesse in mij zou tonen, dan zou ons huwelijk er waarschijnlijk heel anders uitzien.
'Het is gewoon… ingewikkeld,' besluit ik uiteindelijk maar te antwoorden. Het is ook niet gelogen, want mijn situatie is daadwerkelijk ingewikkeld. Toen ik vorig jaar in het huwelijksbootje stapte met Lars, ging ik er vanuit dat deze verbintenis voor de rest van mijn leven zou zijn. Scheiden is namelijk niet echt gebruikelijk binnen mijn kringen en volgens mij ken ik helemaal niemand die ooit zijn huwelijk voortijdig beëindigd heeft. Het hoort gewoon niet.
'Heeft dat iets te maken met wat er zaterdag gebeurd is?'
O shit. Hij denkt dat het door hem komt?
Als ik heel eerlijk ben, speelt dit al zo lang ik Lars ken. Ik was alleen zo naïef om te denken dat een huwelijk zijn interesse in mij zou vergroten — wat helaas niet het geval was. De gebeurtenissen van zaterdag hebben er wellicht wel aan bijgedragen dat ik ben gaan inzien dat ik iets mis. 'Het zat al langer niet goed, maar misschien… ik weet niet. Misschien ben ik er door zaterdag pas echt achter gekomen.'
Er volgt een diepe, snelle uitademing - een soort zucht - bij Dean, die ik niet zo goed kan plaatsen. Is het een zucht van opluchting, uit frustratie… van verveling?
'Maar het is niet jouw schuld,' geef ik voor de duidelijkheid wel nog aan. Lars gaat waarschijnlijk al veel langer vreemd, dus zonder Dean was de bom in ons huwelijk ongetwijfeld ook wel gebarsten. Hij heeft het proces vermoedelijk slechts versneld, door me een hele andere en nieuwe kant van intimiteit te laten zien.
'Hm-hm,' humt hij, terwijl hij een slok van zijn glas water neemt. Ik zie dat zijn ogen op een geamuseerde, bijna spottende manier over mijn outfit - die uit een nogal lelijke legging, een lichtgrijze tanktop en een blauwe hoody bestaat - glijden. 'En dat realiseerde je allemaal tijdens het sporten?'
Ik lach schaapachtig en haal vluchtig mijn schouders omhoog. Ik wil hem niets vertellen over mijn ontmoeting met Donny en mijn vermoedens van Lars zijn bedrog. Daar wil ik namelijk met niemand over spreken, zolang ik geen zekerheid heb over wat er daadwerkelijk aan de hand is.
'Wil je nog hier blijven?'
Die vraag had ik echt niet verwacht, dus ik staar hem even zwijgend aan, er vanuit gaande dat hij zijn woorden elk moment terug kan trekken. Dat doet hij echter niet, maar ik geef ook niet meteen toe, al wil ik dolgraag hier blijven. 'Onder één voorwaarde…'

 

Waarschijnlijk is het best gek dat ik zowat de gehele benedenverdieping op heb geruimd, maar ik kon het echt niet laten. De kerstversiering die ik zaterdag van de muur had getrokken, lag ook nog steeds door de woonkamer verspreid. Ik vermoed dat wanneer ik het niet op had geruimd, het over een paar weken nog steeds ongeroerd op de vloer zou liggen.
Ik heb er misschien wel een paar uur over gedaan, maar ik voel me wel voldaan. De jeuk in mijn handen is verdwenen en er is een tevreden gevoel voor in de plaats gekomen. Of Dean er net zo blij mee is weet ik niet, maar eerlijk gezegd heb ik dit vooral voor mezelf gedaan.
'Ik begrijp nog steeds niet waarom je dit zo graag wilde doen…' zucht hij, terwijl hij hoofdschuddend de keuken rondkijkt, waar momenteel geen tosti-resten of lege wodka-flessen meer te bekennen zijn. Het is hier momenteel zo schoon, dat er van de vloer gegeten kan worden.
'Opruimen geeft me een goed gevoel. En….' Ik pak de verfrommelde uitnodiging - voor een familiediner - die ik eerder vanmiddag in de keuken heb gevonden uit het kleine zakje van mijn legging en schuif hem over het kookeiland naar hem toe. '… het zorgt ervoor dat je dingen vindt.'
Ik realiseer me heel goed dat ik momenteel weer eens mijn neus in zaken steek, waar ik niets mee te maken heb en ik merk ook aan Dean dat hij het niet bepaald kan waarderen. Ik vermoed dat hij deze uitnodiging niet per ongeluk vergeten was.
'De datum is van vandaag…' Blijkbaar vind ik het nodig om me er nog meer mee te bemoeien, ondanks zijn geërgerde blik op alleen al het zien van de uitnodiging. 'Ik neem aan dat het de verjaardag van je moeder is?'
Hij knikt, bijna onzichtbaar. 'Als ik had geweten dat je weer in mijn spullen ging rondneuzen, dan had ik je nooit laten opruimen.'
'Ja, sorry.' Daar meen ik vrij weinig van. Ik ben nou eenmaal een bemoeial en dat beschouw ik zowel als een positieve, maar ook als een negatieve eigenschap. Ik wil gewoon voorkomen dat hij de verjaardag van zijn moeder mist, vanwege mijn aanwezigheid. 'Maar eh… moet je daar niet naartoe?'
'Nee,' is het korte antwoord, wat ik al enigszins verwachtte. Hij scheurt vervolgens de uitnodiging twee keer door midden en legt de doorgescheurde stukken papier op het kookeiland. 'Bemoei je niet ermee,' voegt hij er nog aan toe, als hij mijn semi-verontwaardigde blik opmerkt.
Ik weet dat hij gelijk heeft, maar ik vind deze hele situatie gewoonweg sneu. De uitnodiging gaf aan dat het de vijftigste verjaardag van zijn moeder is, wat - in mijn ogen - toch wel een speciale gelegenheid is. 'Hebben jullie geen goede band?'
'Nina, alsjeblieft zeg…' Hij slaakt een gefrustreerde zucht en probeert overduidelijk mijn priemende ogen te ontwijken. 'Ik ben niet in een feeststemming.'
Ik had al zo een vermoeden dat het daar mee te maken had. Om de een of andere reden voel ik me nu verplicht om hem naar die verjaardag te krijgen, omdat ik niet wil dat hij spijt krijgt dat hij zo een belangrijke gebeurtenis misloopt. 'En als ik met je meega?'
Het is vast een stomme vraag, want mijn aanwezigheid zal hoogstwaarschijnlijk weinig invloed hebben op zijn feeststemming. Daarnaast is het ook een vreemde vraag, want we kennen elkaar amper en het zou erg gek zijn om hem te vergezellen naar de verjaardag van zijn moeder. Hoe moet hij me dan introduceren? Als zijn date? Of als een getrouwde vrouw, die zich met zijn zaken bemoeit en overspel met hem pleegt?
'In je sportkleding?' grapt hij.
'Ik weet toevallig dat er nog kleren van Lauren in je kast hangen,' beken ik, ook al geef ik daarmee toe dat ik ook al in zijn kledingkast rondgeneusd heb.
'Het verbaast me niets dat je dat weet.'
Hij heeft nog geen nee gezegd, dus ik voel een lichte sprankeling van hoop in mij ontbranden. Ik weet niet eens waarom ik opeens zo enthousiast ben om naar de verjaardag te gaan van een vrouw die ik nog nooit ontmoet heb.
'Ik heb ook gezien dat er een groene jurk hing…' Ik leun ietwat voorover, met mijn ellebogen op het kookeiland, en knijp mijn ogen een beetje samen. '… en ik voel me wel groen vandaag.'