Chapter Twenty

 

Zodra ik mijn sleutel in de voordeur steek, heb ik het gevoel alsof mijn keel dichtgeknepen wordt. Ik ben nog nooit eerder zo bang geweest om mijn eigen huis te betreden.
Waarschijnlijk zal het moeilijkste gesprek tot nu toe in mijn leven over enkele minuten plaats gaan vinden. Dit gesprek gaat mijn toekomst bepalen, de manier waarop wij verder gaan — als er überhaupt nog sprake is van een wij.
Het liefst zou ik nu omdraaien en keihard wegrennen - hoe laf dat ook klinkt - maar ik weet zeker dat Lars mijn auto de oprit op heeft zien rijden. Hij weet dat ik eraan kom en er is nu geen ontkomen meer aan. Ik moet alles op gaan biechten… en hij ook.
Ik schud mijn haren nogmaals door elkaar en zorg ervoor dat het grootste gedeelte mijn hals bedekt, zodat de blauwe plek - die Dean veroorzaakt heeft - niet zichtbaar is. Wanneer ik de keuken binnenkom, zit Lars aan de keukentafel met een kop thee voor zijn neus. Er komt geen damp meer van de kop af, dus ik vermoed dat hij hier al een tijdje zo zit.
Was hij op mij aan het wachten?
'Hoi…' Het klinkt alsof ik iemand begroet die ik helemaal niet ken, alsof mijn eigen man een wildvreemde voor me is. Eerlijk gezegd voelt het ook wel een beetje zo. 'Ik ben er…'
Hij kijkt even op en maakt een kleine, knikkende beweging met zijn hoofd, om zijn blik vervolgens weer op zijn kop thee te richten. ’Ik zie het.'
Oké, dit is echt behoorlijk ongemakkelijk. Lars zit daar maar wat en het ziet er niet naar uit dat hij dit gesprek gaat starten, dus klaarblijkelijk moet ik het voortouw nemen. 'Ik denk dat we…'
'Ik weet dat je bij iemand anders was,' onderbreekt hij me echter, nog voordat ik uit kan spreken dat we overduidelijk moeten praten. 'En ik weet ook bij wie. Ik weet alles.'
Ik frons mijn wenkbrauwen en voel een ongemakkelijk, samenknijpend gevoel in mijn maag ontstaan. 'Hoe weet je…'
'Ik werd gisteravond gebeld,' onderbreekt hij me alweer. Dat onderbreken begint nu al behoorlijk irritant te worden. Ik vraag me ook af waar het vandaan komt, want Lars gedraagt zich normaal niet zo. 'Iemand vertelde me dat je bij Dean van Ree was, in Blaricum. In zijn huis, alsof je…' De vuist van Lars raakt het tafelblad. Niet heel hard, maar duidelijk genoeg om weer te geven dat hij gekwetst is. '… alsof je met hem getrouwd bent!'
Dit is vreemd. Dus iemand heeft hem gebeld, om dit te vertellen?
'Heeft Colin je gebeld?' Het is mijn eerste gedachte, omdat ik niemand anders kan bedenken. Wat een klootzak!
Daarnaast is het ook behoorlijk creepy dat hij blijkbaar mijn gegevens heeft weten te achterhalen. Die gedachte is absoluut niet geruststellend, al helemaal niet aangezien hij gisteren aangaf dat hij me samen met Dean ten onder zou laten gaan.
'Ga je het niet eens ontkennen?' vraagt Lars ontsteld. Het klinkt alsof hij daar daadwerkelijk op hoopte. 'Het kan je helemaal niets schelen, of wel?'
Ik adem diep in, houd de lucht in mijn longen vast en sluit mijn ogen heel even. 'Natuurlijk wel,' zeg ik zachtjes. Ik pak een van de keukenstoelen vast en trek hem naar achteren, waarna ik me langzaam op het zitvlak laat zakken. 'Ik weet alleen niet zo goed wat ik moet zeggen.'
'Dat het je spijt?' begint Lars in te vullen. 'Dat het een fout was… Dat je zoiets nooit meer zult doen…'
Ik kijk hem aan en zie de triestige, smekende blik in zijn ogen, maar ik kan hem niet geven wat hij wil. In dat geval zou ik liegen. 'Het spijt me.' Dat kan ik nog wel tegen hem zeggen, alleen met een andere intentie dan die hij graag wil.
'Je bent toch niet met die Dean naar bed geweest, hè?' Hij stelt die vraag, alsof hij er al vanuit gaat dat dit niet gebeurd is. Best vreemd, want ik vraag me af wat hij dan denkt, wat ik daar vannacht gedaan heb.
Denkt hij dat we een potje gescrabbeld hebben en toen in aparte bedden zijn gaan slapen?
'Lars, ik…' Shit, die blik in zijn ogen. Ik weet dat ik hem nu heel hard ga kwetsen en dat maakt dit behoorlijk lastig. 'Het spijt me,' komt er daarom alleen maar uit mijn mond.
Hij blijft me een paar seconden aankijken, misschien omdat hij denkt dat ik nog iets ga zeggen. Wanneer ik dat echter niet doe, slaat hij zijn linkerhand voor zijn ogen en begint hij zijn hoofd te schudden. 'Dit had ik echt nooit van jou verwacht, Nien.'
Hij is diep gekwetst en ik kan me niet herinneren dat ik hem ooit eerder in deze hoedanigheid gezien heb. Ik begin een brok in mijn keel te krijgen, die steeds groter en groter wordt. Voor het eerst voel ik echt spijt door hetgeen ik gedaan heb en ik vraag me af of het dit allemaal waard was.
'Zeg me dat het eenmalig was,' eist hij vervolgens, zonder me aan te kijken. Ik vraag me af of hij me ooit nog recht in mijn ogen aan zal kijken, of dat hij nu zo erg van me walgt, dat het niet meer mogelijk is. 'Zeg me dat het eenmalig was en dan kunnen we er misschien nog overheen komen.'
Er overheen komen. Wil ik dat wel?
Ik word opeens overspoelt door een golf van woede. Lars doet nu alsof het allemaal alleen míjn schuld is, maar hij heeft hier zelf ook een heel groot aandeel in. ’Ik ben niet de enige die ergens over gelogen heeft.’
'Wat?' Hij kijkt me aan. Heel even maar en de manier waarop hij naar me kijkt, geeft me een onprettig gevoel. Het is minachtend. 'Ik heb jou nooit bedrogen, Nina.'
'Waar was je dan, toen je beweerde dat je zogenaamd met Donny ging sporten?' Ik blijf naar hem kijken, maar hij ontwijkt mijn blik.
Hij neemt een slok van zijn thee, die volgens mij ondertussen al ijskoud is geworden. ’Ik heb je niet bedrogen,' herhaalt hij vervolgens alleen maar.
'Waar was je, Lars?!' vraag ik nog een keer, deze keer een stuk dwingender.
'Ik was met collega’s sporten. Mensen die jij niet mag!' snauwt hij verwijtend naar me, alsof het mijn eigen schuld is dat hij tegen me heeft gelogen. 'Jij wilde zo graag dat ik vriendjes werd met Donny, maar ik had daar geen zin in. Dus ik deed alsof ik met hem ging, maar ondertussen ging ik met andere mensen. Oké? Ben je nu blij?!'
Dit slaat echt helemaal nergens op, want ik heb hem nooit gedwongen om vriendjes te worden met Donny. Ja, oké… ik heb er wel enigszins op aangestuurd, omdat het mij leuk leek als hij een goede band had met de partners van mijn vriendinnen, maar ik heb nooit iets afgedwongen. Ik heb het contact alleen maar gestimuleerd, verder niets.
'Misschien had ik niet tegen je moeten liegen, Nien, maar misschien moet jij ook eens beseffen wat voor een onmogelijk persoon je bent! Alles moet gaan zoals jij het wil en anders ben je een ontiegelijk kreng!'
O wow. Ik ben geheel sprakeloos, onthutst… perplex. Misschien voel ik me gekwetst, maar dat weet ik eigenlijk niet zo goed. Op dit moment probeer ik zo veel mogelijk gevoelens te blokkeren, omdat het even te veel is.
Lars is echter nog niet klaar. Hij is woedend en volgens mij van plan om alles nu meteen eruit te gooien. De aders in zijn nek zijn opgezwollen en zijn hoofd loopt knalrood aan. 'Kijk nu ook weer… Jij denkt dat ik lieg, omdat je één ding hoort… en wat doe jij?! Je gaat meteen met iemand anders naar bed! Zo ben jij, Nina. Dat heeft helemaal NIETS met mij te maken!'
'Oké, het is nu wel duidelijk,' mompel ik, in de hoop dat hij dan ophoudt.
'Nee, het is helemaal niet duidelijk!' Hij komt overeind van zijn stoel, maar hij blijft op exact dezelfde plek staan. Zijn rechterwijsvinger wijst dreigend naar me. 'Zeg me dat het eenmalig was.'
Ik knik, al weet ik niet eens waarom ik dat doe. Op dit moment voel ik me gewoon zo ellendig door zijn woorden, dat ik alles wil doen om te zorgen dat hij hier mee ophoudt. De tranen prikken in mijn ogen, maar ik doe mijn uiterste best om niet te huilen.
'We hebben het hier met niemand over,' zegt hij vervolgens en hij schuift zijn stoel naar achteren. 'Je ziet die Dean niet meer en dan zal ik mijn best doen om je dit niet te blijven verwijten. Ik heb wel wat tijd nodig, want…' Hij ademt diep en zwaar in via zijn neus en ik zie dat hij zijn vuist balt. 'Ik heb gewoon tijd nodig.'
Dat was het dan… ons gesprek. Het is totaal anders gelopen dan ik vooraf had verwacht en ik weet niet goed of dat positief of negatief is. Lars verdwijnt naar boven en laat mij alleen achter aan de keukentafel.
De tranen rollen inmiddels over mijn wangen, terwijl zich steeds meer emoties binnenin mij beginnen te openbaren. Toen hij net voor mijn neus zat, voelde ik vrij weinig. Maar nu… het voelt alsof er opeens een dam open is gezet — aan tranen én aan emoties.
We hebben het niet eens over het baby-gedoe gehad.
We hebben het ook helemaal niet gehad over de andere dingen in ons huwelijk, die niet bepaald geweldig lopen. Ons seksleven bijvoorbeeld.
We hebben het alleen maar gehad over één ding, een resultaat van alles, maar de oorzaak van het probleem is er nog steeds: ik ben ongelukkig in mijn huwelijk met Lars.

 

Die avond is het kerstavond en dat betekent - zoals elk jaar - dat we gaan gourmetten bij de familie van Lars. Normaal gesproken vind ik dat ontzettend gezellig en ik mag zijn familie, dus daar ligt het niet aan… maar ik voel me vanavond zwaar ongemakkelijk.
Lars is blijkbaar een betere acteur dan ik ben, want er valt helemaal niets aan zijn gedrag op te merken. Hij is vrolijk, doet zelfs leuk tegen mij en heeft - in tegenstelling tot mezelf - een grote eetlust. Ik heb ondertussen al een paar keer de vraag gekregen of ik me wel goed voel, omdat ik zo bleek zie en zo weinig eet. Ik knik elke keer, ook al voel ik me alles behalve goed.
Wanneer ik een blik op mijn telefoon werp en zie dat ik een ongelezen bericht heb, slaat mijn hart over, zonder te zien van wie het bericht is. Ik werp meteen een nerveuze blik richting Lars, maar die is druk in gesprek met zijn vader.
Ik veeg met mijn vinger over het scherm, maar word net op dat moment onderbroken door de moeder van Lars. 'Nina? Wil jij me even helpen in de keuken?'
Ik stop mijn telefoon vlug weg in de achterzak van mijn jeans. 'Eh, ja.' Ik til mijn hoofd omhoog, zodat ik de moeder van Lars aan kan kijken, en plak snel een glimlach op mijn gezicht. 'Natuurlijk.'
Ik kom overeind en volg haar richting de keuken, terwijl de rest kletsend aan tafel achterblijft. Haar vraag is niet vreemd of zo, want ze vraagt mij - of haar dochter of andere schoondochter - wel vaker of ik haar wil helpen in de keuken. Het is hier vrij gebruikelijk dat de mannen onderuitgezakt aan tafel kunnen hangen en de vrouwen zorgen voor het eten, een rolverdeling waar ik ondertussen al aan gewend ben — bij mijn ouders thuis gaat het er immers niet veel anders eraan toe.
'Hoe gaat het met je?' vraagt ze, terwijl ze nog een stokbrood tevoorschijn haalt. Ik ga er vanuit dat ze het aan mij overhandigt, maar dat doet ze niet. In plaats daarvan begint ze het zelf in kleine stukjes te snijden. 'Gaat alles wel goed met je? Met jullie?'
O, dit wil-je-me-even-in-de-keuken-helpen is slechts een excuus om me te ondervragen. Ik had echt iets beter moeten verbergen hoe ik me vanavond voel. 'Ja, hoor. Alles gaat prima.'
Ze stopt even met het snijden van het brood en blijft me aankijken. 'Ik wil me nergens mee bemoeien, maar je weet toch dat ik net zo veel van jou hou, als van mijn eigen dochter?'
Ik knik, want ik weet dat dat het geval is. Ik kom hier al zo lang, dat de ouders van Lars voor mij ook voelen als mijn ouders. Deze sfeer baart me echter wel zorgen, want ik vraag me af waar dit gesprek naartoe gaat.
'Ik wil gewoon dat je weet dat als er problemen zijn… iets met Lars, dan mag je altijd naar me toekomen.'
Heeft ze door dat er iets speelt tussen ons?
Ik knik weer en ze gaat verder met het snijden van het brood. 'Kan ik nog iets doen?' besluit ik maar te vragen, omdat ik er nu nogal verloren bij sta.
'Loop even naar de badkamer,' zegt ze dan, terwijl ze de stukjes brood in een grote kom begint te scheppen. Ik begrijp er nu helemaal niets meer van. 'In mijn make-up tasje ligt nog wat concealer. Ik weet zeker dat je die plek daar wel mee weg kunt werken.'
O mijn hemel. Van schrik leg ik mijn hand in mijn hals, omdat ik nu pas besef dat dit hele gesprek over de blauwe plek in mijn nek gaat. En blijkbaar verdenkt zij haar eigen zoon ervan, dat hij dit heeft toegebracht.
Maar… ze wil wel dat ik de plek verberg met concealer?
Ik loop naar de badkamer - op de benedenverdieping - en draai vervolgens meteen de deur op slot, waarna ik me moedeloos in een zittende positie op de rand van het bad laat zakken. Zodra mijn billen de badrand raken, voel ik dat mijn telefoon nog in mijn achterzak zit.
Op het moment dat ik het toestel ontgrendel, valt er een traan op mijn scherm. Ik dacht dat ik me eerder vanavond al rot voelde, maar nu voel ik me nog ellendiger. Totdat ik zijn naam op mijn scherm zie en het vervelende gevoel in mijn buik plaatsmaakt voor een kriebel.
Je had niet weg moeten gaan, want we waren nog niet klaar. Ik ben nog lang niet klaar met jou, Nina. Wanneer kom je weer terug?