Chapter Thirty-Three

 

Op zondagmiddag ga ik met Dean mee naar zijn huis, om daar verder tot rust te komen. Het helpt voor mij om wat verder van huis, van Lars, vandaan te zijn en dat lijken mijn ouders uiteindelijk ook te begrijpen — ook al geven ze meermaals aan het fijn te vinden als ik bij hun blijf.
In de dagen die volgen, probeer ik me niet te veel bezig te houden met hetgeen er is voorgevallen met Lars en Jonah en me vooral te richten op mijn lichamelijke herstel. Dat lukt me goed, want ik krijg alle tijd om te rusten en ik voel mijn lichaam elke dag sterker worden. De zwelling rondom mijn oog neemt langzaamaan af - ook al blijft de verkleuring nog wel behoorlijk goed zichtbaar - en mijn geheugen wordt ook steeds beter.
Aangezien het op dinsdag oudejaarsdag is, blijft Dean de eerste paar dagen nog thuis van zijn werk. Ik weet hem echter op donderdag te overtuigen om toch te gaan, want ik wil niet dat hij de goede start - die hij vorige week gemaakt heeft - al meteen weer teniet doet. Daarnaast slaap ik toch een groot gedeelte van de dag en kan hij verder niets voor me doen. Ik red me wel.
Wat ik hem echter niet vertel, is dat ik last heb van een borrelend gevoel van binnen, wat steeds sterker wordt en aan me begint te vreten. Ik wil hem er niet mee lastig vallen en daarnaast heb ik ook het gevoel alsof ik me enorm aanstel… maar ik begin steeds meer na te denken over wat er die zaterdagmiddag voor is gevallen, toen ik wakker werd en Lars en Jonah naast me lagen.
Ik voel me vies.
Ik voel me een aansteller.
Ik voel me dom.
Ik wil er helemaal niet over nadenken, maar tegelijkertijd merk ik ook dat het steeds lastiger wordt om deze gedachten uit mijn hoofd te verbannen. Steeds vaker, wanneer ik een moment rust neem, voel ik hun handen weer op mijn lichaam. Ik sla daarom steeds vaker mijn rustmomenten over en maak iedereen - inclusief mezelf - wijs dat ik dat doe, omdat het beter met me gaat.
De waarheid is dat het alles behalve beter met me gaat.
Op maandag - anderhalve week nadat het heeft plaatsgevonden - word ik badend in het zweet wakker. De hoop dat Dean er niets van gemerkt heeft vervliegt meteen, als ik zie dat hij rechtop in bed naast me zit.
'Ik schrik me dood,' mompelt hij geeuwend, terwijl hij met zijn vuist door zijn slaperige ogen wrijft. 'Gaat het?'
'Ja, sorry,' piep ik met een schorre stem. Ik ben compleet buiten adem, alsof ik zojuist heb moeten rennen voor mijn leven. Daarnaast voel ik me schuldig, omdat ik hem blijkbaar wakker heb gemaakt. 'Ik denk dat ik droomde…'
'Hm-hm,' humt hij en hij strijkt mijn haren - die blijkbaar nogal tegen mijn voorhoofd plakken - naar achteren. 'Je schreeuwde keihard…'
O shit. 'Het spijt me,' verontschuldig ik mezelf meteen. Ik weet niet zo goed wat ik verder moet zeggen. Op dit moment hoop ik alleen maar dat ik niets geks heb geschreeuwd.
'Dat hoeft niet…' Hij komt weer naast me liggen en trekt me met mijn rug tegen hem aan, met zijn armen om me heen geslagen, zodat we lepeltje-lepeltje liggen. 'Weet je nog waar je over droomde?'
Ik schud mijn hoofd, maar dat is gelogen. Ik weet nog precies waar ik over droomde, want het was alsof ik dat moment weer helemaal opnieuw beleefde. Handen verdwenen onder mijn nachthemd, Lars stak zijn tong in mijn mond en ik voelde Jonah’s tong over mijn tepel gaan.
Ik word misselijk als ik er weer aan denk.
'Ik denk dat je over Lars droomde…' Deans stem is opeens een stuk zachter, alsof hij voorzichtiger tegen me probeert te praten. Alsnog voel ik een brok in mijn keel schieten - als een soort blokkade in mijn luchtpijp - zodra hij die woorden uitspreekt. Ik durf opeens niet meer te bewegen en het voelt alsof de wereld om me heen voor heel even stilstaat. 'Je schreeuwde dat iemand van je af moest blijven en je sloeg met je armen om je heen…'
Shitzooi, ik dacht dat ik dit wat beter onder controle had. Ik kan wel janken, omdat dat blijkbaar niet het geval is.
'Er is niets.' Ik probeer overtuigend te klinken, maar daar faal ik gigantisch in. Het is duidelijk hoorbaar dat mijn stem trilt.
'Je kunt me alles vertellen,' fluistert hij zachtjes en hij drukt een kus tegen mijn haren. 'Ik vraag er niet naar, omdat ik je nergens toe wil dwingen… maar je weet toch dat je hier met me over kunt praten, hè?'
Verdorie. Nu voel ik me ook nog schuldig. Dean heeft zich in de afgelopen week echt enorm naar mij toe open gesteld - waar het dingen betrof over Lennon - en ik heb nu het gevoel alsof ik degene ben die zich voor hem afsluit. Dat verdient hij niet… maar ik weet ook niet goed hoe ik hem hierin tegemoet kan komen.
'Het is echt niet zo erg,' antwoord ik zacht mompelend terug. 'Ze hebben me niet verkracht of zo…'
'Jezus, Nina…' Hij trekt me aan mijn schouder naar achteren, zodat ik met mijn rug op het matras lig en zijn ijsblauw ogen me aan kunnen kijken. Ik kijk echter afwezig richting het plafond, want ik krijg het niet voor elkaar om hem aan te kijken. 'Het is erg genoeg om er nachtmerries van te krijgen. Hou alsjeblieft op met dingen zo tegen elkaar af te wegen.'
Ik bijt wat op mijn lip, omdat ik geen idee heb wat ik anders moet doen.
'Ik ben… blij dat ze je niet verkracht hebben, maar ze…' Hij valt even stil, alsof hij moet zoeken naar de juiste woorden. Ik hoop stiekem dat hij ze niet vindt. '… ze hebben wel aan je gezeten, of niet?'
Ik slik en hum vervolgens bijna onhoorbaar.
'Godv-…' Hij slikt het woord net op tijd in en vervangt het door: 'Klootzakken.'
Ik adem diep en haperend in en sluit mijn ogen. 'Wil je me nu niet meer?' vraag ik vervolgens zachtjes.
'Wat?' Ik voel zijn vingertoppen over mijn wang, maar ik weiger om mijn ogen open te doen. Ik ben bang voor zijn antwoord. 'Nina, kijk me aan…'
Ik schud mijn hoofd. Achter mijn gesloten oogleden proberen mijn tranen een weg naar buiten te banen, maar ik wil het niet toelaten.
'Waarom vraag je verdomme zoiets?'
Omdat je van me walgt. 'Je raakt me niet meer aan.'
Sinds die zaterdag - waarop ik met mijn auto tegen een boom reed - heeft hij me met geen vinger meer aangeraakt. Dat is ondertussen anderhalve week geleden en als ik het vergelijk met hoe onze relatie in de week daarvoor was… het is gewoon een te groot verschil.
'Je hebt een hersenschudding en ik… ik wilde niet…' Hij zucht en ik hoor dat hij verschuift op het bed. Wanneer ik stiekem vanuit mijn ooghoek naar hem gluur, zie ik dat hij naast me zit met zijn handen in zijn haren. 'Ik wilde je geen pijn doen,' verzucht hij vervolgens. 'Ik wist ook helemaal niet dat je hier mee zat.'
Eerlijk gezegd wist ik dat zelf ook niet, maar het is iets wat de laatste dagen steeds meer door mijn hoofd spookt. Het maakt me gewoon onzeker en het versterkt de negatieve overtuigingen in mijn hoofd.
'Het spijt me,' fluister ik. Hij ziet er gewoon zo verslagen uit en dat is mijn schuld, want ik reageer hier veel te overdreven op. Had ik maar nooit iets gezegd. 'Laten we maar weer gaan slapen. Jij moet morgen werken en ik wil je niet…'
'Nina, alsjeblieft…' onderbreekt hij me. 'Ik wil niet dat je zoiets denkt.' Hij pakt mijn hand vast en brengt hem omhoog, richting zijn lippen, en kust mijn vingertoppen. 'Het is niet zo dat ik je niet wil aanraken, want fuck… ik wil niets liever. Ik was alleen bang dat je het nog niet aankon.'
Ik weet niet zeker of hij nu doelt op mijn lichamelijke of geestelijke verwondingen en ik kan ook niet ontkennen dat ik nog niet honderd procent genezen ben — vooral geestelijk. Ik ben ontzettend bang dat ik er niet meer van kan genieten, als Dean me aanraakt.
'Toen zij me aanraakten…' Ik begin soort van automatisch te praten, alsof ik niet degene ben die dit zegt. Heel zachtjes, bijna fluisterend. '… ik lag te slapen en ik dacht eerst dat jij het was. Ik weet niet eens waarom, maar… het voelde zo. Ik… ik vond het fijn.' Ik sluit mijn ogen weer, want ik schaam me dood om dit toe te geven. 'Ik ben nu zo bang dat ik het niet meer fijn kan vinden als jij me aanraakt, omdat ik misschien niet durf te geloven dat jij het echt bent. Ik… ik weet het niet. Ik kan het niet echt uitleggen.'
'Kom hier.' Hij trekt me overeind in een zittende positie, maar ik houd mijn ogen neergeslagen — bang om hem aan te kijken. 'Armen omhoog…' Hij wacht niet tot ik reageer en tilt mijn armen zelf al omhoog, om vervolgens mijn shirt - dat ik als nachthemd gebruik - over mijn hoofd uit te trekken. 'Kijk me aan, zodat je ziet dat ik het ben.'
Nu ik met een ontbloot bovenlichaam voor hem zit, slaan de zenuwen opeens toe. Toch hef ik voorzichtig mijn hoofd en kijk ik hem vanonder mijn wimpers aan.
'Ik ga je aanraken,' kondigt hij aan, voordat hij ook maar iets doet.
Ik knik vluchtig, maar huiver alsnog als ik eerst zijn vingertoppen en vervolgens zijn hand in mijn taille voel. Mijn ademhaling verzwaart, omdat ik bang ben voor hoe ik ga reageren. In een soort automatische reactie knijp ik mijn ogen dicht.
Hij verroert zijn hand in mijn taille niet. Met de vingertoppen van zijn andere hand streelt hij zachtjes over de boog van mijn lippen. ’Ogen open, Nina.'
Ik slik en open vervolgens voorzichtig mijn ogen weer, waardoor ik recht in zijn ijsblauwe ogen kijk. Ze zijn geruststellend en hebben een kalmerende werking op me — net zoals toen hij me de allereerste keer aanraakte.
De hand in mijn taille schuift tergend langzaam omhoog en het lijkt alsof ik elke millimeter hyperbewust ervaar. 'Ik ben het,' fluistert hij zachtjes, vlak voordat zijn hand mijn ontblote borst bereikt. 'Oké?'
Ik knik bevestigend - zonder zijn blik ook maar een moment los te laten - want het voelt oké. Ook wanneer hij met zijn vingertoppen over mijn tepel streelt, voelt het meer dan oké. Ik vind het zelfs best fijn.
Hij verplaatst zijn andere hand naar mijn andere borst, waar hij zacht plagend in kneedt, en deze keer verzwaart mijn ademhaling met een heel andere reden. Mijn angst vervaagt steeds meer naar de achtergrond, omdat ik weet dat hij het deze keer is die mij op deze manier aanraakt.
Ik heb hem gemist.
Mijn lichaam heeft hem gemist.
Ik heb houvast nodig, dus ik schuif wat dichter naar hem toe en sla mijn armen om zijn hals. 'Meer, alsjeblieft,' smeek ik hem. Ik druk mijn lippen tegen zijn wang, waardoor ons oogcontact voor heel even verbroken wordt.
'Vind je dat lekker?'
Ik trek van schrik mijn hoofd naar achteren - omdat dat exact dezelfde woorden zijn die Jonah aan mij vroeg - en voel mijn hartslag meteen in mijn keel. 'Niet… dat…' Mijn stem trilt en ik heb een paar seconden nodig om weer tot bedaren te komen. 'Dat vroeg Jonah aan me…'
'Fuck… het spijt me.' Hij laat mijn lichaam meteen los en legt zijn beide handen om mijn gezicht. Hij drukt zijn voorhoofd tegen de mijne en zijn ogen kijken me doordringend aan. 'Wil je stoppen?'
Ik denk er heel even over na, maar schud vervolgens mijn hoofd. Ik wil niets liever dan dat hij die verschrikkelijke herinnering vervangt met een nieuwe. Ergens weet ik wel dat het niet zo werkt, maar… ik weet het niet. Ik wil me gewoon weer goed voelen.
Ik plaats mijn handpalmen over zijn handen heen en breng ze naar beneden, terug naar mijn ontblote borsten. 'Ga door, alsjeblieft.'
Zijn handen blijven roerloos op mijn borsten liggen, omdat hij overduidelijk twijfelt. 'Wat nou als ik weer iets zeg…'
'Hij heeft verder niets gezegd,' verzeker ik hem. Het is gewoon domme pech dat hij uitgerekend die woorden tegen me uitsprak.
Mijn handen liggen nog steeds over zijn handen heen en ik trek zijn rechterhand mee naar beneden. In zijn linkerhand knijp ik zachtjes, zodat zijn hand als het ware mijn borst masseert.
'Laat het me vergeten,' smeek ik hem en ik plaats zijn rechterhand tussen mijn benen, over de stof van mijn slipje heen. 'Alsjeblieft…'