Chapter Thirty-Five

 

Ik zit bloednerveus, wiebelend en met klamme handen op het bankstel in Deans woonkamer. De reactie die ik zojuist van hem kreeg was verwarrend, pijnlijk en totaal onbegrijpelijk. Nog geen uur geleden leek alles tussen ons nog perfect… totdat Lauren binnen kwam vallen.
Het is gemakkelijk om alle schuld op Lauren af te schuiven - want ik mag haar sowieso al niet - maar het is natuurlijk geheel Deans eigen keuze hoe hij er vervolgens op reageert. Ongeacht wat er eerder tussen hen is voorgevallen, hoeft hij nog niet zo tegen me te doen.
Nee… hij gedraagt zich - hoe ik het ook wend of keer - als een regelrechte lul.
Het lijkt een eeuwigheid te duren, totdat ik uiteindelijk de deur van zijn kantoorruimte open hoor gaan en vervolgens voetstappen in de hal hoor. Mijn zenuwen nemen toe bij elke voetstap die ik dichterbij hoor komen en tegen de tijd dat hij de woonkamer betreedt, voel ik mijn hart razendsnel in mijn keel kloppen.
Er bekruipt me een soort voorgevoel - een akelige kriebel in mijn onderbuik - dat er iets staat te gebeuren waar ik niet blij mee ga zijn. Dat gevoel wordt direct bevestigd, wanneer ik de ijskoude en afstandelijke blik in zijn ogen zie. Het is meteen overduidelijk dat er nu opeens een afstand tussen ons is, die een uur geleden nog niet bestond.
Ga ik hem nu kwijtraken?
Die vraag flitst opeens vanuit het niets door mijn hoofd, zonder dat ik precies kan benoemen waar het vandaan komt. Het is een soort gevoel - een angst om hem te verliezen - welke ik niet meer uit mijn systeem krijg.
'Gaat alles goed?' vraag ik voorzichtig, als hij in de deuropening blijft staan en geen enkele poging doet om contact met mij te maken. Waar ik zojuist nog enige vorm van boosheid voelde over de manier waarop hij tegen me gesproken had, is er nu alleen nog maar ruimte voor zorgen. Er is iets aan de hand… iets wat me ontzettend bang maakt.
Hij schudt zijn hoofd, zonder zijn blik ook maar één seconde op mij te richten. Het valt me op dat zijn huid opeens een stuk bleker is en de donkere kringen rondom zijn ogen doen vermoeden dat hij nachtenlang niet geslapen heeft. Ik weet zeker dat hij er een uur geleden nog niet zo slecht uitzag.
Wat heeft Lauren in hemelsnaam tegen hem gezegd?
Ik duw mezelf overeind en besluit om maar naar hem toe te lopen, aangezien het er niet naar uitziet dat hij naar mij toe gaat komen. Hoe dichterbij ik echter kom, hoe meer er een soort twijfel door mijn lichaam raast. Het is alsof met elke centimeter die ik fysiek naar hem toe overbrug, de emotionele afstand tussen ons toeneemt.
O god, ik ga hem toch niet écht kwijtraken?
Ik wil hem aanraken, mijn hand geruststellend op zijn lichaam leggen… maar iets houdt me tegen. Ik ben bang om door hem afgewezen te worden. 'Dean, wat is…'
Hij geeft me niet de kans om te vragen wat er is, want hij onderbreekt me al meteen. 'Ik moet wat dingen uitzoeken,' mompelt hij op een afwezige toon.
Ik weet niet zo goed hoe ik daarop moet reageren, dus ik zeg slechts zachtjes het woord oké.
'Zonder jou.'
Mijn wenkbrauwen trekken in een frons naar elkaar, omdat ik niet begrijp waar dit opeens vandaan komt. Ik begrijp ook niet zo goed wat hij nou precies bedoelt. 'Zonder mij?' herhaal ik daarom vragend, in de hoop op iets meer uitleg. Wanneer ik slechts een afwezige schouderophaal terugkrijg, vraag ik nog aanvullend: 'Wat bedoel je daar mee?'
'Ik…' Na dat ene woordje valt hij stil, sluit hij zijn ogen en schudt hij zijn hoofd heen en weer. Zijn hele houding weerspiegelt immense pijn en het is alsof ik die tot in mijn eigen lichaam kan voelen — ook al begrijp ik er helemaal niets van waarom hij zo doet. 'Je kunt beter een tijdje naar je ouders gaan.'
Pardon?!
'Hoezo?' Ik klink beledigd en dat ben ik ook. Hij was zelf degene die voorstelde dat ik soort van bij hem in zou trekken, om te herstellen van mijn hersenschudding. Natuurlijk wilde ik het zelf ook - heel graag zelfs - maar hij stond er zowat op. Nu teruggaan naar mijn ouders voelt… alsof ik mezelf gigantisch voor schut moet zetten. 'Wat moet ik dan tegen mijn ouders zeggen?'
Weer een afwezige, nietszeggende schouderophaal. 'Vertrouw me alsjeblieft dat het voor nu gewoon beter is. Ik kan jou er nu echt even niet bij hebben.'
Mijn wenkbrauwen schieten verontwaardigd omhoog, vanwege die laatste zin. ’Je kunt mij er even niet bij hebben? Wauw… Meen je dit serieus?!'
Ergens in mijn achterhoofd ben ik het gevoel alsof er iets niet klopt absoluut nog niet kwijt, maar woede overheerst op dit moment — deels gevoed door mijn wanhoop en angst om hem kwijt te raken. Ik moet zelfs de neiging om hem met mijn vlakke hand een klap in zijn gezicht te verkopen op dit moment onderdrukken. Mijn hand komt al als vanzelf omhoog, maar ik weet mijn vuisten te ballen en mezelf te beheersen.
'Zo bedoel ik het niet.' Hij doet een poging om mijn pols vast te pakken, maar in mijn boosheid trek ik mijn hand meteen terug. Dat hij vervolgens geen poging doet om mijn pols opnieuw vast te pakken, maakt me nog bozer — ook al is dat ontzettend onredelijk.
'Wat heeft die trut gezegd?' snauw ik, terwijl er verschillende scenario’s door mijn hoofd flitsen over hoe het gesprek tussen Lauren en Dean verlopen is. Ik gooi vervolgens één van de scenario’s naar zijn hoofd. 'Wil ze je terug? Gaan jullie nu samen verder? Kan je mij dáárom niet erbij hebben?'
Hij zegt niets, maar de manier waarop zijn ijsblauwe ogen vervolgens naar me kijken, gevolgd door zijn diepe, langzame inademing, zorgen ervoor dat ik spontaan misselijk word. Het bevestigt mijn vermoeden, terwijl ik er eigenlijk niet eens vanuit ging dat dit de waarheid zou kunnen zijn.
O mijn god. Gebeurt dit echt?
'Zeg het me,' eis ik van hem. Diep van binnen hoop ik keihard dat hij me nu het tegendeel gaat bewijzen, maar ergens voel ik al dat ik teleurgesteld ga worden. 'Zeg me dat je terug naar haar gaat en ik vertrek. Ik zweer je dat ik dan meteen naar mijn ouders ga en je me nooit meer zult zien.'
Het blijft stil. Veel te lang. Er worden slechts wat blikken uitgewisseld en uiteindelijk begint mijn hoofd als vanzelf te schudden, omdat ik het gewoonweg niet kan geloven.
'Er speelt zo veel tussen Lauren en mij, waar jij helemaal geen weet van hebt…' Ik hoor wel dat hij begint te praten, maar hetgeen hij zegt komt maar voor de helft bij me binnen. Er speelt veel tussen hem en Lauren, dat is het enige wat ik eruit oppik. '… ik wil jou hier niet in betrekken.'
'Fuck jou,' komt er automatisch, fluisterend uit mijn mond. Het voelt alsof de wereld onder mijn voeten instort, alsof ik alle houvast op de wereld verlies. Dean was de afgelopen maand mijn houvast… en nu valt dat allemaal weg. Mijn gevoel van controle valt weg.
'Het spijt me, Nina.'
Spijt. Wat heb ik daar nou aan?
'Ik heb een taxi voor je gebeld,' vervolgt hij doodnormaal.
Ik zet een stap naar achteren - omdat ik opeens behoefte heb aan fysieke afstand - en voel hoe mijn benen trillen. Hij heeft gewoon al een taxi voor me gebeld, want blijkbaar heb ik geen enkele inspraak in dit geheel.
Klootzak.
Ik ben wel van plan om de eer aan mezelf te houden en zonder al te veel drama te vertrekken. Ik gun het hem niet om mijn pijn aan hem te laten merken, want hij verdient mijn tranen niet — niemand verdient mijn tranen. Er brandt echter wel de hele tijd één vraag op mijn lippen en ik wil er heel graag een antwoord op krijgen, voordat ik hier de deur uitloop. 'Waarom?'
Het antwoord dat hij me geeft is totaal onbevredigend. ’Ik kan het je niet uitleggen.’
Er komt een mengeling tussen een verontwaardigde snuif en een lachje uit mijn mond. Ik voel me dom, belazerd en bespeeld. 'Je probeert het niet eens.'
'Het spijt me, Nina,' zegt hij nogmaals.
Ik hoef het niet meer te horen. Op dit moment wil ik gewoon zo snel mogelijk vertrekken, voordat ik alsnog voor zijn ogen in janken uitbarst. Ik stuif daarom langs hem de woonkamer uit en trek een sprint naar boven, om zo snel mogelijk mijn spullen te pakken.
Dit was het dan.
Waarschijnlijk was het ook allemaal te mooi om waar te zijn.