Chapter Thirty-Six

 

Wanneer ik mezelf op de achterbank van de taxi die Dean al voor me besteld had laat zakken, adem ik een paar keer diep in en uit en probeer ik alles te laten bezinken. Het afgelopen kwartier - waarin ik mijn spullen gepakt heb en mijn uiterste best gedaan heb om Dean zo veel mogelijk te ontlopen - is als een soort waas aan me voorbij gegaan. Ik was er niet helemaal bij en mijn brein stond op een soort overlevingsstand, met maar één missie: niet breken, zolang ik in zijn huis was.
Misschien dat ik daarom niet meteen besefte hoe vreemd deze hele situatie is — en dan vooral de plotselinge omslag in Deans gedrag. Er klopt hier iets niet… of eigenlijk kloppen er heel veel dingen niet.
'Adres,' bromt de taxichauffeur ongeduldig, terwijl hij me een norse blik geeft door zijn achteruitkijkspiegel.
Ik sta op het punt om hem het adres van mijn ouders door te geven, als er plots een ander idee door mijn hoofd schiet. Dean stelde zich absoluut niet bereidwillig op om mij meer uitleg over deze hele situatie te geven, maar er is natuurlijk nog één ander persoon op de hoogte van wat hier allemaal speelt.
'Ik weet het adres niet,' geef ik aan de taxichauffeur door. Ik weet ongeveer waar Lauren en Colin wonen, omdat we er een keer toevallig langsreden vorige week. Dean vertelde me toen dat het hun huis was en het verbaasde me, dat ze allemaal zo dicht bij elkaar in de buurt wonen. 'Maar ik kan u de weg er naartoe wel wijzen…'
'Prima,' bromt de chauffeur en hij manoeuvreert zijn taxi van de lange oprijlaan van Deans huis af. 'Zeg maar waar ik naartoe moet.'
Ik geef de norse man de instructie om bij de weg naar rechts te gaan en vertel hem dat hij bij de volgende straat naar links moet.
Misschien is het dom en zwaar onverstandig om Lauren nu op te zoeken - aangezien ze al meermaals heeft laten merken dat ze mij echt niet mag - maar ik kan dit niet zomaar loslaten. Er klopt helemaal niets van wat er in de afgelopen anderhalf uur gebeurd is en ik wil weten wat er speelt. Als Dean het me niet wil vertellen… dan probeer ik het maar bij Lauren los te peuteren.
De taxirit duurt een kleine tien minuten, voordat we arriveren bij het huis van Lauren en Colin. Ik vertel de taxichauffeur dat hij me af kan zetten voor het grote, metalen hek en betaal hem vervolgens, zodat hij even later weer wegrijdt. Het is mijn bedoeling om na mijn gesprek met Lauren een nieuwe taxi te bellen - met hopelijk een vriendelijkere chauffeur - om mij naar huis… of eigenlijk naar mijn ouders te brengen.
Ik druk op het knopje van de intercom en na een korte pieptoon hoor ik de stem van Colin.
'Ik kom een pakketje afleveren,' besluit ik vlug te

, voor het geval hij mij niet binnen wil laten.
Mijn plan werkt want het hekwerk maakt een zoemend geluid en schuift even later langzaam opzij, zodat ik via hun lange oprijlaan richting hun huis kan lopen. Het huis is qua grootte vergelijkbaar met dat van Dean, alleen ziet dit pand er minder goed onderhouden uit. Het laat me een beetje denken aan een oud klooster — misschien is het dat vroeger ook wel geweest.
Wanneer ik bijna bij de voorzijde van het huis ben, schuift de voordeur al open en verschijnt Colin. Ik zie dat hij spottend lachend zijn hoofd schudt. 'Wat doe jij hier?' vraagt hij vervolgens op een uiterst onvriendelijke toon.
Aangezien hij niet de moeite neemt om aardig tegen mij te doen, kan ik mezelf die moeite ook besparen. Ik besluit mijn boodschap daarom kort te houden. ’Ik kom voor Lauren.'
Zijn lach verandert in verbazing en het duurt even, voordat hij weer iets zegt. 'Omdat?'
'Omdat ik met haar wil praten.' Ik sla mijn armen over elkaar en wrijf met mijn handen over mijn bovenarmen, omdat het best wel fris is. 'Is ze thuis?'
Het duurt wederom even, voordat hij antwoordt. Mijn vraag is toch echt vrij simpel, dus ik begrijp niet goed waar hij zo lang over na moet denken. ’Weet Dean dat je hier bent?’
In een soort automatische reactie wil ik mijn hoofd schudden, maar ik weerhoud mezelf er net op tijd van. 'Wat doet dat ertoe?' vraag ik in plaats daarvan. 'Is Lauren nou thuis, of niet?'
Hij fronst zijn wenkbrauwen, steekt zijn handen in zijn zakken en kijkt me voor heel even nietszeggend aan. 'Hij weet niet dat je hier bent, of wel soms?'
Ik zucht en voel dat mijn frustratie begint te groeien. 'Colin, ik stel je al de hele tijd een vraag…'
'Ze kan elk moment thuiskomen,' antwoordt hij dan alsnog. Hij duwt de voordeur nog wat verder open en zet een stap opzij, om ruimte vrij te maken. 'Wil je op haar wachten?'
'Graag.' Vreemde kerel. Ik loop richting de voordeur en loop vervolgens langs Colin, om de hal van hun woning te betreden.
Het valt me meteen op dat de binnenkant een stuk beter onderhouden is dan de buitenkant. Het ruikt hier zelfs smetteloos, zoals in een ziekenhuis. Hier hangen - net als bij Dean - ook nog kinderjassen aan de kapstok en wanneer ik een vluchtige blik in de aangrenzende keuken werp, zie ik dat er zelfs kindertekeningen aan de deur van hun koelkast hangen.
'Deze kant op,' zegt Colin, wanneer hij ziet dat ik een nieuwsgierige blik in hun keuken werp. Hij gebaart met zijn rechterhand naar de andere zijde van de hal, waar de doorgang richting een grote woonkamer zichtbaar is. 'Neem plaats, dan zal ik Lauren laten weten dat je hier bent. Kan ik je een kop thee of zo aanbieden?'
Ik loop de woonkamer binnen en zie aan de linkerzijde een bankstel staan. ’Ja, lekker. Dankjewel,’ antwoord ik, terwijl ik richting het bankstel loop. 'Lauren was toch niet thuis?'
Wanneer ik geen antwoord krijg, draai ik me om en kom ik tot de conclusie dat Colin niet meer in de doorgang richting de woonkamer staat. Ik frons mijn wenkbrauwen, maar probeer er niet te veel over na te denken — ook al heb ik een vreemd onderbuikgevoel sinds ik hier naar binnen ben gelopen.
Ik neem plaats aan de linkerkant van het bankstel en gluur tijdens het wachten een beetje naar de foto’s, die links naast me op een laag tafeltje staan. Net zoals bij Dean thuis, staan hier ook verschillende foto’s van Lennon — maar dan vooral van Lennon en Lauren samen.
Een foto valt me in het bijzonder op, omdat het een selfie is van Lauren, Colin en Lennon met een bergachtig gebied op de achtergrond. Ik vraag me meteen af of dat wellicht een van de laatste foto’s is die van hem is genomen.
'Hopelijk lust je bosvruchten thee.' Colin komt inmiddels alweer de woonkamer binnenlopen met een dampende kop thee in zijn hand.
Ik knik en neem de kop thee met beide handen van hem aan. Op de achtergrond hoor ik een dof geluid, alsof er iemand rondrent op de bovenverdieping. Ik werp Colin een vragende blik toe, maar hij doet net alsof hij dat niet ziet.
'Is Lauren toch thuis?' besluit ik maar te vragen. Ik blaas wat lucht over de dampende kop thee en neem vervolgens voorzichtig een slokje, om tot de ontdekking te komen dat mijn thee nog te heet is.
'Eh, ja… maar ze is even bezig en dan wordt ze niet graag gestoord.' Colin lacht ongemakkelijk en kijkt nerveus heen en weer van de doorgang richting de hal, naar mij en weer terug. 'Ik ga haar even halen. Een momentje.'
Hij gedraagt zich vreemd.
Deze hele situatie is overigens erg vreemd.
Ik krijg steeds meer het gevoel alsof ik hier niet naartoe had moeten komen.
Colin verdwijnt weer uit de woonkamer en ik nip - tegen beter weten in - nogmaals aan mijn loeihete thee. Ik hoor wederom het doffe, rennende geluid op de bovenverdieping, gevolgd door een geluid dat klinkt als gedempte stemmen.
Ik weet niet precies waarom, maar ik heb het gevoel alsof ik hier beter zo snel mogelijk kan vertrekken.
Ik zet mijn kop thee op de salontafel die voor de bank staat en kom vervolgens overeind, om richting de hal te lopen. Ik blijf de hele tijd achterdochtig om me heen kijken, alsof ik ergens bang voor ben — al heb ik geen idee waarvoor precies. Het is gewoon een gevoel, maar het is zo sterk dat ik het onmogelijk kan negeren.
In de hal is niemand te bekennen, dus ik besluit regelrecht naar de voordeur te lopen. Op dit moment voel ik geen enkele behoefte meer om met Lauren te praten, zelfs als dat betekent dat ik nooit antwoord zal krijgen op mijn vragen over waarom Dean zich opeens zo vreemd gedraagt.
Wanneer ik een paar stappen van de voordeur verwijderd ben, word ik abrupt tot stilstand gebracht door een harde klap. Het lijkt even te duren, voordat de pijn daadwerkelijk tot me doordringt en ik voel eerst een straal bloed vanuit mijn hoofd naar mijn hals lopen. Het voelt net zo warm als mijn thee en het zweet breekt me uit.
Een paar seconden later zak ik door mijn knieën en kom ik op de vloer terecht.