Chapter Seven

 

Dean gooit me achterover, waarna ik met een harde plof op mijn rug op zijn bed terechtkom. Ik durf te wedden dat wanneer ik nu mijn ogen zou sluiten, ik meteen als een blok in slaap zou vallen. Ik ben volledig uitgeput — leeg en verzadigd tegelijkertijd.
Mijn uitzicht is echter veel te bewonderenswaardig om nu mijn ogen te sluiten, dus ik duw mezelf weer omhoog, zodat ik op mijn ellebogen leun en kan genieten van de heerlijke man die voor mijn neus staat. Mijn voortanden glijden langzaam over mijn onderlip en mijn mondhoeken krullen omhoog, wanneer ik eindelijk te zien krijg wat ik eerder al kon voelen.
O hemel. Het lijkt alsof ik droom en ik kan mezelf amper beheersen om met mijn vingers over de spieren te gaan die Deans heerlijke bovenlijf sieren. Het is bijna jammer dat dit slechts een eenmalige ervaring zal zijn, maar daarom ben ik van plan om er optimaal van te genieten. Dat doe ik op dit moment door elke centimeter van zijn goddelijke lichaam in me op te nemen, zodat ik hier op een later moment nog eens aan terug kan denken.
De tatoeage - die ik eerder al gezien had - beperkt zich alleen tot zijn linkerarm en bestaat grotendeels uit grijze wolken, met hier en daar een afbeelding er doorheen. Het is een nogal donker geheel, maar misschien vind ik het daarom wel bij hem passen, ondanks dat ik normaliter helemaal geen fan ben van tatoeages.
'Wat betekent die tekst?' vraag ik, wanneer ik een korte tekst aan de binnenzijde van zijn bovenarm opmerk. Het zijn - voor zover ik het kan zien - vier woorden en ik vermoed dat het Latijns is. Ik kan alleen het woord interit duidelijk lezen, maar de overige woorden zijn te vaag vanaf deze afstand.
'Niets,' antwoordt hij op een norse toon.
Ik kan me niet voorstellen dat het daadwerkelijk niets betekent, dus ik vermoed dat hij het er niet over wil hebben.
Hij geeft vervolgens een knikje richting het nachtkastje aan de linkerzijde van zijn bed. ’Als het goed is liggen daar nog wat condooms…’ Ik hoor niet eens meer wat hij verder zegt, want het woord condooms zorgt ervoor dat mijn gehoor meteen vervaagt en de paniek toeslaat.
Shit. Hier had ik iets beter over na moeten denken, want ik had kunnen verwachten dat hij geen onveilige seks met me wilde hebben. Ik was echt wel goed voorbereid voor mijn afspraak met Sander, want ik had zelf condooms meegenomen en daar met een naald gaatjes in geprikt. Die zitten echter in mijn handtas en die heb ik in mijn auto laten liggen.
'Moet dat?' vraag ik op een nerveuze toon, terwijl ik ondertussen probeer om een oplossing te bedenken voor dit probleem. 'Ik eh… ben allergisch voor latex.'
Hij lacht even, alsof hij me niet gelooft - waar hij ook volledig gelijk in heeft - maar wanneer ik hem met een stalen gezicht aan blijf kijken, zegt hij uiteindelijk: 'In dat geval gaat het niet door.'
O mijn god, nee… dit is een ramp!
Ik moet iets verzinnen, want dit mag niet allemaal voor niets zijn geweest. Oké, ik heb zeer zeker genoten - en dat is een behoorlijk understatement - van alles wat er tot nu toe gebeurd is, maar als ik nu de kans om me door hem te laten bevruchten misloop, dan… dan ben ik slechts vreemdgegaan. Puur en alleen vanuit lust. Ik denk dat mijn geweten dat echt niet kan verkroppen.
'Ik ben aan de pil, hoor,' lieg ik.
'Fijn voor je, maar mijn antwoord blijft hetzelfde.'
Verdomme.
'Kom eens hier.' Hij gebaart met zijn wijsvinger dat ik dichterbij moet komen, dus ik krabbel overeind en schuif wat naar voren, naar de rand van Deans bed. In mijn hoofd ben ik nog steeds aan het graven naar een oplossing. 'We kunnen genoeg andere dingen doen.'
Zijn vingers strijken door mijn haren en ik hef mijn hoofd zodanig dat ik hem aan kan kijken. 'Wat bedoel je?' vraag ik met een schorre stem. Natuurlijk heb ik wel een vermoeden wat hij bedoelt, maar op dit moment hangt mijn focus nog een beetje vast in het zoeken naar een oplossing.
'Andere dingen,' fluistert hij met een knipoog, alsof hij me zojuist een geheim verteld heeft. 'Het zou zonde zijn als de nacht nu al voorbij is, of niet?'
Ik knik beduusd, want ik ben nog steeds nieuwsgierig - en hongerig - naar hem, al voel ik plots ook een vlaag van teleurstelling over me neer strijken. Deze avond is tot nu toe absoluut niet verlopen zoals ik het van te voren gepland had, maar ik had op zijn minst gehoopt dat dit - de seks - wel zou plaatsvinden.
Ik kan er nooit goed tegen wanneer dingen anders lopen dan hoe ik ze van te voren gepland heb, dus ik heb even de tijd nodig om dit te laten bezinken, om bij te komen van deze teleurstelling.
Waarschijnlijk merkt hij op dat ik er niet meer helemaal met mijn gedachten bij ben, want hij laat mijn haren los en zakt naast me op het matras neer. Hij legt zijn hand op mijn blote bovenbeen en knijpt er zachtjes, maar bemoedigend in. ’Je hoeft niets te doen wat je niet wil.'
'Dat weet ik…' Ik laat mijn hoofd een beetje hangen, sluit mijn ogen en adem diep in.
Ik weet even niet wat ik moet doen, zeggen of denken. Mijn lichaam verlangt nog steeds naar meer, maar mijn verstand roept me opeens tot de orde of zo. Het voelt alsof die twee onderdelen met elkaar in discussie zijn en ik weet nog niet welke van de twee er met de overwinning vandoor gaat.
'Ben je bang?' Hij schuift een stukje naar achteren, zodat hij in een soort halve-kleermakerszit naast me zit, met de knie van zijn rechterbeen achter me en zijn linkerhand nog steeds op mijn been.
'Ik…' Ik voel me opeens behoorlijk ongemakkelijk dat ik hier bijna geheel naakt zit. Dean draagt nog steeds de helft van zijn kleding, want hij heeft zojuist alleen zijn hemd uitgetrokken, voordat hij plaatsnam op het bed. Ik sla mijn armen om mijn middel, om op die manier mijn borsten enigszins te bedekken. 'Teleurgesteld,' geef ik zachtjes toe.
'Jij bent het gewend om je zin te krijgen, of niet?'
Ik haal mijn schouders omhoog, want ik wil niet toegeven dat hij de spijker op zijn kop slaat. Al krijg ik natuurlijk niet áltijd mijn zin, want als dat zo was dan had ik nu een baby, of was ik op zijn minst zwanger. 'Dat valt wel mee…'
'Volgens mij valt dat helemaal niet mee,' gniffelt hij. Hij strijkt de vingers van zijn linkerhand door mijn haren en drukt zijn lippen zachtjes tegen mijn slaap. 'Ik vind het wel leuk,' fluistert hij vervolgens in mijn oor.
Deze onverwachte vorm van genegenheid brengt me volledig in de war, omdat er een kriebelend gevoel door mijn buik schiet. Het is geen kriebel zoals ik eerder vanavond heb ervaren - vanuit lust - maar een gevoel wat me op een hele andere manier verwarmt. Shit, ik mag dit helemaal niet voelen.
'Maar leg me dan eens uit…' Zijn linkerhand verplaatst zich van mijn been naar mijn wang, waar hij zachtjes met zijn wijsvinger overheen strijkt. Vervolgens pakt hij mijn kin vast en draait hij mijn hoofd een kwartslag naar links. Deze aanrakingen zijn compleet anders dan hoe hij me eerder vanavond aanraakte, veel tederder. Het is op een akelige manier verwarrend. 'Waarom ben je dan met iemand getrouwd die je niet aanraakt?'
Ik open mijn mond, omdat ik het gewend ben om altijd mijn woordje klaar te hebben en overal op te reageren. Ik wil Lars verdedigen, ik móet hem zelfs verdedigen… maar ik weet niet hoe. Dus ik sluit mijn mond weer en slik een paar keer, omdat ik opeens voel dat mijn ogen ontzettend beginnen te branden en er een gigantische brok in mijn keel zit. Ik ben echter absoluut niet van plan om te gaan huilen - want zo ben ik gewoonweg niet - dus ik duw zijn hand weg en draai mijn hoofd naar rechts.
Ik ben het niet gewend dat iemand mij vragen stelt over mijn huwelijk, laat staan dat iemand het in twijfel trekt. In mijn omgeving weet iedereen niet beter dan dat Lars en ik bij elkaar zijn - en bij elkaar horen - want dat is altijd al zo geweest. Misschien is het daarom voor mezelf ook wel vanzelfsprekend geworden, terwijl ik me na vanavond wel realiseer dat ik iets mis.
'Het spijt me. Ik wilde je niet kwetsen.'
Ik schud mijn hoofd - omdat spreken even niet lukt - want het is niet zijn schuld. Dit heeft zelfs helemaal niets met hem te maken, al heeft hij er wel degelijk aan bijgedragen dat dit besef bij me binnen is gekomen. Ik weet alleen nog niet of dat positief of negatief is, want waarschijnlijk kan ik er helemaal niets mee.
'Ik begrijp het gewoon niet, Nina. Als je mijn vrouw was, zou ik de hele dag aan je zitten.'
Die uitspraak wekt gevoelens en gedachten bij me op die ik helemaal niet wil hebben. Het is verkeerd en ik mag dit soort dingen niet denken of voelen.
Ik wil helemaal niets denken of voelen op dit moment, dus ik doe het enige waarvan ik zeker weet dat het me af zal leiden. Ik sla zonder enige twijfel mijn rechterbeen over zijn benen heen en ga schrijlings op zijn schoot zitten, zodat onze gezichten naar elkaar gericht zijn. Mijn beide handen leg ik op zijn wangen en ik trek hem dichter naar me toe, terwijl ik zelf naar voren beweeg.
'Ik wil… andere dingen doen,' zeg ik, terwijl ik hem recht in zijn ogen aankijk.
Het kan me opeens niets meer schelen, want ik had me zojuist nog voorgenomen om hier optimaal van te genieten. Ik ben inmiddels al veel te ver gegaan en dat kan ik toch al niet meer terugdraaien. En ik wil zo verdomde graag aangeraakt worden, nu het nog kan. Morgen moet ik weer terug naar mijn echte leven, waar ik tot vanavond redelijk tevreden mee dacht te zijn.
Dacht, want ik weet nu dat na vannacht niets meer hetzelfde zal zijn, dat heeft Dean namelijk allemaal voor me verpest. Ik heb een kijkje in het Hof van Eden genomen en ik heb de verboden vrucht geproefd. Waarschijnlijk ben ik voor de rest van mijn leven verdoemd, maar daar kan ik nu toch al niets meer aan veranderen.
'DEAN!' weerklinkt het opeens door het gehele huis.
Het is overduidelijk de stem van een vrouw en aan Deans reactie te merken is hij niet blij om haar te horen. De stem klinkt overigens ook niet blij, eerder razend.
'Wie is dat?' vraag ik geschrokken, terwijl ik mijn hoofd richting de deuropening van de slaapkamer draai, alsof ik bang ben dat er elk moment iemand binnen kan komen.
Hij slaakt een diepe, geërgerde zucht, gooit zijn hoofd naar achteren en steekt zijn handen in zijn donkerbruine haren. Vervolgens spreekt hij twee woorden uit die veel harder bij me binnenkomen dan ze zouden moeten. 'Mijn vrouw.'
'Je-wát?!' roep ik, geheel overdonderd van het feit dat ik blijkbaar niet de enige persoon ben die overspel pleegt op dit moment. Ik kruip meteen van zijn schoot af en trek een laken tegen me aan, om mijn naakte lichaam te bedekken.
Het gevoel wat door me heen stroomt, is iets wat ik nog nooit eerder heb gevoeld.
Is het verraad? Jaloezie? Domheid? Ik weet het niet, maar het voelt absoluut niet fijn.
'Ik kan maar beter naar beneden gaan.' Hij komt overeind uit het bed en raapt het zwarte hemd - wat hij eerder ook aan had - op van de vloer. 'Ik eh… ben zo terug.'
Ik weet wederom niet wat ik moet doen, zeggen of denken en kijk hem beduusd na, terwijl hij de slaapkamer razendsnel weer verlaat, onderweg naar zijn vrouw… en ik lig in hun bed.
O mijn god. Ik had dit ergens kunnen weten, toen ik het rouwprentje van zijn zoon bekeek, want daar stond niet alleen zijn naam op, maar ook die van haar.
Ik kan me haar naam zelfs nog herinneren: Lauren.
Zij heeft vandaag dus niet alleen haar kind moeten begraven, maar treft op diezelfde dag ook nog eens haar man met iemand anders in bed aan. Met míj, welteverstaan.
Ik voel me verschrikkelijk en ik weet het nu honderd procent zeker: dit was de grootste fout van mijn leven.