HOOFDSTUK 1

James

Ik vertraag mijn pas en haal mijn zonnebril van mijn hoofd. De zon is inmiddels al vrij ver gezakt, dus het heeft weinig zin om dat ding nog op mijn hoofd te laten staan. Ik hoef verder ook niet bang te zijn dat ik hier iemand tegenkom, in deze afgelegen straat aan de rand van de stad, dus ik klap de pootjes van mijn Ray-Ban in en hang hem vervolgens aan het bovenste knoopje van mijn zwarte overhemd.
Het is vandaag broeierig warm en aan de windstoten te merken is er een storm op komst. Het zijn typische weersomstandigheden van de start van het orkaanseizoen, wat tevens betekent dat het hoog tijd wordt om binnenkort weer terug naar huis te keren.
Wat mij betreft zonder Camila.
Ik blijf stilstaan bij een grasveld met een vervallen tuinhek - dat laag genoeg is om er zonder enige moeite overheen te stappen - en werp nog een snelle blik om me heen. Er is nog steeds niemand te bekennen in deze middle of nowhere, dus ik kan ongezien mijn weg vervolgen.
Het zalmkleurige huis is vrij groot, maar het ziet er oud en vervallen uit, waardoor het eerder op een spookhuis dan op een dure, vrijstaande woning lijkt. Het heeft helemaal niets weg van de kleine, felgekleurde rijtjeswoningen, die veelal in het centrum te vinden zijn. Het oogt eerder Amerikaans, met de verhoogde, houten veranda, het schuine dak en twee kleine dakkapellen aan beide zijden van het dak.
Ik baan me een weg door het oerwoud - wat ooit waarschijnlijk een voortuin was - en hoor een irritant, kletterend geluid. Het is afkomstig van een soort windorgel, die aan een houten balk aan de veranda hangt. Het ziet er zelfgemaakt uit, met allemaal verschillende schelpen die geluid maken, wanneer de wind ze tegen elkaar blaast.
Een van de ramen naast de voordeur is dichtgetimmerd met een grote, houten plaat en ik vermoed dat het restschade is, van een vorige storm of orkaan. Ik ben niet van plan om hier netjes aan te bellen, maar de staat van dit vervallen huis maakt al meteen duidelijk dat ik niet hoef te rekenen op een adequate beveiliging.
Ik voel aan de voordeur, omdat er nou eenmaal genoeg mensen zijn die hun deuren niet afsluiten, zeker wanneer ze zo afgelegen wonen. Blijkbaar is Sebastian toch wat slimmer dan dat, want deze deur zit potdicht.
Links naast de voordeur staat een grote bloempot, gevuld met allerlei vetplantjes. Ik laat mijn wijs- en middelvinger langs de binnenste rand van de bloempot gaan. Ik weet meteen dat ik de jackpot binnen heb, zodra ik de contouren van een sleutel met mijn vingertoppen voel.
Ik haal de sleutel uit de potgrond en verwijder wat overtollige restjes grond met mijn vingers, voordat ik hem in het slot steek. Godzijdank kan ik de sleutel soepel ronddraaien in het slot en heb ik niet veel halsbrekende taferelen uit hoeven halen om binnen te komen.
Een kort moment later sta ik in een grote, donkere hal, die slechts wordt verlicht door de spotjes in het plafond van de verdieping erboven, welke vanachter een ijzeren balustrade zichtbaar is vanaf de benedenverdieping. Er zijn verschillende deuren - aan beide zijden van de bovenverdieping - zichtbaar en achter één van de deuren klinkt luid gekreun, dat me maar al te bekend voorkomt.
Camila.
Ik loop richting een aangrenzende ruimte, die zo te zien als woonkamer dient. Aan de voorzijde van de kamer staat een grote, grijze bank, met tientallen kussens in verschillende paarstinten. Op de kleine, houten salontafel voor de bank staat een soort dienblad met kaarsen die zowat allemaal verdronken zijn in het kaarsvet.
Ik ruik de geur van verse bloemen en wanneer ik naar links kijk, zie ik dat er een groot boeket met de meest kleurrijke bloemen in een felgekleurde vaas op een klein tafeltje staat. Aan de wand erachter hangt een grote canvasfoto van Sebastian, met een vrouw. Dat verbaast me eerlijk gezegd niets, want deze hele inrichting ziet eruit alsof een vrouw er haar mening over uitgekotst heeft. Wat ben ik blij dat mijn woning er nooit zo uit gaat zien.
Ik zet een stap dichterbij de foto, om deze in het zwakke licht wat beter te bekijken. De vrouw naast Sebastian is vele malen mooier dan Camila. Als zij Sebastians vriendin is, is hij dom dat hij zich door zo een goedkope slet als Camila heeft laten verleiden.
Ik heb echter geen tijd om hier te lang bij stil te staan, want ik ben hier met een doel gekomen. Zolang ik niet gecontroleerd heb of de kust veilig is, kan ik helemaal niets uitvoeren en het is niet zo dat ik zeeën van tijd heb.
Via het uiteinde van de woonkamer kom ik in een serre terecht, die eigenlijk alleen maar bestaat uit een hoge, glazen koepel, die achter het huis is gebouwd. De geur van verf hangt hier in de lucht en dat wordt verklaard door de verschillende schildersezels, die door de ruimte verspreid staan, met doeken waarop de meest prachtige creaties zijn geschilderd.
Ik zou mezelf absoluut geen kunstkenner willen noemen, maar degene die dit geschilderd heeft, is zonder twijfel talentvol. Het zijn grotendeels landschappen en ik herken een paar gebieden, hier op loopafstand vandaan.
Ik word opgeschrikt door een tak, die van buiten hard tegen de glazen wand van de serre aanslaat. Fuck, ik laat me veel te veel afleiden.
Ik loop weer terug naar de donkere hal, om de andere zijde van het huis - waar ik vermoedelijk een keuken aan ga treffen - te verkennen. Zodra ik die ruimte gecontroleerd heb, kan ik naar boven gaan en doen waar ik voor gekomen ben.
Zodra ik de keuken binnenloop, blijf ik meteen stokstijf staan, omdat ik hoor dat er een sleutel in een slot wordt gestoken. Mijn blik schiet vliegensvlug door de ruimte en ik merk, aan de achterzijde van de keuken, een deur op, waarvan ik de klink al naar beneden zie bewegen.
Vanuit mijn ooghoek zie ik een donkere ruimte met een open deur, dus ik sprint er zo snel en geluidloos mogelijk naartoe. Het blijkt een washok te zijn en ik kan nog maar net voorkomen dat ik in volle vaart met mijn keel tegen een gespannen, volle waslijn aan ren.
Ik hoor ondertussen vanuit de keuken dat er een deur dichtslaat en even later wordt het washok zwak verlicht, door verlichting vanuit de keuken. Ik zet meteen een stap naar achteren, zodat ik in de meest donkere hoek sta en ik probeer ondertussen een glimp op te vangen van de persoon die zojuist naar binnen is gekomen.
Ik zie meteen dat het dezelfde vrouw als op de foto is, al is ze in het echt nog vele malen mooier. Ze draagt een strakke, donkergrijze sportlegging en een knalroze top, die slechts de helft van haar bovenlichaam bedekt.
Haar bleke huid lijkt wel van porselein en aan de rode plekken op haar schouders te zien, is ze niet bestand tegen de felle Caribische zon. Zweetdruppeltjes glinsteren als parels over haar lichaam en op haar wangen zijn kleine, rode blosjes zichtbaar. Aan haar snel op- en neergaande borstkas te zien, is haar ademhaling behoorlijk verhoogd.
Ze haalt het elastiekje uit haar hoge paardenstaart die haar rossige, bijna oranje, haarbos bij elkaar houdt, sluit haar ogen even en schudt vervolgens haar lokken los met haar vingers, waardoor haar haren ronddansen alsof ze een commercial aan het opnemen is voor een of ander shampoomerk.
Haar lange, verleidelijke wimpers gaan als een waaier omhoog en voor heel even lijkt het alsof haar amberkleurige ogen - die een soortgelijke kleur als haar oranje haar hebben - recht in de mijne kijken. Fuck. Ik houd meteen mijn adem in, totdat haar blik zich verplaatst naar het plafond.
Ze kijkt even naar boven, alsof ze nadenkt, waardoor haar ogen gestreeld worden door het keukenlicht en goud lijken op te lichten. Ik denk dat ik nog nooit een vrouw heb gezien met zulke prachtige ogen.
Ze komt in beweging en loopt in een paar sierlijke, bijna zwevende passen richting de grote Amerikaanse koelkast, aan het uiteinde van het aanrecht. Ze beweegt haar lichaam zo gracieus over de keukenvloer, dat het bijna lijkt alsof ze danst. Ze haalt een flesje water uit de koelkast en plaatst dat vervolgens aan de achterzijde van haar nek. Ze laat haar hoofd een klein beetje naar achteren vallen en ik hoor dat ze zachtjes kreunt.
Een paar seconden later laat ze het flesje via haar hals naar beneden zakken en draait de dop er vanaf, om een flinke slok water te nemen en wederom te kreunen, deze keer een stuk luider. Het klinkt bijna alsof iemand haar zojuist heeft laten klaarkomen en ik begin me langzamerhand af te vragen of ik niet op de set van een of andere pornofilm beland ben.
'Sebastian?' hoor ik haar vervolgens roepen, met een stem die zo zoet als honing klinkt. Ik ben opeens ontzettend nieuwsgierig hoe mijn naam uit haar mond zou klinken. Ze heeft een accent en het is duidelijk hoorbaar dat ze niet bij de lokale bevolking hoort. Ik vermoed dat ze Europees is, maar ik weet het niet zeker.
Ze krijgt geen reactie en ik zie dat ze vervolgens een lade opentrekt, om er een mobiele telefoon uit te halen. Al mijn gebeden worden verhoord, wanneer ze vervolgens aan het kookeiland plaatsneemt en zowat vlak voor mijn neus voorover leunt, totdat haar ellebogen het granieten blad van het kookeiland raken en ze haar blik op het scherm van haar telefoon kan richten. Haar perfecte ronde kont - in die veel te strakke sportlegging - steekt naar achteren en ik ben er misschien drie à vier stappen van verwijderd. Ik zou maar al te graag mijn vingers willen doorboren in het vlees rondom haar heupen.
We worden beiden opgeschrikt door een luide kreun - of eigenlijk is het meer een gil - van Camila, die vanuit de hal richting de keuken klinkt. Fuck. Ik was even helemaal vergeten wat ik hier kwam doen.
Ik zie dat haar rug meteen omhoog schiet en haar amberkleurige ogen - die inmiddels vuur lijken te spuwen - richting de deuropening kijken, die naar de hal leidt. Ze ziet er hyperalert uit, alsof al haar zintuigen op scherp staan en ze klaar is om aan te vallen.
Ze blijft een paar seconden roerloos op haar plek staan, alsof ze wacht op nog een extra bevestiging van wat ze zojuist gehoord heeft… en die krijgt ze, luid en duidelijk. Zodra er wederom een luide kreun door het huis galmt, lijkt het alsof er een startschot is afgegaan, waardoor ze vliegensvlug richting de hal sprint.
Ik weet niet wat me bezielt, wanneer ik achter haar aan snel. Ik moet om de een of andere reden gewoon zien wat ze gaat doen, want daar ben ik ontzettend nieuwsgierig naar. Ik weet namelijk wat ze gaat aantreffen, maar ik heb geen idee wat haar reactie zal zijn.
Is ze zo’n type dat hysterisch reageert en het hele huis kort en klein slaat?
Is ze misschien wel zo gestoord om helemaal door te slaan en Camila en Sebastian iets aan te doen?
Of vergis ik mij volledig in haar en kruipt ze vol zelfmedelijden weg in een hoekje, om stilletjes te huilen?
Ik sluip achter haar aan richting de hal, waar ik nog net een glimp opvang van hoe ze de trapt opstormt. Binnen een paar seconden is ze al boven en loopt ze regelrecht op een van de deuren af, die ze zonder enige aarzeling opentrekt.
Zelfs vanaf het punt waar ik sta, kan ik Camila’s rug zien en hoe ze Sebastian als een wilde stier aan het berijden is. Het ziet er niet naar uit dat ze haar al opgemerkt hebben, maar daar brengt ze zelf al meteen verandering in. Ze schreeuwt iets in een taal die ik niet kan verstaan - maar het klinkt absoluut niet vriendelijk - en rent richting een andere kamer, waar ze zowat de deur van intrapt en vervolgens uit mijn zicht verdwijnt.
Het blijft even stil, maar na een paar minuten verschijnt Sebastian met zijn iele, ontblote bovenlichaam in de hal. Hij is zijn zwarte jeans nog aan het dichtknopen, wanneer hij in dezelfde kamer als zij verdwijnt.
Ik voel een onbekende sensatie in mijn lichaam, bij de gedachte dat ze misschien ruzie krijgen en het volledig uit de hand kan lopen. Het voelt als een soort ergernis, een woede… het gevoel alsof ik geen moment zal twijfelen om naar boven te sprinten, wanneer Sebastian haar met één vinger aanraakt.
Shit. Waar ben ik eigenlijk mee bezig? Ik ken deze vrouw helemaal niet, dus waarom kan het mij wat schelen wat Sebastian met haar doet? Het ligt niet echt in mijn aard om het voor vrouwen op te nemen, dus waarom zou zij een uitzondering zijn?
Daarnaast is het niet bepaald een optie om die kamer binnen te lopen en haar daar weg te halen, met de boodschap: 'Ik kwam bij je inbreken, maar toen ik je zag, wilde ik je hebben.'
Ik vermoed dat de kans dat ze mij dan een blauw oog slaat reëler is, dan dat ze hand-in-hand met mij naar buiten zal lopen. Ik weet niet eens waarom ik daarover nadenk, want hand-in-hand lopen is niet iets wat ik normaal gesproken doe, met niemand.
Toch voelt het als een opluchting, wanneer ze weer heelhuids in de deuropening verschijnt, met een knalroze weekendtas over haar schouder geslagen. Sebastian staat achter haar, maar wordt volledig door haar genegeerd. Ze is overduidelijk meteen klaar met hem en ik hoop niet dat het slechts een impulsieve reactie van haar is. Ik hoop dat ze daadwerkelijk zo daadkrachtig is als ze nu overkomt, want dat is waarschijnlijk haar meest aantrekkelijke eigenschap.
Ze stormt met een hoop lawaai de trap af en ik zet snel een stap naar achteren, zodat ze me niet opmerkt, zodra ze aan me voorbij stuift.
'Isabel, denk eens even na!' hoor ik Sebastian vanuit de hal naar haar roepen. Hij spreekt Engels tegen haar en dat bevestigt mijn vermoeden, dat ze niet van hier is.
Isabel. Haar naam is net zo mooi als zijzelf.
Ik zie haar schaduw langs de deuropening flitsen en er komt een vleug van aardbeien en kokos de keuken binnen. De harde knal waarmee ze vervolgens de voordeur dichtsmijt, weerspiegelt duidelijk hoe woedend ze is.
Fuck it, ik móet gewoon achter haar aan.
Het kan me even niets meer schelen waarvoor ik hier kwam en ik loop richting de achterdeur - waardoor zij zojuist naar binnen is gekomen - naar buiten. Ik loop vervolgens zo snel mogelijk via de zijkant van het huis naar de voorkant, richting het vervallen tuinhekje.
Een eindje verderop zie ik haar lopen, midden op straat en in een snelle, vastberaden pas.
Ik weet niet eens waarom, maar ik heb nog nooit zo naar iemand verlangd.