Chapter Five

Lees snel verder in het vijfde hoofdstuk van 'Niemand is zomaar aardig'

 

Om tien uur sta ik met Lizzy voor het Palacio hotel. Ik had geen idee wat ik er van moest verwachten, maar ik denk dat ik vermoedde een ordinair tweesterren hotel aan te treffen of zo. Deze luxe had ik in ieder geval niet verwacht en ik huiver meteen bij de gedachte, als ik eraan denk dat Dennis hier regelmatig een kamer boekt. 
Hoeveel moet dat wel niet kosten?
Dennis en ik hebben beiden een redelijk goede baan. Ik ben administratief medewerkster bij een klein bedrijf dat sportartikelen verkoopt en Dennis werkt bij de politie. We verdienen prima, maar we verdienen lang niet genoeg om wekelijks van dit soort luxe te genieten. En zoals ik in dat onderzoeksrapport heb gelezen, is hij hier minimaal één keer per week geweest in de afgelopen maanden.
'Chique bedoeling hier…' zegt Lizzy, terwijl ze door de glazen van haar Ray-Ban zonnebril naar het hotel staart en haar wilde bos bruine krullen bij elkaar bindt. 'Wat gaan we hier doen?'
Goede vraag. Wat gaan we hier eigenlijk doen?
'Ik moet het met mijn eigen ogen zien…' 
Is dat echt de reden? Ik heb al tientallen foto’s gezien… Was dat nog niet voldoende bewijs voor me?
'En wat doen we als hij ons ziet?' Lizzy kijkt me vertwijfeld aan. 'Ik wil niet dat je in de problemen komt…' 
Ze wilt niet dat Dennis me slaat, als hij hier achter komt. Iets wat zeker zal gebeuren als hij me hier tegen het lijf loopt.
'Ik zit al in de problemen Liz, mijn relatie is…' Ik weet niet eens hoe ik het moet noemen, maar Lizzy knikt al en ik weet dat ze me begrijpt.
'Gaan we nog naar binnen?' vraagt Lizzy. Ze haalt haar zonnebril omhoog en schuift hem over haar bij elkaar gebonden krullen heen. 'Het lijkt me niet handig als we hier blijven staan…' Ze probeert via het raam naar binnen te kijken en houdt haar hand boven haar ogen, om de verblindende zonnestralen te blokkeren.
'Oké…' Ik klink net zo onzeker als ik me voel.
Wat kom ik hier eigenlijk doen? Dennis zit waarschijnlijk ergens op een kamer met die Juliet en zo te zien heeft dit hotel behoorlijk wat kamers. Hoe ga ik hem dan vinden? En ook nog zonder dat hij me ziet… 
Wat verwacht ik eigenlijk te zien? Hoop ik hem op heterdaad te betrappen terwijl hij met die blondine in een van deze kamers ligt te rollebollen?
Lizzy loopt voor me, richting de ingang van het hotel. Net voordat we via de glazen schuifdeuren naar binnen willen gaan, komt iemand ons tegemoet lopen die tegen Lizzy opbotst.
'Hé godver!' hoor ik haar vloeken.
Ik zie dat het een man is, die tegen haar opgebotst is, met zwarte krullen. Hij houdt zijn armen om haar middel, om te voorkomen dat ze achterover valt en daardoor lijkt het opeens alsof ze in een of andere tango-danspose voor me staan. Het valt me meteen op dat ze qua uiterlijk goed matchen, met beiden wild krullend haar.
'Mijn excuses…' De man laat zijn bruine ogen schaamteloos over Lizzy heen glijden, terwijl hij haar overeind houdt.
'Oh… joh, geen probleem!' Lizzy haar stem is hoog en ze giechelt een beetje. Ik zie dat op haar wangen kleine blosjes beginnen te ontstaan. Ze is duidelijk onder de indruk van hem en ik kan haar geen ongelijk geven. Hij is behoorlijk aantrekkelijk en volgens mij heel charmant.
Het is ook overduidelijk dat hij onder de indruk is van haar. Hij blijft haar maar aankijken en nog steeds liggen zijn handen om haar middel.
'Jawel. Ik wil het graag goedmaken…' zegt de man dan.
Het goedmaken… Behoorlijk overdreven, aangezien hij per ongeluk tegen haar opbotste. Het is  overduidelijk dat die man Lizzy wel interessant vindt.
'Laat me je op zijn minst een drankje aanbieden…'
Ik zie dat Lizzy glimlacht, maar vervolgens kijkt ze naar mij, alsof ze mijn goedkeuring zoekt. Ik moet nu gewoon even een goede vriendin zijn en haar dit gunnen. Hoe vreemd deze situatie ook is, het gebeurt niet vaak dat ik zo veel vonken van Lizzy af zie springen. Ze is een mannenverslindster, dat absoluut, maar wat er net gebeurde was zelfs voor haar zeldzaam.
'Veel plezier.' Ik geef haar een knipoog en haar glimlach wordt breder. Ik zie dat ze geluidloos love you met haar lippen vormt.
'We bellen, oké?' zegt ze nog, voordat de onbekende man haar mee naar binnen neemt en mijn beste vriendin ontvoert.
Dit is eigenlijk behoorlijk vreemd. Lizzy wordt gewoon voor de deur van een hotel opgepikt, door een kerel die hier toevallig rondloopt. Had ik dit niet tegen moeten houden?
Ze gaan toch niet meteen naar een kamer?
Ik loop snel door de glazen schuifdeuren naar binnen en vang net nog een glimp op van Lizzy met de man. Zo te zien lopen ze naar een ruimte, die zomaar eens de hotelbar zou kunnen zijn. Ze lopen in ieder geval niet richting de goudkleurige liften, aan de andere kant van de lobby, dus dat is een goed teken.
Nu moet ik nog gaan doen waar ik voor gekomen ben… Al weet ik nog steeds niet helemaal waarom ik nou precies hier ben.
Ik besluit om naar de balie te lopen in de gigantische lobby van het hotel, waar een jonge vrouw met rossig, stijl haar en grote, bruine poppenogen me aan staat te kijken. Ze heeft een glimlach op haar rood gestifte lippen, maar het is overduidelijk haar werk-glimlach. Hij is te groot om oprecht te zijn en ik vraag me af, of deze vrouw aan het eind van haar werkdag geen spierpijn in haar wangen heeft, van dat voortdurend glimlachen.
'Goedemorgen. Kan ik u ergens mee helpen?' Ze klinkt een beetje kinderlijk. Als ik haar aan de telefoon zou spreken, zou ik vermoeden dat ze een tienermeisje is.
Nu maar hopen dat dit gaat werken. Ik raap al mijn zelfvertrouwen bij elkaar en doe nonchalant, alsof mijn vraag doodnormaal is.
’Ik ben op zoek naar meneer De Jong. Hij heeft hier een kamer…’
Ik krijg een blik. 
Een blik die me al meteen zegt dat ze me niet gaat vertellen of Dennis hier is en op welke kamer hij verblijft. Het is een blik vol medelijden. 
Ze weet precies waarom ik hier ben.
'Het spijt me, mevrouw… Ik mag dit soort informatie niet verstrekken. Ik weet niet of hij hier is…' Ze kijkt even om zich heen, alsof ze probeert te controleren of niemand haar afluistert. 'Is het je man?'
Ik besluit maar te knikken. Dat we niet getrouwd zijn is een onbelangrijk detail op dit moment, want het komt op hetzelfde neer.
'Even tussen ons…' Ze buigt wat voorover en gebaart dat ik hetzelfde moet doen, dus ik buig lichtjes naar haar toe. 'Mannen die hier komen, zijn foute boel. Dus als je zeker weet dat je man hier komt…' Ze maakt haar zin niet af, maar haar boodschap is duidelijk.
Ze geeft me nog een knikje, alsof ze daarmee wilt controleren of de boodschap echt duidelijk was. Ik knik ter bevestiging.
'Het spijt me, maar ik kan u verder nergens mee…'
De roodharige achter de balie wordt plots onderbroken door iemand achter me: ’Rose?'
Ik herken de stem meteen. Ik herken ook de lichamelijke reactie die ik weer heb, alleen al bij het horen van zijn stem. Misschien is het ook gewoon zijn aanwezigheid, ik weet het niet, maar mijn nekharen staan meteen weer overeind.
Ik draai me om en ik heb het gevoel alsof ik spontaan zenuwachtig word, alleen maar omdat hij hier opeens is. Mijn knieën beginnen te knikken en mijn handen trillen lichtjes.
Ik wist niet dat ik een zwak voor mannen in een pak had, of misschien heb ik er nooit zo op gelet. Dennis draagt nooit een pak… Maar blijkbaar heb ik er toch echt een zwak voor. 
Hij draagt een driedelig donkergrijs maatpak met een zwart hemd. De stof ziet er zacht uit en ik heb de neiging om met mijn vingers er overheen te gaan, al vind ik dat een behoorlijk gekke gedachte van mezelf.
Hij doorbreekt de stilte die tussen ons in hangt. ’Wat doe je hier?'
Ik kan hem hetzelfde vragen, aangezien het net zo vreemd is dat hij hier zelf rondloopt, maar dat doe ik niet. In plaats daarvan begin ik te stamelen, alsof mijn IQ net met honderd punten gezakt is. ’Ik… ik… eh… een kamer huren?' 
Hij knijpt zijn zwarte ogen samen en schudt langzaam zijn hoofd heen en weer. 'Nu lieg je.'
'O…' komt er alleen maar uit mijn mond.
'Ga je me nog vertellen wat je hier doet, of moet ik het aan haar vragen?' Hij kijkt even naar de roodharige vrouw achter de balie, waardoor ik weet wie hij met haar bedoelt.
Ik haal mijn schouders op, alleen maar omdat ik geen woord uit kan brengen. 
Hij geeft een knikje naar de vrouw achter de balie.
'Ze kwam hier ene meneer De Jong zoeken. Haar man.' antwoordt ze vrijwel meteen.
Ik werp de roodharige meteen een blik toe waarmee ik bijna wil schreeuwen: 'wat de fuck?'. Wat is er gebeurd met: ik mag die informatie niet verstrekken? Of is zij soms ook al zo gehypnotiseerd door hem?
'Je man?' Hij spreekt het woord man met behoorlijk veel minachting en walging uit. 'Rose?'
Ik kom ineens weer tot leven. Een klein beetje dan.
'Nee, joh. Onbelangrijk detail…' mompel ik.
'Onbelangrijk?' vraagt hij op een kille toon.
Ik haal mijn schouders op. 'Ik kan maar beter weer gaan…'
Ik wil een stap naar voren zetten, maar hij zet een stap in mijn richting waardoor hij meteen mijn weg blokkeert. Ik kijk hem een beetje verbaasd aan.
'Mag ik niet gaan?'
Hij schudt zijn hoofd en blijft me even aankijken met die lege, maar o zo intense blik. Ik wiebel een beetje nerveus heen en weer, van mijn ene been op mijn andere.
'Je bent er pas net.'
Ik haal mijn schouders op. 'Ik kwam niet echt voor de gezelligheid…'
'Dat komt goed uit. Ik ben alles behalve gezellig.' 
Dat verbaast me eerlijk gezegd niks. Ik denk zeker niet dat deze man gezellig is, maar ik geloof wel dat hij heel veel andere dingen is. Op dit moment vind ik hem vooral intrigerend.
'We gaan wat drinken.' Ik voel zijn hand op mijn rug en ik weet dat ik me eigenlijk zou moeten verzetten. Al helemaal omdat er een kans bestaat dat Dennis in dit hotel rondloopt. Het lukt me echter totaal niet en ik laat me door hem richting de ruimte leiden, waar ik Lizzy net ook naar binnen heb zien gaan.
Het is inderdaad de hotelbar. Ik zie Lizzy ook al vrij snel zitten, maar ik doe net alsof ik haar niet zie en ik betwijfel of ze mij überhaupt heeft gezien. Ik kijk wel meteen rond of ik de donkerblonde haren van Dennis ergens zie, maar gelukkig is hij nergens te bekennen.
We lopen richting de bar en ik schrik als ik vlak voor de bar aan mijn heupen omhoog word getild en op een van de krukken word neergezet. Hij houdt zijn handen even aan de rugleuning van de kruk vast, zodat hij me insluit en zijn lichaam vlakbij de mijne is. ’Is het te vroeg om alcohol te drinken, Rose?’
'Het is nooit te vroeg om te drinken.' Het is een uitspraak van de oude Rose. Degene die ik was, voordat ik Dennis leerde kennen. Dennis vindt dit soort uitspraken van mij namelijk verschrikkelijk.
Maar deze man, die ik tot nu toe amper heb zien lachen, krijgt er daadwerkelijk een kleine glimlach van op zijn gezicht. 'Dat hoor ik graag. Drink je altijd gin?'
Hij neemt plaats op de kruk naast me en ik heb het gevoel alsof ik weer adem krijg, door de afstand die er nu tussen ons in is.
Ik schud mijn hoofd. 'Alleen als ik stiekem drink.' Het slaat helemaal nergens op, want gin ruikt behoorlijk en het lukt vaak niet eens om het stiekem te drinken. Ik zou beter wodka kunnen kiezen.
'Je klinkt als een alcoholist…' Hij wenkt de ober. 'Wat drink je het liefst, als je niet stiekem drinkt? Je mag alles kiezen…'
Als hij dat op zo een manier zegt, voelt het voor mij bijna als een uitdaging om iets heel aparts te gaan kiezen. 
Ik besluit toch maar voor het eerlijke antwoord te gaan. 'Cosmopolitan.'
Ik kijk even opzij, in de richting waar ik Lizzy net zag zitten. Het ziet er naar uit dat die twee het wel leuk hebben samen.
Ik schrik als ik zijn hand op mijn blote knie voel. 'Hoe gaat het met je knie?'
'O, ja goed…' Ik staar naar zijn hand, die warm aanvoelt tegen mijn blote huid. 
Ik heb nog getwijfeld om een broek aan te trekken, maar gelukkig viel de schaafwond mee, dus ik ben gewoon voor een zomers jurkje gegaan. 
Misschien had ik dat niet moeten doen. Vooral nu hij zijn hand daar neer heeft gelegd.
'Je moet dat eigenlijk niet doen…'
Hij kijkt me aan, donker en doordringend, zijn hand nog steeds op mij knie. 'Eigenlijk?'
Ik knik traag. 'Eigenlijk niet, nee…'
'Maar?'
Ik kijk weer in de richting van Lizzy, alsof ik stiekem hoop dat zij me komt redden. Lizzy is helemaal niet met mij bezig. Ik vraag me af of ze wel gezien heeft dat ik hier zit.
'Ik weet het niet…' Ik begin nu echt bloednerveus te worden. 
Zijn vingertoppen bewegen lichtjes over mijn knie en zetten meteen mijn hele huid in brand. 'Je vindt het fijn…'
'Ja,' geef ik toe.
Hij lacht even, bijna onzichtbaar en totaal niet oprecht, en laat mijn knie weer los. Ik besef me opeens dat hij gewoon een spelletje met me aan het spelen is. 
Aantrekken en afstoten.
Ik ga dit spel echt niet met hem spelen. Onder geen enkele voorwaarde.
Ik wil mezelf net van de kruk af laten glijden, als de ober een martini-glas met een donkere, roze vloeistof voor me neer zet.
'Het zou erg onbeleefd zijn om nu weg te gaan…' Hij blijft me aankijken en ik bespeur enige onzekerheid in zijn blik, waarvan ik niet had verwacht dat hij dat zou hebben. Het verrast me en maakt me ergens wel nieuwsgierig naar meer. 
Meer van hem.
'Ik ga niet weg…'
Niet? Ik ging toch weg? Waar ben ik nou weer mee bezig?
'Maar…'
Ga ik dit spelletje toch met hem spelen?
'Dan wil ik wel weten wie je bent…'

 

 


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Mireille
2 jaar geleden

Deze net ontdekt en alle afleveringen na elkaar gelezen. Smaakt zéér zeker naar meer. Heerlijk om te lezen