Chapter Twenty-One

 

De rest van de avond voel ik me nog ongemakkelijker en ik merk dat ik daardoor steeds chagrijniger word. Het vrolijke gedrag van Lars werkt me behoorlijk op mijn zenuwen en het berichtje van Dean - waar ik overigens niet op gereageerd heb - is verwarrend. Het zorgt ervoor dat ik hem mis en dat ik op dit moment liever bij hem was, dan hier met mijn schoonfamilie.
'Als je morgen weer zo slecht gehumeurd ben, dan blijf je maar thuis,' geeft Lars aan, wanneer we rond elf uur in de auto naar huis zitten. 'Op deze manier verpest je kerst voor iedereen.'
Ik snuif verontwaardigd, al is de gedachte om morgen alleen thuis te blijven nog niet eens zo vervelend. In dat geval zou ik de hele dag in bed kunnen blijven liggen, met de deken over mijn hoofd en zonder dat ik met iemand hoef te praten. 'Klinkt als een goed idee,' mompel ik op een ongeïnteresseerde toon.
'Wat is je probleem nou eigenlijk, Nien?!' Lars werpt een boze blik in mijn richting, maar focust zijn blik al vrij snel weer op de weg. 'Wat wil je nou eigenlijk?!'
Dean, is het eerste wat er door mijn hoofd gaat, maar dat spreek ik niet hardop uit. 'Ik weet niet wat ik wil.' Ik sla mijn armen over elkaar en draai mijn gezicht richting het zijraam, omdat ik op dit moment niet naar Lars wil kijken. Er is iets wat ik hardop uit moet spreken, maar ik vind het nogal lastig. Kom op, Nien… 'Ik ben niet gelukkig op deze manier.'
'Op deze manier…' herhaalt hij met een spottend lachje. Hij schudt gefrustreerd zijn hoofd en hij haalt een hand door zijn haren. 'Welke manier bedoel je dan?'
Ik weet niet hoe ik hem dat uit moet leggen, dus er komen slechts wat onsamenhangende termen uit mijn mond. 'Gewoon. Wij. Ons… Dit.'
Lars kijkt me weer heel even aan en lacht scheef. ’Je zult wat duidelijker moeten zijn, Nien, want daar begrijp ik niets van.’
Hij begrijpt het wel - dat zie ik aan hem en dat hoor ik aan zijn toon - maar hij probeert het te ontkennen. Hij wil het niet weten, omdat hij waarschijnlijk denkt dat het vanzelf wel weer weggaat… maar dat gaat het niet.
'Voel jij je wel tot mij aangetrokken?' Dit heb ik hem nooit eerder durven vragen, maar het is misschien wel hetgeen wat mij het meeste dwars zit. Ik heb namelijk het gevoel alsof hij op een bepaalde manier van mij walgt.
'Wat?' Zijn stem schiet wat omhoog en hij lacht een beetje gek. 'Is dat wat je dwars zit? Denk je dat ik jou niet aantrekkelijk vind?'
Ik heb liever dat hij gewoon antwoord geeft op mijn vraag. Dat hij er voor mijn gevoel omheen praat, ergert me behoorlijk. ’Ik weet het niet, Lars.’
'Nien…' Er gebeurt iets geks, want zijn hand belandt opeens op mijn been. Ik kan me niet herinneren dat hij dat ooit eerder heeft gedaan. Het voelt… ongemakkelijk. 'Ik zou toch niet met je getrouwd zijn als ik je onaantrekkelijk zou vinden?' En weg is zijn hand. Ik denk dat het voor hem ook nogal ongemakkelijk voelde. 'Moet ik vaker tegen je zeggen dat ik je knap vind?'
Ik gooi mijn hoofd naar achteren - tegen de hoofdsteun van mijn stoel - en knijp mijn ogen dicht. Hij begrijpt er helemaal niets van, dat blijkt nu wel weer. ’Je moet helemaal niets.’
'Wat wil je dan?'
'Ik…' Ik weet helemaal niet meer wat ik op dit moment wil, dus ik schud slechts mijn hoofd en slaak een diepe zucht. 'Het zou niet zo moeilijk moeten zijn.'
'Ik weet niet of dat klopt, hoor.' Hij gniffelt een beetje en prikt me plagend in mijn zij. Ik denk dat hij probeert de sfeer wat luchtiger te maken, maar wat mij betreft mislukt dat heel erg. 'Mijn ouders zeggen altijd dat een huwelijk hard werken is.'
'We leven niet meer in 1950, Lars!' spuug ik gefrustreerd naar hem. Mijn stem weerklinkt hard door de auto, ik schreeuw bijna. 'Je hoeft tegenwoordig niet meer bij iemand te blijven, waar je je niet tot aangetrokken voelt!'
Mijn stem klonk zojuist oorverdovend hard, maar de stilte die volgt is nog veel pijnlijker en komt vele malen harder binnen.
'Wat wil je daar mee zeggen?' vraagt Lars uiteindelijk met een zachte, onzekere stem. 'Ga je bij me weg?'
Ik moet even slikken van zijn vraag, want op dat punt zit ik nog niet. Dat we dit überhaupt bespreken vind ik al een enorme stap. 'Ik weet het allemaal even niet.' Ik kan hem op dit moment niet beloven dat ik bij hem ga blijven - want dat weet ik ook niet - maar ik ben nog niet zo ver dat ik de handdoek in de ring wil gooien. Nog niet.
'Ik wil niet scheiden, Nien.' Zijn stem breekt, terwijl hij dat zegt — iets wat ik nog nooit eerder bij hem gehoord heb. Hij is echt heel erg van slag en dat raakt me behoorlijk, want ondanks dat ik geen verliefdheid voor hem voel, voel ik wel liefde voor deze man. 'Dat zou zo zonde zijn…'
'Dat weet ik,' zeg ik kalm. Ik pak zijn hand op de versnellingspook vast en knijp er zachtjes in. 'Ik wil ook niet scheiden.' Misschien zou ik daar een maar achteraan moeten plakken, maar ik denk dat ik hem dan onnodig een trap na geef.
Ik wil ook niet scheiden - dat is de waarheid - maar misschien moeten we het uiteindelijk wel doen. Op dit moment zijn we beiden niet gelukkig, want ik zie heus wel dat Lars ook niet tevreden is met hoe alles op dit moment gaat.
'Wil je nog wel je best er voor doen?' vraagt hij, wanneer hij de auto uiteindelijk voor onze deur parkeert. Hij haalt de sleutel uit het contact, maar maakt geen enkele aanstalten om uit te stappen en blijft me afwachtend aankijken. 'Als het niet zo is, dan wil ik het ook weten… maar ik hoop eigenlijk wel dat je…'
'Ja,' onderbreek ik hem. Het voelt laf om nu nee te zeggen en ik heb het gevoel dat ik het aan Lars verplicht ben om er voor te vechten. Ook al weet ik diep van binnen dat het waarschijnlijk heel weinig op zal leveren. Ik kan nu echter niet weglopen, zonder het te proberen. 'Ik wil mijn best ervoor doen.'
Hij glimlacht voorzichtig naar me en knikt. ’Gelukkig.’
'En jij?' vraag ik, als hij meteen daarna uit wil stappen. Het maakt me boos dat hij alleen van mij lijkt te verwachten dat ik mijn best ga doen, terwijl hij ook behoorlijk wat dingen zal moeten veranderen.
'Ik?' Hij laat het portier weer dichtvallen en kijkt me vragend aan.
'Ja, jij!' roep ik verontwaardigd. 'Ik wil niet getrouwd zijn met iemand die me niet ziet staan, of me niet wil aanraken!'
'Aanraken?' De manier waarop hij naar me kijkt is vernederend. Hij walgt overduidelijk van het idee. 'Eh, Nien… je bent gisteren nog met iemand anders naar bed geweest, dus je kunt nu niet van me verwachten dat ik…' Weer dat ongemakkelijke lachje, gevolgd door het hoofdschudden. 'Ik heb je gezegd dat ik tijd nodig heb.'
Ik knik, omdat ik geen idee heb hoe ik hier anders op moet reageren.
Kan ik hem deze reactie kwalijk nemen? Nee…
Heb ik het gevoel dat hij dit als excuus aangrijpt om fysieke afstand van me te nemen? Ja…
Ik begin steeds meer te twijfelen of wij nog wel te redden zijn.

 

Lars gaat vrij kort nadat we thuis zijn gekomen naar de slaapkamer om nog wat tv te kijken en vervolgens te gaan slapen. Mijn hoofd draait op dit moment overuren, waardoor ik weet dat ik voorlopig nog geen slaap kan vatten.
Ik blijf daarom beneden en installeer mezelf met een dekentje en onze gezamenlijke tablet op de bank. Mijn bedoeling was om wat spelletjes te spelen of zo… maar Lars heeft blijkbaar gisteren niet alles afgesloten, nadat hij de tablet gebruikt heeft.
'Sukkel,' fluister ik in mezelf, als ik zie dat Google nog open staat met de zoekopdracht Dean van Ree. Zelfs ik heb Dean nog nooit online opgezocht, dus ik heb geen idee wat Lars allemaal gevonden heeft.
En, ja… stiekem ben ik enorm nieuwsgierig nu.
Ik heb mezelf wel eens online opgezocht - omdat ik me afvroeg wat er allemaal te vinden was - maar dat leverde heel weinig op. Mijn social media pagina’s kwamen bovendrijven en een artikel over een prijs die ik ooit via mijn studie had gewonnen, maar daar bleef het ook bij.
Blijkbaar ligt dat bij Dean wel iets anders, want er zijn meerdere artikelen, een heleboel foto’s en allerlei websites te vinden op zijn naam. Ik krijg bijna het gevoel alsof hij een of andere bekende Nederlander is of zo.
Ik scroll door de artikelen heen en kom er op die manier achter dat zijn vader blijkbaar een behoorlijk groot en goedlopend bedrijf op heeft gericht - iets met softwarebeveiliging - waar Dean nu de eigenaar van is. Ik lees meerdere keren de termen miljonairszoon en eerste erfgenaam en het wordt steeds duidelijker dat hij echt abnormaal veel geld heeft.
Ik begin Colin’s jaloezie steeds beter te begrijpen, want als Dean alles heeft gekregen en hij niets… Jeetje. Dan is hij nogal wat misgelopen.
Shit, Lars heeft dit vast ook allemaal gelezen en om de een of andere reden vind ik dat rot voor hem of zo. Wij zijn niet arm, maar ik zou ons ook niet willen bestempelen met de titel rijk. Ik kan me enigszins voorstellen dat Lars zich nu behoorlijk bedreigd voelt door iemand als Dean, als hij wellicht denkt dat ik voor zijn bankrekening gevallen ben — wat natuurlijk niet het geval is.
Ik houd automatisch mijn adem in, als mijn aandacht getrokken wordt door de titel van een artikel. De datum die erbij staat is van december vorig jaar… en dat vind ik vreemd.


Zoon van erfgenaam 'van Ree' vermist tijdens vakantie in Canada
De 4-jarige L. van Ree is sinds 15 december vermist in Canada. Hij is voor het laatst door zijn moeder gezien, tijdens een wandeling in Banff National Park. Het Ministerie van Buitenlandse zaken is op de hoogte van de vermissing, aldus een woordvoerder.
L. van Ree is de zoon van de zesentwintigjarige miljonairszoon Dean van Ree, erfgenaam van de twee weken eerder overleden Marcus van Ree. Over de toedracht van de vermissing is verder niets bekend.


Ik krijg hier een vreemd gevoel bij, al kan ik niet precies mijn vinger erop leggen, wat ik er zo vreemd aan vind. Het roept ook een hoop vragen bij me op.
Was Dean op dat moment ook in Canada aanwezig?
Waren Lauren en Dean op dat moment nog samen?
Is Lennon nog teruggevonden... levend of dood?