Chapter Twenty-Two

 

Ik heb hier helemaal niet goed over nagedacht en dat past helemaal niet bij mij. Daarnaast heb ik Lars beloofd om geen contact meer met hem te hebben. Of, nou ja… hij zei dat ik hem niet meer mocht zien en technisch gezien valt bellen daar natuurlijk niet onder.
Ik kan het gewoonweg niet laten.
Mijn telefoon gaat inmiddels voor de derde keer over en ik wacht nog steeds gespannen af of hij op gaat nemen. Misschien slaapt hij al. Aangezien het half twee ’s nachts is zou dat helemaal niet vreemd zijn.
'Hm?' is het enige wat ik vervolgens hoor. Het klinkt alsof ik hem gewekt heb en ik voel me meteen ontzettend schuldig. Shit, dit was echt een dom idee. Ik weet niet eens waarom ik hem precies bel.
'Heb ik je wakker gemaakt?' fluister ik zachtjes, om te voorkomen dat ik Lars ook nog wek.
'Niet echt,' mompelt hij en ik denk dat ik hem hoor gapen. 'Sta je voor mijn deur of zo?'
Was het maar zo. 'Nee, eh… ik weet eigenlijk helemaal niet waarom ik je bel,' besluit ik maar eerlijk toe te geven. 'Het ging een beetje vanzelf. Sorry. Als je het vervelend vindt, dan moet je het zeggen, want dan…'
'Praat niet zo veel,' onderbreekt hij me grinnikend. 'Waarom lig je nog niet te slapen?'
Omdat ik niet naast mijn man wil liggen, maar naast jou. 'Ik weet het niet.'
'Moet je morgen niet vroeg opstaan of zo? Aangezien het Kerst is…'
Ik slaak een diepe zucht, terwijl ik aan morgen denk. Voor het eerst in mijn leven zie ik er ontzettend tegenop om morgen Kerst met mijn familie door te brengen. 'Ik denk dat ik me ziek ga melden…'
'Ziek melden voor Kerst? Aha…' Het blijft even stil en ik denk erover na om het gesprek te beëindigen. Ik had hem helemaal niet moeten bellen, want het is dom en ik val hem vast lastig. 'Wil je hier naartoe komen?'
'Dat kan niet,' piep ik. Ik knijp mijn ogen dicht en druk mijn vingertoppen tegen mijn slaap, omdat ik een stevige hoofdpijn op voel komen. 'Lars heeft me… Hij weet het, Dean. Ik kwam vanochtend thuis en hij wist alles al. Ik denk dat Colin hem gisteren gebeld heeft.'
'Colin?'
Ik vertel hem wat Lars allemaal gezegd heeft en wat er verder voor is gevallen. Het kan zijn dat ik wat te veel details vertel, maar dat kan me op dit moment niet zo veel schelen. Ik moet dit namelijk aan iemand kwijt en buiten Dean - en Lars - kan ik het hier met niemand over hebben. 'Dus nu mag ik je niet meer zien,' sluit ik mijn verhaal uiteindelijk af. Ik heb misschien wel vijf minuten onophoudelijk zitten ratelen, zonder dat Dean er tussen kon komen.
'Waarom bel je mij dan?' Zijn toon is behoorlijk nors en het klinkt alsof ik hem erger. 'Je zegt net dat jullie je best gaan doen om jullie huwelijk te redden. Wat moet ik in godsnaam met die informatie, Nina? Ik ben geen vriend van je, die je voor dit soort shit op kunt bellen…'
Ik weet niet goed hoe ik daar op moet reageren en ik kan alleen maar het spijt me zeggen. Het was dom om dat tegen hem te vertellen en ik had kunnen verwachten dat hij dit helemaal niet wilde weten.
'Bel je mij om me te vertellen dat we geen contact meer kunnen hebben?' vraagt hij, nog steeds net zo nors. 'Want dat is wel duidelijk. Dan kunnen we dit gesprek afron…'
'Nee!' zeg ik veel sneller dan mijn brein de tijd heeft om hier goed en wel over na te denken. Het lijkt een soort instinctieve reactie, alsof mijn lichaam tegen me schreeuwt en me vertelt dat ik helemaal niet zonder hem kan. Over mijn volgende woorden heb ik net zo min nagedacht. 'Ik wil je zien.'
'Je zegt net dat dat niet mag.'
Waarom doet hij nou zo moeilijk?
'Maar ik wil het wel. Heel graag…' Ik bijt op mijn lip en probeer ondertussen om een oplossing voor dit probleem te bedenken. Ik wil hem zien, zonder dat Lars daar achter komt — hoe slecht die gedachte ook is. 'Zou jij ook hierheen kunnen komen?'
'Of ik naar jou kan komen?' Ik hoor dat hij lacht. 'Dat lijkt me absoluut geen goed idee. Ik heb geen zin om die Lars te ontmoeten.'
'Ik bedoel niet naar mijn huis…' Shit, shit shit… Ik wil hem echt graag weer zien, maar tegelijkertijd wil ik mijn belofte aan Lars eigenlijk ook graag nakomen. De drang om Dean weer te zien is echter sterker. 'Misschien kunnen we ergens bij mij in de buurt afspreken?' Voor mijn gevoel blijft het vervolgens een eeuwigheid stil en mijn hart begint steeds sneller te kloppen. Het maakt me onzeker en ik verlies na een paar minuten - of misschien zijn het slechts een paar seconden - al meteen mijn geduld. 'Maar dat hoeft niet, als je dat niet wil…'
'In een hotel?' vraagt hij vervolgens alsnog.
'Ja, bijvoorbeeld…' Mijn hart klopt nog steeds ontzettend snel, maar nu vanwege heel andere redenen. Ik raak al opgewonden door alleen al te denken aan de eerstvolgende keer dat ik hem zie. 'Morgen…'
'Morgen is het Kerst.'
'Dat weet ik.' Ik wil hem graag zo snel mogelijk weer zien, ook al betekent dit dat ik mijn familie moet voorliegen en mijn - normaal gesproken - meest favoriete periode van het jaar niet met hun zal doorbrengen. 'Ik wil deze Kerst graag met jou doorbrengen.'
'Misschien heb ik al plannen.'
Dat lijkt me zeer onwaarschijnlijk, want Dean is helemaal niet in de stemming voor Kerst. De enige plannen die hij wellicht heeft, zijn met een fles wodka. ’Die heb je ook,' zeg ik daarom vol zelfvertrouwen. 'Met mij.'

 

Ik slaap die nacht slechts een paar uurtjes, waardoor het niet heel lastig is om de volgende dag te doen alsof ik me belabberd voel — ik voel me namelijk daadwerkelijk hondsberoerd. Ik vermoed dat het deels door het slaaptekort komt, maar ook zeer zeker door mijn knagende schuldgevoel. Op deze manier geef ik mijn huwelijk met Lars geen enkele kans van slagen.
'Je ziet er ook echt pips uit, Nien…' zegt Lars, terwijl hij een oprecht bezorgde blik naar mijn bleke gezicht werpt en de rug van zijn hand tegen mijn voorhoofd plaatst. 'Wil je dat ik hier blijf om voor je te zorgen?'
O shit, nee… dat is absoluut niet de bedoeling. Ik schud meteen mijn hoofd. ’Nee, joh… ik wil Kerst niet voor je verpesten.'
Zijn wenkbrauwen trekken in een frons en heel even krijg ik het gevoel alsof hij door heeft dat er iets niet klopt. Als dat al het geval is, dan laat hij daar echter vrij weinig van merken. 'Maar als er iets met je aan de hand is, dan ben ik niet zo één-twee-drie weer thuis…'
Eerste Kerstdag brengen we altijd bij mijn familie in Den Bosch door — nogal een eindje hier vandaan. In de ochtend is er altijd een kerkdienst en daarna gaat mijn hele familie naar mijn oom en tante, waar we de rest van de dag - tot in de avond - doorbrengen. In dit geval is dat heel gunstig, aangezien het mij de ruimte geeft om er ongezien tussenuit te glippen.
’Ik heb gewoon een griepje onder de leden, Lars. Waarschijnlijk lig ik de hele dag in bed en kan niemand iets voor me doen…’ Het is niet geheel gelogen, aangezien ik verwacht inderdaad de hele dag in bed te liggen — alleen op een andere manier dan dat Lars denkt.
'Oké. Ik ben rond tien uur thuis…' Het is fijn dat hij dit zelf al benoemt, want dan hoef ik daar niet meer naar te vragen. Ik ga er dus voor de zekerheid vanuit dat ik uiterlijk rond negen uur weer thuis moet zijn — voor het geval hij iets eerder thuiskomt. '… maar als je liever wil dat ik eerder kom, dan moet je mij opbellen. Afgesproken?'
Ik ben schijnheilig. Zo ontzettend schijnheilig. Ik verloochen mijn huwelijk… alles waar ik voor sta behandel ik zonder enig respect. En het allerergste is, dat het me ontzettend weinig moeite kost. ’Natuurlijk.’
Ik wacht geduldig totdat Lars gedoucht, omgekleed en vertrokken is, voordat ik zelf een uitgebreide douche neem en mijn meest sexy lingerie aantrek. Voor de zekerheid - voor het geval ik strakjes halsoverkop terug naar huis moet vertrekken - houd ik de rest van mijn outfit simpel en comfortabel, klaar om straks geloofwaardig ziek mee in bed te liggen.
Ik ben nerveus… maar het zijn fijne zenuwen. Het zijn kriebels die me voorbereiden op alles wat me zometeen te wachten staat, tintelingen die mijn lichaam langzaamaan verwarmen en me met de seconde enthousiaster maken.
Misschien zijn het vlinders — ik weet het niet.
Ik ga lopend naar het hotel - het ligt op slechts een kwartiertje loopafstand van ons huis -  omdat ik niet het risico wil lopen dat iemand me rond ziet rijden of mijn auto zometeen op de parkeerplaats van het hotel opmerkt. We wonen in een dorp en de mensen die hier wonen hebben nogal de neiging om zich met elkaar te bemoeien — niet de meest ideale omgeving voor stiekem gedrag.
Wanneer ik de parkeerplaats van het hotel bereik, valt mijn oog vrijwel meteen op een rode Honda Civic. Dat lijkt wel… nee, dat kan niet. Het is gewoon toevallig dezelfde auto. Dat is helemaal niet zo vreemd. Toch?
Alsnog loop ik naar het voertuig, om de auto van dichtbij te bekijken. Het is alsof iets in mij aanvoelt dat er iets niet helemaal klopt — een soort onderbuikgevoel of intuïtie.
Wanneer ik bij het bestuurdersportier sta en een blik naar het interieur van de auto werp, wordt mijn vermoeden bevestigd. De kleine scheur in de bekleding van bijrijdersstoel, de grijze houder voor zijn telefoon - die met een zuignap aan zijn vooruit bevestigd is - en, als klap op de vuurpijl… het kettinkje met het kruisje aan zijn achteruitkijkspiegel
De ketting die hij drie jaar geleden van mij cadeau heeft gekregen.
Dit is zonder enige twijfel de auto van Lars. De vraag is alleen waarom hij op de parkeerplaats van dit hotel staat.