Chapter Twenty-Four

 

Hij is hier met iemand anders. Die woorden blijven zich in mijn hoofd afspelen, als een plaat die op repeat staat en maar blijft doorgaan. Het wordt echter op geen enkele manier logisch, hoe vaak het zich ook herhaalt.
De gedachte dat Lars me bedriegt is zo vreemd… ik kan het niet echt uitleggen. Het voelt gewoon onwerkelijk, alsof er iets niet klopt. 'Weet je het wel zeker?' vraag ik daarom aan Dean.
'Denk je dat ik over zoiets zou liegen?' vraagt hij op een verontwaardigde toon. Dat is helemaal niet wat ik veronderstel, maar het zou kunnen dat hij zich vergist of zo — ik weet het niet.
'Dat zeg ik niet, maar…' Ik haal mijn schouders omhoog, adem diep en langzaam in, om vervolgens de lucht even in mijn longen vast te houden. 'Ik denk dat ik gewoon graag wil dat het niet waar is.'
Alles wat ik op dit moment zeg, klinkt hypocriet. Ik heb Lars zelf bedrogen en ik twijfel de laatste tijd beschamend veel aan mijn huwelijk… maar ik kan nu wel janken omdat hij me exact hetzelfde flikt.
'Kom hier.' Dean trekt me een stukje omhoog, zodat ik tegen zijn borstkas aan lig en hij zijn armen om me heen kan slaan. Zijn lichaamsgeur en -warmte hebben een kalmerend effect op me. 'Ik weet hoe het voelt als de grond onder je voeten vandaan zakt.'
O shit, nu voel ik me ook nog schuldig tegenover Dean. Mijn pijn is niets, vergeleken bij wat hij elke dag moet doormaken. 'Het gaat wel,' zeg ik daarom snel en ik slik mijn tranen weg. 'Je hebt dus gezien met wie hij hier was…' Ik twijfel even of ik mijn volgende vraag wel moet stellen, want het is vast ontzettend dom. Toch wil ik het weten. 'Was ze knap?'
Ik hoor dat hij diep in- en uitademt, in een soort zucht. Hij vindt mijn vraag vast ook heel erg dom. 'Daar kan ik je geen antwoord op geven.'
Vreemde reactie. 'O, eh… oké,' mompel ik en ik duw mezelf van zijn lichaam af. Ik voel me opeens behoorlijk ongemakkelijk en wil mijn rode, kanten slipje van de vloer oprapen, zodat ik me weer kan aankleden.
'Ik bedoel…' Hij houdt me tegen door mijn hand vast te pakken. Er volgt wederom zo een soortgelijke zucht en ik zie dat hij geërgerd kijkt. 'Ik weet niet goed hoe ik je dit moet vertellen.'
Er kruipt een soort rilling over mijn ruggengraat, omdat ik plots het gevoel heb dat hij iets ergs voor me verzwijgt. 'Wat dan?'
'Je vraagt me of ze knap is en… ik kan je daar geen antwoord op geven.' Hij herhaalt in principe hetzelfde als wat hij een paar seconden geleden ook al zei. Ik begrijp niet waarom hij de noodzaak voelt om dat nogmaals te herhalen, want het was me net ook al duidelijk dat hij me niet wil vertellen of hij haar knap vindt. 'Het was namelijk geen ze…'
Ik begrijp hem niet, dus ik kijk hem verward aan en schud mijn hoofd. 'Hoe bedoel je?'
'Nina…' Hij slaat zijn ogen even neer en kijkt naar mijn hand, die hij nog steeds vasthoudt. 'Ik heb hem niet met een andere vrouw gezien.'
Er komt een nerveus en ongemakkelijk lachje uit mijn mond. Mijn brein heeft geen idee wat het met deze informatie moet. 'Eh, oké… wat wil je nu precies zeggen?'
Zijn ijsblauwe ogen kijken recht in de mijne, met een soort vertwijfelde, onzekere blik — iets wat ik niet echt bij hem gewend ben. ’Hij was met een man, niet met een vrouw.’
'Ja, hoor…' Ik lach weer, alsof ik geen woord geloof van wat hij zegt. Nou… ik geloof hem in principe wel, maar zijn conclusie - die er kristalhelder doorheen schemert - is ronduit belachelijk. 'Ik weet niet wat jij allemaal in je hoofd haalt, maar je zit er echt zo erg naast…'
Hij laat mijn hand los en slaat zijn armen over elkaar. Zijn houding wordt ietwat arrogant, wellicht omdat ik hem zojuist beledigd heb door hem niet meteen te geloven. ’Is dat zo?'
'Lars valt niet op mannen,' antwoord ik vol overtuiging.
Ik weet niet zo goed wat ik verder nog moet zeggen, dus ik blijf hem zwijgend aankijken. Misschien verwacht, of hoop, ik dat hij er nog iets aan toe gaat voegen - iets wat zijn oordeel ontkracht - maar dat doet hij niet.
'Dean?' Ik weet niet eens wat ik precies van hem vraag nu, maar de twijfel begint alsnog bij me toe te slaan. Het voelt alsof er opeens een betonblok op mijn borstkas is geplaatst, die ademhalen ontzettend bemoeilijkt.
'Het spijt me, Nina.'
Dit kan niet. Het kan gewoon niet. 'We zijn al negen jaar samen. Negen jaar, Dean. Als dat zo was, dan had ik het toch allang gemerkt?'
'Ik weet het ook niet…' Hij pakt mijn hand weer vast en legt zijn beide handen er omheen. Het is een klein en simpel gebaar, maar het heeft een troostende werking. 'Soms zie je dingen niet, ook al zit je er met je neus bovenop.'
Het kost me nog steeds ontzettend veel moeite om het te geloven en ik zoek nog steeds naar iets, wat al deze aantijgingen min of meer ontkracht. 'Maar hoe weet je het zo zeker? Misschien heb je hem met iemand gezien die hij kent, een gewone vriend…'
Er kunnen zo veel verschillende redenen bestaan over waarom Lars hier met een man is. Dat wil niet meteen zeggen dat hij op mannen valt.
'Kust hij al zijn gewone vrienden op de mond?'
Boem. Die woorden komen binnen als een mokerslag, alsof ik nu pas hoor wat Dean me al de hele tijd vertelt. Lars valt op mannen. O mijn hemel.
'O, wat erg…' Ik sla mijn hand voor mijn mond, want het volgende besef komt meteen bij me binnen. Op dit moment sta ik niet eens stil bij wat dit voor mij persoonlijk betekent, maar wel wat dit voor Lars betekent. 'Zijn ouders zullen dit nooit accepteren.'
'Is dat het eerste waar je aan denkt?' Hij lacht even en strijkt met zijn vingertoppen langs mijn wang, om een pluk haren achter mijn oor weg te stoppen. 'Het siert je dat je niet meteen aan jezelf denkt nu, maar dat mag wel.'
Ik schud mijn hoofd, want Dean heeft geen idee wat dit daadwerkelijk betekent. 'Zijn ouders zijn… heel erg ouderwets en dan druk ik me nog zacht uit. Ze gaan hier van walgen, serieus.'
Ik kan me nog herinneren dat ik jaren geleden iets vertelde over een klasgenoot van me die op jongens viel. Ik ben toen enorm geschrokken van de heftige en respectloze reactie van de ouders van Lars, op een verhaal over een jongen die ze niet eens kenden… laat staan dat het over hun bloedeigen zoon gaat.
Ik denk niet dat Lars hun dit ooit gaat vertellen.
Maar wat betekent dat?
Is hij van plan om voor altijd met mij getrouwd te blijven?
Hoe sta ik daar eigenlijk in?
Het is nu wel duidelijk dat onze huwelijksproblemen niet opgelost zullen worden, want het probleem zit veel dieper dan ik in eerste instantie dacht. Dit is iets wat we niet kunnen veranderen. Lars zal nooit anders naar mij gaan kijken en hij zal er altijd van blijven walgen om me aan te raken. Ik weet nu al dat ik daar niet mee kan leven, ook al betekent dit dat ik Lars daarmee in een lastige positie zet. O hemel… we zullen echt moeten gaan scheiden.
'Ik moet hem spreken,' gooi ik vrij abrupt eruit. Ik wurm mijn hand los uit die van Dean en kom overeind, want ik wil dit gesprek eigenlijk geen moment langer meer uitstellen. 'Ik ga hem bellen…'
'Lijkt het je verstandig om dat nu meteen te doen?' Er zit geen enkele ergernis achter zijn vraag, eerder een soort bezorgdheid. Wellicht is het inderdaad beter om alles eerst even te laten bezinken, maar dat kan ik niet.
'Het spijt me, maar ik…' Shit, mijn stem breekt al een klein beetje en ik voel de tranen in mijn ogen prikken. 'Ik moet dit doen.'
'Vraag of hij hierheen komt.'
Ik ga er vanuit dat ik dat niet goed verstaan heb, dus ik kijk hem met gefronste wenkbrauwen aan. 'Wat?'
'Dit lijkt me geen gesprek wat je telefonisch moet voeren en ik wil niet dat je in je eentje daar naartoe gaat,' legt hij uit. 'Dus vraag of hij hier naartoe komt. Desnoods met die man.'
Die man… het idee is nog steeds ontzettend onwerkelijk. Lars gaat vreemd met een man. Ik denk dat het nog wel even duurt, voordat ik dat echt kan accepteren. Ik heb absoluut niets tegen mensen die homoseksueel zijn, maar het idee dat mijn eigen man… nee, dat is gewoon te raar.
Ik bedank Dean voor zijn aanbod, maar ik vraag me af of dat op dit moment wel handig is. 'Weet je wel zeker of je Lars wil ontmoeten?'
Weet ík zeker of ik wil dat Dean en Lars elkaar ontmoeten?
Het zal nogal… ongemakkelijk worden en ik vraag me af of het verstandig is, aangezien Lars eiste dat ik Dean niet meer zou zien.
'Nee, maar ik doe het voor jou,' antwoordt hij zonder enige twijfel. Soms verbaast zijn lieve karakter me echt enorm, misschien omdat hij heel vaak ook een ontiegelijke eikel kan zijn.
Ik loop richting het bed en haal mijn telefoon uit de jaszak van mijn donkergrijze, wollen jas. Ik adem diep in via mijn neus, voordat ik met mijn duim op Lars’ naam tik om hem te bellen.
Daar gaan we dan.
Het duurt vrij lang voordat hij opneemt en er schieten allerlei gedachten door mijn hoofd, over wat daar de oorzaak van is. Zou hij op dit moment met die man… oké, daar wil ik echt niet aan denken. 'Nien, hé… alles oké?' klinkt het vervolgens door mijn telefoon. Hij is behoorlijk buiten adem, waardoor ik wederom denk dat hij… Nien, verdorie, hou op!
'Eh, ja… en nee. Luister Lars, ik…' Dit is echt verdomde moeilijk. Mijn hartslag schiet opeens gigantisch omhoog, alsof ik op het punt sta om iets ontzettend spannends te doen. Ik haal nog een keer diep adem en probeer mezelf - zo goed als mogelijk - bij elkaar te rapen. 'Ik weet dat je in het van der Valk hotel bent.'
'Wat?' Hij lacht ongemakkelijk. Het is voor mij een inmiddels bekend lachje, wat hij vaak gebruikt wanneer hij liegt. 'Waar heb je het over? Ik sta op het punt om naar je oom en tante te vertrekken, de dienst is net…'
'Hou op,' onderbreek ik hem. 'Stop met liegen, alsjeblieft. Ik weet dat je hier bent, want ik heb je auto gezien en…' Het noemen van Deans naam is nog niet zo gemakkelijk als ik dacht. Ik ben onbewust toch wel bang dat hij nu woedend wordt. '… Dean heeft je in het hotel gezien.'
'Dean?' Hij klinkt - zoals verwacht - niet blij.
Ik moet hem onderbreken, voordat hij de kans krijgt om hier een heel drama over te maken. 'We moeten praten, Lars. Echt goed praten over ons… want dit gaat niet langer zo.'
'Dat hoeft niet nu.'
'Jawel,' zeg ik snel. 'Het moet zelfs nu. Kom alsjeblieft naar kamernummer 904 en je mag…' Ik slik een paar keer. '… je mag je vriend meenemen.'
Ik beëindig vlug het gesprek, want ik wil zijn reactie niet afwachten. Ik ken Lars goed genoeg om te weten dat hij te beleefd is om nu niet op te komen dagen. Misschien heeft hij heel even de tijd nodig, maar ik weet dat hij uiteindelijk zal komen.
Hij moet wel.