Chapter Twenty-Six

 

Ik dacht dat ik geen verwachtingen had wat betreft Jonah, maar zodra Lars met hem voor de deur van de hotelkamer staat, merk ik dat ik toch behoorlijk verbaasd ben. Het is niet zo dat ik verwachtte dat Lars met een knulletje van achttien aan zou komen, maar Jonah is… ik vermoed dat hij dertig is of zo.
Hij ziet eruit als een moderne, casual man, met kort donker haar en als ik hem in de stad tegen zou komen, zou ik geen moment vermoeden dat hij op mannen valt. Niet dat ik er vanuit ga dat je dit meteen aan iemand ziet, maar… ik weet niet. Hij is ietsje kleiner dan Lars en zijn houding is ietwat voorover gebogen, alsof hij onzeker is — terwijl hij dat volgens mij niet is.
’Hoi, ik ben Nina.’ Ik strek mijn hand naar hem uit en zie dat ik enorm tril. O shit, dit is toch wel heel erg ongemakkelijk. 'De vrouw van…' Misschien moet ik dit niet zeggen, dus ik corrigeer mezelf vlug. 'Je weet vast wel wie ik ben.'
'Hoi, Nina. Leuk je te ontmoeten.' Ik krijg een behoorlijk stevige handdruk van hem en zijn lichtgrijze ogen kijken me vriendelijk, maar doordringend aan. Ik weet niet waarom, maar ik heb het gevoel alsof ik hem ergens van ken. ’Jonah.’
'Heb ik jou al eens ergens gezien?' vraag ik, in de hoop dat hij me zelf kan vertellen waar ik hem eerder gezien heb.
'Op de borrel van mijn werk,' vult Lars in, voordat Jonah zelf antwoord kan geven.
Dat verklaart een hoop, ook waar ze elkaar van kennen. ’O, jullie zijn collega’s…’
'Nee, eh…' Jonah lacht een beetje ongemakkelijk en kijk even kort naar Lars, voordat zijn lichtgrijze ogen zich weer op mij richten. 'Lars is een collega van mijn vrouw.'
Er komt een vreemde O uit mijn mond en ik heb geen idee wat verder nog moet zeggen. Dit voelt opeens meer dan ongemakkelijk en ik word spontaan een beetje misselijk. Ik had er geen enkel moment rekening mee gehouden dat Jonah wellicht ook getrouwd zou zijn en het roept meteen zo veel vragen bij me op.
'Weet je vrouw hiervan?' flap ik al meteen eruit, zonder erbij na te denken. Ik krijg meteen een blik van Lars, want dit bedoelde hij vast ermee toen hij me vroeg of ik het niet ongemakkelijk wilde maken. Ik kan er echter niets aan doen, want de woorden verlaten mijn mond geheel automatisch. 'Weet ze dat je met Lars rotzooit?'
Het valt even stil en het lijkt alsof Jonah en Lars beiden even niet weten waar ze hun blik op moeten richten. 'Eh, nee…' mompelt Jonah vervolgens zacht.
Ik wil meteen nog meer vragen op hem afvuren, maar Dean onderbreekt me net op tijd. 'Ik zal mezelf dan maar voorstellen, hè…' Hij geeft een duwtje tegen mijn schouder - waarschijnlijk om aan te geven dat ik niet zo bitchy moet doen - en schudt vervolgens Lars en Jonah de hand. 'Ik ben trouwens ook getrouwd, maar mijn vrouw weet wel dat ik met Nina rotzooi.'
Ik kijk hem met grote ogen aan, omdat ik niet kan geloven dat hij dit daadwerkelijk hardop uitspreekt. Het gezicht van Lars betrekt ook meteen, het lijkt zelfs alsof hij jaloers is of zo. Ik kan me niet herinneren dat ik hem ooit zo vals naar iemand heb zien kijken.
'Zullen we maar gaan zitten of zo?' stel ik voor en ik loop opzettelijk tussen Lars en Dean door, zodat hun oogcontact verbroken wordt. Ik heb nu al spijt dat ik voorstelde om Jonah te ontmoeten, want deze situatie is zo veel ongemakkelijker dan ik mij van te voren voorstelde.
'Graag op een plek waar jullie niet gerotzooid hebben,' mompelt Lars, terwijl hij al vanzelf richting het bruine lederen bankstel loopt, gevolgd door Jonah.
Ik twijfel of ik nu iets moet zeggen en kijk even naar Dean, die slechts grijnzend zijn schouders ophaalt. Blijkbaar gaan we niets zeggen over wat er een paar uur geleden op het bankstel is voorgevallen. ’Ik ga drank bestellen,' fluistert hij vervolgens naar me. 'Volgens mij is dat wel nodig.'
Ik vorm geluidloos het woord graag met mijn mond en loop richting het bankstel. Ik zie dat Jonah zijn hand op de bovenbeen van Lars heeft geplaatst en dat aanzicht zorgt ervoor dat mijn maag omdraait. Ik weet niet zo goed of ik het erg vind… ik vind het vooral heel erg vreemd.
'Waar hebben jullie elkaar leren kennen?' vraag ik om de stilte te doorbreken, terwijl ik plaatsneem op de grote fauteuil tegenover het bankstel. Ik krijg mijn blik met geen mogelijkheid los van Jonah’s hand, al ziet het er niet echt naar uit dat het Jonah iets kan schelen dat ik hierbij aanwezig ben. Het houdt hem in ieder geval niet tegen om openlijk mijn man aan te raken.
Mijn man. Wil ik hem nog wel zo noemen?
'Op die borrel,' antwoordt Lars. Zijn wangen kleuren rood en het is duidelijk dat hij zich schaamt om hierover te praten. 'We raakten aan de praat en…' Hij stopt even met praten en haalt zijn schouders omhoog, zonder me aan te kijken. 'Het klikte gewoon, denk ik.'
'Ik ben zelf ook gelovig opgevoed,' vult Jonah hem aan. Ik weet niet zo goed waarom, maar tot nu toe mag ik deze man niet echt. Misschien is het een vorm van jaloezie die me dwars zit, vanwege de wetenschap dat hij slaagt in hetgeen waar ik in faal: het gelukkig maken van de man waarmee ik getrouwd ben. 'Dus ik weet hoe het is.'
Mijn wenkbrauwen schieten omhoog en herhaal verontwaardigd het woord het, omdat ik er vanuit ga dat hij op ons mislukte huwelijk doelt. 'Wat bedoel je daar mee?'
Jonah lacht echter vriendelijk naar me. Zijn houding is absoluut niet vijandig en het lijkt er niet op dat hij er op uit is om mij te stangen, maar alsnog blijf ik het gevoel houden dat ik op mijn hoede moet zijn. ’Op mannen vallen, terwijl je hebt geleerd dat het niet oké is om zoiets te voelen.’
'O, zo…' mompel ik en ik friemel wat aan de mouw van mijn lichtblauwe slobbertrui. 'Dus jullie zijn al… iets sinds die borrel…' Dat betekent dat Lars mij al ongeveer drie maanden bedriegt. Misschien zelfs langer, aangezien ik geen idee heb wat hij daarvoor allemaal uitgevreten heeft. Ik kijk Lars heel kort aan en vraag: 'Was je daarvoor ook wel eens…'
'Nee, Nien…' antwoordt Lars direct.
Dean tikt tegen mijn schouder en gebaart dat ik op moet schuiven, dus ik verplaats mezelf wat meer richting de leuning van de fauteuil. Op het bankstel - naast Jonah en Lars - is meer plek, maar ik ben hem dankbaar dat hij bij mij komt zitten. Ik heb het gevoel alsof ik hem nodig heb, om ervoor te zorgen dat ik mijn kalmte niet verlies.
'We zijn ook niet iets, sinds die borrel,' gaat Lars verder. 'Ik wist eerst helemaal niet of ik dit wel wilde. Ik eh… had geen idee dat ik…' Hij ademt diep in en schudt even met zijn hoofd. Volgens mij kan hij niet hardop uitspreken dat zijn voorkeur uitgaat naar mannen. Zijn ogen kijken me vervolgens op een soort smekende manier aan. 'Ik wist het echt niet.'
Eerlijk gezegd geloof ik dat niet helemaal. Het kan namelijk niet zo zijn dat hij hier pas op zijn tweeëntwintigste achter is gekomen. 'Had je ook nooit een vermoeden?'
Hij schudt zijn hoofd en blijft me met die smekende blik aankijken. ’Ik wist niet wat ik voelde… of wat ik moest voelen. Ik dacht dat het normaal was of zo, weet ik veel. Pas nadat we vorig jaar trouwden, kreeg ik het gevoel alsof er iets niet klopte…’
Die woorden komen als een messteek bij me binnen, ook al vermoed ik niet dat het Lars zijn bedoeling is om me te kwetsen. Ik heb het gevoel alsof alle lucht uit de ruimte weg wordt gezogen en ik heb opeens een wanhopige behoefte aan frisse lucht. Zonder verder iets te zeggen, schiet ik overeind en loop ik regelrecht richting het balkon.
De ijskoude decemberlucht voelt als een klap in mijn gezicht, maar het doet me goed. Ik sluit mijn ogen, adem diep in en voel de lucht in mijn longen snijden. Het weerhoudt me ervan om in tranen uit te barsten.
Vanuit mijn ooghoek zie ik vervolgens dat Dean het balkon betreedt. Hij raakt me niet aan - alsof hij weet dat ik dat nu even niet kan verdragen - en vraagt slechts: ’Moet ik ze wegsturen?’
Ik schud mijn hoofd en slik een paar keer, zodat de brok in mijn keel enigszins vermindert. 'Nee, het gaat wel,' antwoord ik met een schorre stem. 'Ik heb alleen even een kort moment nodig.'
'Neem je tijd.' Hij geeft me een knipoog en loopt vervolgens weer richting de deuropening, om terug naar binnen te gaan. Het lijkt erop dat hij perfect aanvoelt dat ik nu heel even alleen wil zijn. 'Ze wachten maar. Dat ben je waard, Nina.'
Ik glimlach zwakjes, omdat zijn woorden lief zijn, maar ze maken het tegelijkertijd verdomde lastig om mezelf bij elkaar te houden. Ik wil niet breken… nooit niet, maar vooral op dit moment niet. Ik heb namelijk het gevoel alsof dit moment - en wat de uitkomst van dit alles gaat zijn - afhangt van hoe ík hiermee omga. 
Het voelt als een gigantische last op mijn schouders. Alsof ik perfect moet zijn, ongeacht het onrecht wat me wordt aangedaan.
Ik neem daadwerkelijk even de tijd om weer rustig te worden en wanneer ik weer naar binnen loop, is de door Dean bestelde drank zo te zien al afgeleverd. Lars en Jonah lijken druk met elkaar in gesprek, wat voor mij als een opluchting voelt, want dan hoef ik me niet meteen met hun bezig te houden.
'Wat is dat?' vraag ik aan Dean, als ik aan de zijkant van de fauteuil plaatsneem.
'Iets sterks,' antwoordt hij en hij overhandigt mij zijn glas. De alcoholische damp die van de lichtbruine vloeistof afkomt, prikt in mijn ogen. 'Ik vond het niet gepast om champagne of zo te bestellen, aangezien er niet echt iets te vieren valt.' Ik nip aan het glas en doe mijn uiterste best om niet te hoesten. Shit, dit is écht sterk. 'Ik kan nu dus niet meer terug naar huis rijden vanavond…' Hij neemt het glas weer uit mijn hand en gooit een flinke slok achterover. '… dus ik zal hier moeten overnachten.'
Het is overduidelijk een verkapte vraag of ik hier ook blijf slapen. Ik twijfel geen moment en het komt ook niet in me op om dit eerst met Lars te bespreken - want hij heeft daar wat mij betreft niets meer over te zeggen - maar ik vind het alsnog leuk om Dean een beetje te plagen. ’Helemaal alleen in deze hotelkamer?’
'Misschien vraag ik Lars en Jonah wel of ze willen blijven.'
Ik weet heus wel dat het een grap is, maar het schiet bij mij in het verkeerde keelgat. 'Dat is niet grappig. Val jij ook al op mannen?'
'Nee, Nina…' Hij tilt me een klein stukje omhoog en trekt me naar achteren, zodat ik op zijn schoot beland. Zijn mond bevindt zich vlak naast mijn oor en hij fluistert vervolgens, zo zacht dat Lars en Jonah ons niet horen: 'Ik val op jou. Alleen maar op jou.'