Chapter Twenty-Eight

 

Die avond, nacht en een groot gedeelte van Tweede Kerstdag breng ik met Dean door. Ik stel het moment om terug naar huis - naar Lars - te gaan opzettelijk zo lang mogelijk uit. In de tussentijd geniet ik zo optimaal mogelijk van mijn tijd met Dean en… O hemel, genieten doe ik zeker.
'Wanneer zie ik je weer?' vraag ik, wanneer Dean mijn straat in rijdt om me thuis af te zetten. Mijn toon klinkt wellicht een beetje wanhopig, maar zo voel ik me op dit moment ook. Het liefst nam ik namelijk helemaal geen afscheid van hem.
'Wanneer jij weer tijd voor me hebt.' Hij klinkt plagend, maar ik weet dat er een kern van waarheid - en irritatie - in zijn opmerking verscholen zit. Vanochtend heeft hij me een paar keer gevraagd waarom ik niet met hem mee naar zijn huis ga en het was duidelijk dat hij dat graag wilde — en niet geheel begrijpt waarom ik niet op zijn aanbod in ga. Ik vind echter dat ik Lars niet uit de weg kan blijven gaan en daarnaast moet ik morgen ook gewoon weer werken.
Ik bijt op mijn lip en sla mijn ogen neer, omdat ik baal van het antwoord dat ik hem moet geven. ’Ik ben bang dat dat pas zaterdagochtend zal zijn.’
'Oké.' Ik hoor aan zijn toon dat hij het alles behalve oké vindt en ik twijfel even om voor te stellen om morgenavond, na mijn werk, alsnog naar hem toe te rijden. Dat betekent echter dat ik pas na elven bij hem aan zal komen en ik rijd liever niet zo laat in de avond nog zo een lange afstand — vooral niet in dit winterse weer. 'Ik zal aan mijn advocaat doorgeven dat hij je morgen belt… als je daar nog achter staat in ieder geval.'
'Doe niet zo flauw,' zucht ik, want ik merk heus wel wat hij probeert te doen. Hij kan het overduidelijk moeilijk verkroppen dat ik op dit moment weer terug naar Lars ga en hij twijfelt aan mijn oprechtheid. 'Ik wil nog steeds scheiden.'
'Oké.' Deze keer klinkt er al iets meer opluchting door in zijn oké. Ik vind het nog steeds niet prettig om hardop uit te spreken dat ik Lars ga verlaten, maar Dean had het blijkbaar nodig om het nog een keer uit mijn mond te horen. 'Dan zie ik je zaterdag.'
'Ja, zaterdag,' bevestig ik en ik leun naar hem toe, voor nog een laatste afscheidskus. Ik voel een steek in mijn maag, door de wetenschap dat ik hem nu bijna twee dagen niet zal zien. 'Bedankt, voor gisteren en vandaag. Ik vond het echt fijn…'
'Ik ook.'
Onze lippen raken elkaar en hij legt zijn hand tegen mijn wang, om me nog dichter naar hem toe te trekken. We lijken beiden nog geen afscheid van elkaar te willen nemen en hebben daardoor absoluut geen haast om deze kus snel te verbreken. Ik probeer dit - hoe zijn lippen op de mijne voelen en hoe heerlijk hij smaakt - zo veel mogelijk in me op te nemen, zodat ik hier de komende dagen hopelijk nog op kan teren.
Dat we voor mijn huis staan en in principe iedereen ons kan zien, kan me op dit moment niet eens iets schelen. Ik wil gewoon nog heel eventjes van hem genieten.
Voordat ik uiteindelijk uitstap, stel ik voor om vanavond nog eventjes te bellen en vervolgens vertrek ik dan toch richting mijn voordeur. Ditmaal ben ik niet echt zenuwachtig - zoals eerder deze week toen ik Lars onder ogen moest komen - maar ik zie er wel enorm tegenop.
Stiekem hoop ik ook heel erg dat hij niet thuis is en zonder mij zijn familie heeft bezocht — zoals ons oorspronkelijke plan was, aangezien het Tweede Kerstdag is. Zijn auto staat echter op de oprit, dus ik weet dat die kans behoorlijk klein is.
'Nien?' hoor ik al meteen vanaf onze bovenverdieping, zodra ik de voordeur open. Shit. Misschien is het erg dat ik nu zo erg baal om zijn stem te horen, maar ik kan er niets aan doen. 'Ben jij dat?'
Ik schraap mijn keel en doe mijn best om zo normaal mogelijk te klinken. Hij verdient het niet om een botte reactie te krijgen, aangezien we beiden behoorlijk fout bezig zijn. 'Ja, ik ben het. Hoi…'
Ik trek mijn grijze, wollen jas uit en hang hem op aan de kapstok in onze smalle hal.
’Wacht, ik kom naar beneden…’ hoor ik Lars roepen. Ik adem diep in via mijn neus, sluit mijn ogen en gooi mijn hoofd even naar achteren in mijn nek. 'Ik wil even met je praten,' voegt hij er ook nog aan toe. Dit moment gaat dus al meteen plaatsvinden en waarschijnlijk is dat ook het beste — ook al zou ik het zelf graag nog even uitstellen.
We gaan scheiden. Ik moet het tegen mezelf herhalen, voordat ik de woorden zometeen tegen Lars uit kan spreken. O hemel… Hij gaat er echt kapot van zijn, dat weet ik gewoon zeker.
Nog geen minuut later verschijnt Lars in de keuken - waar ik ondertussen al naartoe ben gelopen - en krijg ik een ongemakkelijke kus van hem op mijn wang. 'Ik ben blij dat je vandaag nog naar huis bent gekomen…' Zijn stem klinkt onzeker en ik merk ook aan hem dat hij niet goed weet welke houding hij aan moet nemen. 'Was het eh… nog leuk met Dean?'
'Ja…' Zijn vraag is nogal ongemakkelijk, maar het is op zich lief dat hij het vraagt. 'Waarom ben je niet naar je ouders gegaan vandaag?'
Hij steekt zijn handen in zijn broekzakken, kijkt een beetje nerveus om zich heen en haalt zijn schouders op. 'Niet zo een zin in,' mompelt hij zachtjes, waarna hij nog toevoegt: 'Zonder jou…'
Ik weet niet zo goed hoe ik daar op moet reageren, dus het blijft voor even stil. 'Wil je het samen tegen ze vertellen?'
Hij kijkt me met grote ogen aan, overduidelijk volledig in paniek. ’Wat bedoel je?’
'Dat we…' Shit, dit is echt heel erg moeilijk. Ik schraap mijn keel nog maar eens. '… uit elkaar gaan.'
Hij ademt diep en zwaar in, terwijl zijn ogen steeds vochtiger worden. 'Dat hebben we toch nog helemaal niet besloten?'
'Ik wel,' piep ik. Ik durf hem op dit moment niet aan te kijken, want de blik die ik net in zijn ogen zag is hartverscheurend. Om dit hardop uit te kunnen spreken, moet ik mijn emoties even zo veel mogelijk uitschakelen. 'Het spijt me, Lars, maar dit gaat niet werken.'
'We hebben het nog niet eens erover gehad…' Hij pakt mijn hand vast en trekt er zachtjes aan, alsof hij op die manier mijn aandacht probeert te trekken. Ik kijk hem alsnog niet aan. 'We kunnen toch wel een andere oplossing vinden?'
'Ik zou niet weten hoe…' Ik zou écht niet weten hoe, zonder dat ik daaronder lijd. Lars wil wellicht getrouwd blijven, zodat zijn familie geen argwaan krijgt over zijn geaardheid, maar dat betekent tegelijkertijd dat ik getrouwd blijf met iemand die niet op de juiste manier van me houd. Ik verdien meer dan dat… en hijzelf overigens ook.
'Maar ik hou van je, Nien…'
Ik schud mijn hoofd. 'Niet op de manier die ik wil.'
Mijn hart breekt op dat moment in miljoenen stukjes, omdat ik Lars hoor snikken. Hij breekt recht voor mijn neus — iets wat ik nog nooit eerder gezien heb. Ik wil hem geen pijn doen… maar het is nou eenmaal niet anders.
Ik moet nu aan mezelf denken, hoe moeilijk ik dat ook vind.

 

De rest van de dag en de dag die daarop volgt gaan tergend langzaam voorbij. Het is een geluk dat ik die vrijdag moet werken, want dan kan ik Lars enigszins uit de weg gaan.
De advocaat van Dean heeft op vrijdag overigens meteen contact met me opgenomen - zoals Dean me beloofd had - en we hebben een afspraak ingepland voor volgende week. Ik weet echter niet of ik gebruik wil maken van zijn advocaat - want dat vind ik best ongemakkelijk - of dat ik me door hem laat doorverwijzen naar een van zijn collega's. Van de tarieven waar hij het over had, werd ik in ieder geval alles behalve vrolijk… en ik hoop eigenlijk dat zijn collega’s iets goedkoper zijn.
Op dit moment wil ik niet meer met Lars in een bed slapen, waardoor ik mijn nachten op de bank doorbreng. Het is alles behalve fijn en mijn rug doet inmiddels al behoorlijk veel pijn. Vanavond blijf ik echter bij Dean slapen en dat is een fijn vooruitzicht — niet alleen vanwege zijn bed.
Ik heb tegen Dean gezegd dat ik rond tien uur in de ochtend bij hem zou zijn, maar ik ben al wat eerder vertrokken. Ik kon namelijk niet meer slapen en wilde geen moment langer verspillen, waarin ik niet bij hem was. Misschien had ik hem dat moeten laten weten, maar het leek me wel leuk om wat eerder te verschijnen als een soort verrassing.
Rond kwart over acht sta ik daarom al voor zijn voordeur en druk ik op zijn deurbel. Wellicht ligt hij nog te slapen en in dat geval ben ik van plan om zo meteen bij hem in bed te kruipen.
Ik heb hem gemist, meer dan dat ik normaal gesproken iemand mis. De wetenschap dat ik hem zometeen weer ga zien, zorgt voor kriebels - misschien zijn het vlinders - in mijn buik.
Dit is hoe ik me hoor te voelen.
Ik hoor dat de voordeur aan de binnenkant van het slot wordt gehaald en mijn hart begint sneller te kloppen van opwinding. Zodra de deur opent en ik zie wie er aan de andere kan verschijnt, lijkt het echter alsof mijn snelle hartslag in een oogwenk stil wordt gelegd.
'Lauren?!' komt er geheel verward uit mijn mond.
Ze draagt een ochtendjas, haar blonde haar is warrig en haar oogmake-up is behoorlijk uitgelopen. Er bestaat geen enkele twijfel over dat ze net wakker is geworden, waarschijnlijk doordat ik aanbelde.
Fuck… Ze heeft hier overduidelijk de nacht doorgebracht.