Chapter Thirty-One

 

Ik hoor iemand mijn naam roepen - vaag en ver op de achtergrond - maar ik heb geen idee wie het is of hoe ik erop moet reageren. Het voelt alsof ik droom en een eindeloze, duizelingwekkende val maak in een oneindig diep gat.
'Ik rij wel,' hoor ik iemand zeggen en ik voel dat er aan mijn lichaam getrokken wordt. Ik hoor het woord ziekenhuis voorbij komen, maar nog steeds kan ik nergens op reageren.
'Auw,' komt er vervolgens uit mijn mond, zachtjes en bijna onhoorbaar. Mijn hoofd bonkt hevig en ik heb het gevoel alsof de helft van mijn gezicht nat is. Ik doe een poging om mijn oogleden omhoog te tillen, maar dat lukt alleen bij mijn rechteroog. 'Dean?'
Ik lig op zijn schoot - met de linkerkant van mijn lichaam tegen hem aan gedrukt - en kijk tegen de onderkant van zijn kaak aan. Zodra ik zijn naam zachtjes murmel, kantelt zijn hoofd een beetje naar beneden. 'Hé groen,' glimlacht hij verwrongen, terwijl hij de haren die op mijn voorhoofd plakken met zijn hand naar achteren strijkt. 'Probeer alsjeblieft wakker te blijven, oké?'
'Je bloedt,' prevel ik geschrokken. De schouder van zijn lichtgrijze trui is helemaal bedekt met donkerrode vlekken — overduidelijk van bloed. 'Gaat het… auw… wel goed?'
In plaats van antwoord te geven op mijn vraag, zegt hij: 'Blijf eens wakker…'
Ik ben toch wakker?
Wat zeurt hij nou?
'Nina, kijk me eens aan…' Ik voel dat hij zachtjes met zijn hand tegen mijn wang slaat en ik kreun protesterend. Voor heel even leek het zwart voor mijn ogen, maar nu zie ik Dean weer — al lijkt het wel alsof de hele wereld om mij heen draait.
'Ik ben misselijk,' fluister ik en ik sluit mijn ogen weer, in de hoop dat het misselijke gevoel dan enigszins wegebt. Het helpt, een klein beetje. 'Laat me slapen.' Ik weet niet zeker of ik die woorden hardop uitspreek, maar ik hoop het wel. Ik wil gewoon heel even mijn ogen dichtdoen.
Het is me echter niet gegund, want een of andere gek schijnt plots met een fel lampje in mijn ogen. O mijn god, wie doet nou zoiets?! Het ergste is dat ik de persoon die dit doet ook nog helemaal niet ken.
'Hou op,' klaag ik, terwijl ik mijn hoofd probeer weg te draaien. Ik overdrijf vervolgens behoorlijk, door te zeggen: 'Dat doet pijn!'
'Doet het pijn?' vraagt de persoon met het felle lampje. 'Waar precies?'
'Nergens.' Ik duw met mijn handen tegen het lampje - dat inmiddels wel uit is - en sluit mijn ogen. Waarom laat iedereen mij verdomme niet gewoon slapen?
'Ze drinkt normaal nóóit…' Ik herken de stem van mijn moeder en ik vraag me af waar die opeens vandaan komt. Ik kan me namelijk niet herinneren dat zij hier net ook al was. 'Hoe kan zoiets nou?'
'We hadden ruzie,' klinkt de stem van Lars. 'Hele erge ruzie…'
'Misschien moet je gewoon de waarheid vertellen, klootzak.' Is dat de stem van Dean?
Ik voel dat iemand in mijn hand knijpt en ik til mijn oogleden langzaam omhoog. Wederom lukt het me alleen bij mijn rechteroog. 'Hoi,' fluister ik met een krakende stem, wanneer ik twee ijsblauwe ogen naar me zie kijken. 'Gaat alles wel goed?'
'Nu wel weer,' fluistert hij zachtjes terug en hij schuift wat dichterbij. Ik weet niet waarom ik in een bed lig en hij in een stoel naast me zit. De ruimte waarin ik mij bevind komt me ook helemaal niet bekend voor. 'Je bent in het ziekenhuis,' zegt hij, zonder dat ik de vraag hoef te stellen. Waarschijnlijk zag hij al aan me dat ik dat niet wist. 'We hebben een auto-ongeluk gehad.'
'We?' Ik zie de donkerrode vlekken op de schouder van zijn lichtgrijze trui en voel dat mijn hart sneller begint te kloppen. 'Ben je gewond?'
'Nee, ik niet.' Hij wrijft met zijn duim over de rug van mijn hand en de manier waarop hij naar mij kijkt, geeft me opeens een onprettig gevoel. Het is een blik vol medelijden. 'Jij hebt je hoofd nogal hard gestoten.'
Het enige geluid wat er vervolgens uit mijn mond komt is een langgerekte O en ik probeer in mijn geheugen te graven naar wat er nou precies gebeurd is. Ik weet één ding vrijwel zeker: ’Jij zat helemaal niet bij mij in de auto.’
Ik ben overstuur in mijn auto gestapt, in een toestand waarin ik helemaal niet meer zou mogen rijden — omdat ik te veel gedronken had. Dean probeerde mijn portier nog te openen, maar ik had de deuren vergrendeld.
'Jawel, Nina,' houdt hij vastberaden vol. 'Ik reed.'
Dit klopt absoluut niet, maar net op het moment dat ik wil beginnen te protesteren, word ik onderbroken door de stem van mijn moeder. 'Je bent gewoon wat in de war, kindje.' Ik haat het als ze me zo noemt. 'Je hebt een hersenschudding en het kan even duren, voordat je geheugen helemaal terug is.'
Is dat de reden waarom ik het mij anders herinner?
Wacht eens even… mijn moeder is hier en Dean houdt mijn hand vast?
Ik wurm mijn vingers vlug los uit de zijne en voel dat mijn wangen beginnen te gloeien uit schaamte. 'Waar is Lars?' vraag ik met een hoge stem. Ik voel me opeens zwaar ongemakkelijk, doordat mijn moeder hier getuige van is geweest. Wat moet ze nu niet denken?
'Je moeder weet het,' antwoordt Dean, waardoor mijn wenkbrauwen geschrokken omhoog schieten. Ah shit, dat doet best veel pijn aan mijn linkeroog en ik moet mijn ogen even dichtknijpen om de pijn enigszins te stillen. 'Dat jullie uit elkaar zijn,' verduidelijkt hij zichzelf. 'Niet waarom.'
Ik adem diep en langzaam in, terwijl mijn blik richting mijn moeder gaat. Om de een of andere reden ben ik bang voor wat ik te zien krijg, omdat ik vermoed dat ze misschien boos of teleurgesteld zal zijn.
'Ik weet dat jullie allebei iemand anders hebben,' snuift mijn moeder, terwijl haar blik heel kort naar Dean gaat. Nu heb ik meteen het gevoel alsof ze hem niet mag. 'En ook dat Lars daarmee begonnen is. Je had het ons kunnen vertellen, kindje. Dat hadden we heus wel begrepen.'
Ik neem aan dat ze nog geen weet hebben van de geaardheid van Lars, want ik vermoed dat haar reactie dan wel anders was geweest.
'Het spijt me, mama…' Ik weet eigenlijk niet zo goed wat me spijt, maar ik heb het gevoel alsof ik dit moet zeggen. Er is niet veel wat ik aan deze situatie had kunnen veranderen, aangezien het zich allemaal in het tijdsbestek van één week heeft afgespeeld.
'Ik ga even koffie halen,' oppert Dean, terwijl hij overeind komt uit zijn stoel. Het lijkt erop dat hij dit alleen maar doet, om me een momentje met mijn moeder te gunnen, zonder dat hij erbij is. 'Nog iemand iets?'
'Nee, dankje, jongen.' Mijn moeder schenkt hem een glimlach, waardoor ik al iets meer het gevoel krijg dat ze hem misschien toch mag.
Hij werpt nog even kort een blik op mij, geeft me een klein knikje en maakt zich vervolgens uit de voeten.
'Je vader heeft het er wat moeilijker mee,' gaat mijn moeder verder. Het verbaast me niets dat mijn vader hier meer moeite mee heeft, want hij is wat dat betreft meer bedreven in zijn geloof dan mijn moeder. Scheiden wordt voor hem echt als een zonde beschouwd en ik denk dat hij liever had gezien dat Lars en ik hier samen uit zouden komen — ook al is er sprake van overspel. 'Hij heeft waarschijnlijk gewoon wat meer tijd nodig.'
Ik hoop dat tijd voldoende zal zijn, al ben ik bang dat ik ook rekening moet houden met de optie dat mijn vader mij dit nooit volledig zal vergeven. 'Waar is hij nu?'
'Hij is naar huis gegaan,' antwoordt mijn moeder met een blik vol medeleven. Ze weet dat ik hier heel erg mee zit, want zij kent mij als geen ander. 'Ik praat strakjes wel met hem. Maak je geen zorgen, kindje.'
Ik knik, maar ik kan het niet helpen dat ik me alsnog zorgen maak.
'Hij is een lieve jongen,' zegt ze vervolgens, nogal vanuit het niets, waardoor ik haar verbaasd aankijk.
Heeft ze het nou over Dean?
'Hij vloekt als een bootwerker, maar hij zei er wel sorry voor.'
Oké, ze heeft het dus overduidelijk over Dean. Ik baal er wel van dat hij gevloekt heeft waar mijn ouders - of in ieder geval mijn moeder - bij waren, aangezien zij daarin wat minder vergevingsgezind in zijn dan ik.
'Zoals hij naar je kijkt…' Ze schudt haar hoofd en een glimlach tekent haar met donkerrode lippenstift bedekte lippen. '… zo heb ik Lars nog nooit naar je zien kijken. Zelfs nu je er zo uitziet.'
'Wat?' Ik breng mijn handen meteen naar mijn gezicht, want ik heb geen idee waar ze het over heeft. 'O hemel…' Ik voel dat mijn linkeroog behoorlijk gezwollen is — waarschijnlijk is dat ook de reden, waarom ik mijn oog niet open krijg. 'Is het heel erg?'
'Ja,' grinnikt mijn moeder. 'Maar dat trekt allemaal weer weg. Het lijkt Dean niet zo veel uit te maken. Die jongen is echt hartstikke verliefd op je, Nien.'
Mijn mondhoeken krullen automatisch omhoog, ook al schaam ik me nog steeds een beetje tegenover mijn moeder. 'Ik ook op hem,' geef ik alsnog voorzichtig toe, omdat ik wel wil dat mijn moeder dat weet.
'Dean was behoorlijk boos op Lars, vanwege… iets.' Ze kijkt me even vragend aan en ik voel mijn maag samenknijpen. Dit is een onderwerp wat ik liever niet met mijn moeder wil bespreken. 'Je vader heeft hem tegen moeten houden, anders denk ik dat hij Lars een mep had verkocht…'
O shit, dat is echt foute boel. Mijn ouders zijn absoluut geen voorstanders van agressie — ikzelf overigens ook niet. 'Dat had Lars verdiend,' zeg ik echter, omdat dat in dit geval ook zo is.
Mijn moeder knikt eventjes, maar gaat er verder niet op in. Ergens ben ik daar blij om, want ik wil dit niet met haar bespreken. 'Je vader zal veel moeite hebben om aan hem te wennen…' Ze ademt diep in door haar neus en legt haar hand op mijn bovenbeen, waar ze zachtjes in knijpt. 'Hij is echt heel anders dan Lars en je weet hoe erg je vader altijd op Lars gesteld is…'
Ik knik, want ik heb altijd al het gevoel gehad dat Lars de zoon is die mijn vader nooit gehad heeft. Ik weet dat hij van mijn zus en mij houdt, maar hij had het echt wel leuk gevonden als hij ook een zoon had gehad — iemand die hij onbenullige mannendingen had kunnen leren. Aangezien Lars en ik al zo lang bij elkaar zijn, is hij een soort surrogaatzoon voor hem geworden.
'Je vader ziet die dingen echter… anders. Hij ziet niet hoe weinig interesse Lars altijd in jou had…'
Het verbaast me eerlijk gezegd dat mijn moeder dit aanhaalt, want ik had geen idee dat haar dit wel was opgevallen. Ze heeft hier nooit eerder iets over gezegd.
'Ik vraag me soms wel eens af…' Ze wiebelt een beetje heen en weer op haar stoel, niet helemaal op haar gemak met dit gespreksonderwerp. Haar blik schiet ook nogal haastig heen en weer tussen de deuropening en mij, alsof ze bang is dat iemand ons gesprek op kan vangen. 'Valt Lars eigenlijk wel op meisjes?'
De manier waarop ze dit vraagt, zegt me eigenlijk al dat ze het antwoord op die vraag al weet. Ik vraag me nu wel af of iedereen dit al die tijd al heeft gezien en dat ik de enige was die het niet in de gaten had.
Behalve mijn vader. Hij gaat hier echt zo ontzettend teleurgesteld over zijn. ’Zeg alstublieft niets tegen papa!’
Ze schudt haar hoofd en slaat vervolgens alsnog geschrokken haar hand voor haar mond. Ik vraag me af of ze dit daadwerkelijk niet tegen mijn vader gaat vertellen. 'O, wat erg voor Sjaak en Bertie…' Dat zijn de ouders van Lars. '… die gaan er kapot van zijn, als ze erachter komen.'
'Mama, dat is niet aan u om te vertellen!' Ik kijk haar smekend aan, maar ik weet inmiddels al te goed hoe mijn moeder - of eigenlijk onze gemeenschap - in elkaar zit. Het is slechts een kwestie van tijd, voordat iedereen het weet.
Gek genoeg is het enige wat op dit moment door mijn hoofd gaat, ondanks alles wat er gebeurd is en hoe boos ik op hem ben: arme Lars.