HOOFDSTUK 12

Isabel

Ik blijf hem verstijfd en zwijgend aankijken, alsof mijn lichaam voor heel even niet in staat is om een andere beweging te produceren. Misschien ben ik geschrokken van mijn eigen woorden, of misschien wacht ik huiverig op wat hij nu gaat doen — ik weet het niet.
Het is vast krankzinnig, dat ik nu min of meer om een klap vraag, maar ik verlang op dit moment gewoon naar pijn — fysieke pijn. Door alles wat er in de afgelopen twee dagen gebeurd is, voel ik weer een hevige onrust binnenin mij, een soort storm die gedreven wordt door angst, pijn en machteloosheid. Het maakt me helemaal gek, omdat ik deze onrust met geen enkele mogelijkheid tot bedaren krijg.
Zelfs het snijden in mijn pols heeft niet geholpen.
Waarschijnlijk is dat ook de reden waarom ik seks met hem heb gehad, want ik hoopte dat het iets zou veranderen aan mijn gemoedstoestand. Het maakte het helaas alleen maar erger, omdat ik daarna overspoeld werd door teleurstelling in mezelf. Ik had mezelf beloofd om nooit meer zo snel met iemand het bed in te duiken en zoals zoveel beloften die ik aan mezelf maak, ben ik ook deze niet nagekomen.
De oven laat ondertussen middels een geluid weten dat mijn maaltijd verwarmd is, waardoor James een stap bij me vandaan zet. Ik had al amper honger, maar op dit moment voelt het echt alsof er een baksteen op mijn maag rust.
'Ga zitten.' Alles wat James zegt, klinkt als een bevel en ik houd er absoluut niet van als iemand me het gevoel geeft dat ik iets moet. Het wakkert mijn opstandigheid aan, iets waar ik al mijn hele leven last van heb, zelfs als mijn moeder me vroeger simpele dingen opdroeg, zoals het opruimen van mijn kamer.
'En anders?' Ik gedraag me momenteel als een kreng, maar ondanks dat ik me daar bewust van ben, kan ik er niets aan veranderen.
Ik weet niet wat hij vervolgens precies doet - want het gebeurt zo snel, dat ik het niet kan volgen - maar ik zit een paar seconden later op een stoel, met zijn hand om mijn bovenarm geklemd. Ik krijg niet eens de kans om tegen te stribbelen. 'Stop met dat kinderachtige gedoe!’ krijg ik naar mijn hoofd geslingerd. 'Ik ga je geen pijn doen, alleen maar omdat jij het uitlokt.'
Ik snuif verontwaardigd en sla mijn armen op het tafelblad over elkaar. 'Dus het mag alleen maar onder jouw voorwaarden?'
'Inderdaad.' Hij gooit het schaaltje met mijn maaltijd met een plof voor mijn neus neer en mijn schouders schokken heel even van schrik. Met zijn andere hand houdt hij een vork en een mes voor mijn neus, die ik geërgerd eruit ruk. 'Waarom heb je gehuild, Isabel?'
Het is inmiddels de derde keer dat hij me deze vraag stelt. 'Dat heb ik je al gezegd!' snauw ik en ik prik een boon op mijn vork, die ik vervolgens wat heen en weer beweeg in het schaaltje. 'Alles wat er in de afgelopen dagen gebeurd is… het is te veel.'
'Speel niet zo met je eten.' Ik vraag me af of hij wel heeft gehoord wat ik zei, aangezien hij er niet eens op reageert. Misschien interesseert het hem gewoon niets. 'Had je spijt van de seks?'
Ik stop de boon die op mijn vork geprikt is in mijn mond en haal mijn schouders omhoog. Spijt is een groot woord en ik doe niet aan spijt, maar als ik het terug kon draaien, dan zou ik dat waarschijnlijk wel doen. Ik kauw langzaam op de boon en richt mijn blik op de rest van het eten, terwijl ik er met mijn vork rondjes in draai. 'Vind je me een slet?' vraag ik vervolgens, zonder echt antwoord te geven op zijn vraag.
Ik hoor dat hij lacht en dat maakt me woedend. Ik klem mijn vingers stevig om mijn bestek heen en merk dat mijn spieren lichtjes beginnen te trillen. 'Ben je daar bang voor?'
'Nee,' lieg ik. Ik weet gewoon hoe mannen denken als een meisje zich zo gemakkelijk laat nemen, zoals ik nu gedaan heb. Het is mijn eigen, domme fout. 'Misschien,' stel ik mijn antwoord uiteindelijk vrij snel bij.
'Je bent geen slet,' antwoordt hij, terwijl ik langzaam mijn eten wegkauw. 'Heeft iemand je ooit zo genoemd?'
Ik knik, zonder iets te zeggen. Het is pijnlijk om terug te denken aan die tijd en het zorgt ervoor dat ik mijn eten amper door mijn keel krijg. 'Mag ik misschien iets te drinken?' vraag ik met een brok in mijn keel. Ik hoop maar dat hij niet ziet dat de tranen in mijn ogen staan.
Hij komt overeind om een glaasje water voor me in te schenken. 'Noemde Sebastian je zo?' vraagt hij, terwijl hij het gevulde glas voor mijn neus neerzet.
'Nee, joh.' Ik moet een beetje lachen vanwege zijn vraag, want Sebastian is - voor zover ik hem echt ken - niet het type om een vrouw voor slet uit te schelden. 'Ik eh… ben vroeger nogal veel gepest, toen ik nog in Nederland woonde.'
'Gepest?' Hij kijkt me verbaasd aan, alsof ik zojuist een gigantische leugen verteld heb. 'Waarom zou iemand jou in godsnaam pesten?'
Meent hij dit nou serieus?
'Nou eh…' Ik lach als een boer met kiespijn, pak een pluk van mijn rossige haren tussen mijn vingers en houd het omhoog. 'Rood haar en een spierwitte huid zijn reden genoeg.'
'Dat maakt je juist zo mooi.' Hij strijkt zijn vingers door mijn haren en haalt de pluk tussen mijn vingers vandaan. Door zijn compliment weet ik me niet echt een houding te geven, dus ik draai mijn hoofd bij hem vandaan, zodat mijn blik weer op mijn eten gericht is. Ik neem snel een slok water, om iets te doen te hebben. 'En als ik ook maar één iemand iets anders hoor beweren, dan heeft diegene een probleem met mij.'
Ik giechel binnensmonds en spuug daardoor bijna mijn water over de tafel, vooral omdat ik me behoorlijk ongemakkelijk voel. Zijn reactie is overdreven en daarnaast ontzettend onrealistisch, dus ik kan hem gewoonweg niet serieus nemen.
'Ik meen het, Isabel. Niemand beledigt iets wat van mij is.'
O mijn god. Verstond ik dat goed? Er is zo ontzettend veel mis met zijn opmerking, dat ik niet eens precies weet waar ik moet beginnen.
'Zei je nou echt iets?' roep ik verontwaardigd. De onrust binnenin mij is weer terug van weggeweest en bereikt meteen een hoogtepunt. 'Ik ben een mens, hè, geen object!'
'Meteen weer zo boos.' Ik hoor dat hij lacht en dat maakt me alleen maar laaiender.
'En ik ben absoluut niet van jou!' snauw ik er nog snel achteraan. Ik sla zijn hand, waarmee hij nog steeds door mijn haren strijkt, weg met de mijne. 'Ik ben verdomme geen bezit, van niemand niet.'
'Denk je dat?' Zijn vingertoppen strelen over mijn wang en ik wil wederom zijn hand wegslaan, maar het enige wat het me oplevert, is dat hij mijn hand in een snelle reflex vastpakt. Ik geef een ruk aan mijn hand, maar ook dat heeft weinig zin, aangezien zijn grote hand de mijne helemaal omklemt. 'Je lichaam vertelt me namelijk steeds wat anders.'
'Mijn lichaam…' Ik weet mijn hand alsnog los te wurmen uit de zijne - deels omdat hij dat toelaat - en probeer te negeren dat hij vervolgens zijn beide handen op mijn schouders legt. '… zegt dat je van me af moet blijven.'
Het is klinkklare onzin en waarschijnlijk weet hij dat net zo goed als ik, aangezien mijn lichaam telkens onmiskenbaar reageert zodra hij me aanraakt. Al zou ik het willen verbergen, dan verraadt mijn stomme lichaam me alsnog.
'Nee, hoor, schoonheid.' Hij leunt voorover en laat zijn handen, via mijn schouders langs mijn hals, richting mijn sleutelbenen glijden. Ik klem mijn handen om de zijne heen, als een soort verkapte poging om hem tegen te houden, maar het heeft geen enkel effect. 'Je lichaam zegt dat het van mij is…' Zijn mond bevindt zich vlak naast mijn oor en zijn warme adem streelt mijn wang. Zijn handen glijden verder over zijn shirt - dat ik draag - naar beneden, richting mijn borsten, waar hij even in knijpt. Ik haat het dat mijn tepels meteen verharden onder zijn aanraking, want ik weet dat hij dat ook voelt. 'Helemaal van mij,' fluistert hij in mijn oor, terwijl hij zijn handen nog verder naar beneden laat zakken. Hij rukt vervolgens aan de stof van het shirt, waardoor het onder mijn billen vandaan schuift en hij het omhoog kan trekken. 'Elke centimeter, Isabel.'
Hij pakt mijn polsen vast en klemt ze in één hand vast, om mijn armen omhoog te houden, terwijl hij de stof van het shirt verder omhoog trekt. Dat ik de hele tijd tegenstribbel lijkt hem niet te deren, noch tegen te houden. Eerlijk gezegd is mijn verzet ook gewoon ontzettend slecht geacteerd, aangezien ik stiekem geniet van de manier waarop zijn ruwe vingertoppen mijn huid in vuur en vlam zetten.
Enerzijds schaam ik me voor mezelf - en walg ik er zelfs van - omdat ik me telkens zo gemakkelijk door hem laat overhalen. Ik doe echt heel hard mijn best om hem te haten, écht… maar ik ben nou eenmaal zwak. Hij maakt me zwak.
'Hm. Je hebt nog bijna niets gegeten,' zegt hij, wanneer hij het shirt over mijn hoofd heeft uitgetrokken en het achter hem op het kleine aanrecht heeft gelegd. Hij slaat me gade van een kleine afstand, leunend tegen het aanrecht, en ik voel me nogal naakt, gekleed in slechts mijn slipje. Ik gun het hem echter niet om mijn ongemak te laten merken, want ik vermoed dat hij daar alleen maar van geniet. 'Eet je eten eens op.'
Ik ben me er bewust van dat dit voor hem slechts een spel is, waarschijnlijk om mij duidelijk te maken dat hij de baas is en mijn lichaam daadwerkelijk aan hem toebehoort. Voor mij voelt het echter behoorlijk vernederend.
'En anders?' vraag ik weer op mijn vinnige toontje. Ik ben niet van plan om me zomaar over te geven aan hem, ook al ben ik mij er pijnlijk van bewust dat ik hoe dan ook aan het kortste eind zal trekken. Als ik dan toch gedoemd ben om ten onder te gaan, dan op zijn minst strijdend.
'Wil je daar echt achter komen?' Ik slik en twijfel om me alsnog over te geven, omdat zijn toon me meteen kippenvel bezorgt. Een paar seconden geleden klonk hij nog alsof hij een spelletje met me speelde, maar nu… nu klinkt het eerder alsof ik over een half uur op de bodem van de zee lig. 'Nou, Isabel?'
Het lijkt alsof mijn hand vervolgens als vanzelf beweegt en een portie rijst op mijn vork schept. Mijn honger is al lang verdwenen, maar ik durf het gewoon niet aan om hem nu uit te dagen. Met de nodige slokken water lukt het me uiteindelijk om een paar flinke happen rijst naar binnen te duwen. 'Ik krijg echt niet meer op,' zeg ik uiteindelijk voorzichtig. Ik merk dat ik behoorlijk bang ben dat hij me wederom gaat dwingen om te eten.
'Geef maar,' zegt hij tot mijn verbazing en hij gebaart naar het schaaltje met de resten van mijn maaltijd. Mijn handen trillen, wanneer ik het schaaltje aan hem overhandig. 'Ben je zo nerveus?' vraagt hij op een geamuseerde toon.
'Boos,' mompel ik. Ik ben daadwerkelijk woedend, omdat ik angst voor hem voel en me daardoor in een hoekje gedreven voel. Ik heb me nog nooit eerder laten beperken door angst.
'Op mij?' Hij draait zijn rug naar me toe en rommelt wat in een van de keukenlades.
'Op mezelf.' Ook op hem, maar dat wil ik hem niet vertellen. Dat genoegen gun ik hem niet.
'Is dat de reden waarom je jezelf pijn doet?' Door zijn vraag lijkt het alsof alle lucht om me heen binnen één seconde weggezogen wordt. Ik heb het ontzettend benauwd en voel dat het angstzweet me uitbreekt. 'Verdien je daarom straf?'
Ik sla mijn ogen neer en negeer zijn vragen, omdat ik er geen antwoord op wil en kan geven. Ik voel me soort van betrapt, omdat hij op dit moment ontzettend dicht bij een stukje van mezelf komt, wat ik normaliter voor iedereen afscherm.
'Geef me je handen.' Ik heb helemaal niet in de gaten dat James inmiddels achter me staat en ik schrik even van zijn stemgeluid. Ik heb zijn vraag - of eigenlijk bevel - ook helemaal niet gehoord. Hij pakt daarom zelf mijn polsen vast en brengt ze naar achteren, achter de rugleuning van mijn stoel. 'Vertrouw je me?'
Daar hoef ik niet lang over na te denken, want ik schud meteen mijn hoofd. Ik hoor dat hij lacht en voel vervolgens iets rondom mijn polsen. 'Wat doe je?' Ik geef meteen een hevige ruk aan mijn armen, maar het heeft uiteraard geen enkele zin. Het enige wat ik ermee bereik, is dat ik mezelf er pijn mee doe. 'Je gaat me toch niet vastbinden?!' Ik lijk opeens een wild dier en beweeg zo gedreven heen en weer, dat mijn stoel begint te wankelen en ik bijna omkiep, ware het niet dat James me overeind houdt. 'Maak me los, klootzak!'
'Hm-mm. Dat temperament van jou.' Ik voel zijn vingertoppen over mijn wang strijken en ik doe een wanhopige poging om hem te bijten, wat slechts resulteert in gelach van hem. Mijn armen zijn inmiddels achter mijn rug vastgebonden en zo te voelen krijg ik er geen enkele beweging meer in. 'Ik weet wat jij nodig hebt, schatje.'
Mijn zicht wordt weggenomen door een doek voor mijn ogen en ik schud wild mijn hoofd heen en weer. 'Nee, alsjeblieft.' Ik wil absoluut niet smeken, maar ik vind het verschrikkelijk als ik niet kan zien wat er gebeurt. 'Laat me op zijn minst zien wat je gaat doen.'
'Jij hebt nu even niets meer te kiezen.' Hij trekt me aan mijn middel omhoog en het feit dat zowel mijn zicht als de beweging van mijn armen me zijn ontnomen, zorgt ervoor dat ik even duizel zodra ik overeind sta.
Wanneer ik zijn lippen tegen mijn wang voel, laait het vuur in me echter meteen weer op en duw ik met mijn lichaam in een harde stoot tegen hem aan. Het is mijn doel om afstand tussen ons te creëren, maar ik zorg er juist voor dat hij me optilt en ik daardoor alleen maar dichter in zijn buurt ben. 'Laat me los!' Ik krijs als een klein kind en schop met mijn benen - die inmiddels boven de vloer zweven - alle kanten op. Af en toe raak ik hem, maar waarschijnlijk voelt hij er vrij weinig van.
Ik word uiteindelijk voorover op een zachte ondergrond, vermoedelijk een matras, gegooid. Ik weet vrijwel zeker dat we niet op mijn slaapkamer zijn, want ik heb niet gevoeld dat we een trap omhoog zijn gegaan en mijn slaapkamer bevindt zich aan de andere zijde van de boot. Misschien is er nog een andere slaapkamer en zijn we daar nu.
'Wat ga je doen?' vraag ik geheel buiten adem, in de hoop dat ik enige vorm van informatie krijg. 'Ga je me pijn doen?' Ik krijg geen enkele reactie en het maakt me wanhopig. Ik weet ook niet goed of ik moet schelden of smeken, maar vooralsnog houd ik het bij smeken. 'Alsjeblieft, zeg iets…'
Ik probeer me op mijn rug te draaien, maar dat houdt hij tegen door simpelweg zijn hand tegen mijn rug te plaatsen. Hij schuift een arm onder mijn middel door en trekt mijn heupen omhoog, om er vervolgens een kussen onder te plaatsen. 'Blijf van me af, gore klootzak!' Het smeken is weer naar de achtergrond verdwenen en woede overheerst. 'Ik wil dit niet!'
Zonder pardon wordt mijn slipje naar beneden getrokken en het besef dat ik nu helemaal naakt voor hem lig, laat me even kokhalzen. Ik voel me machteloos, wanhopig, hulpeloos… en de tranen stromen inmiddels uit mijn ogen, de doek voor mijn ogen zeiknat makend. Het doet er echter niet toe, want het lijkt hem allemaal niets te kunnen schelen. Ik hoor de gesp van zijn riem, dus ik ga ervan uit dat hij zich ondertussen ook van zijn kleding aan het ontdoen is.
Ik doe nog een wanhopige poging om weg te kruipen, maar ik blijf stokstijf liggen wanneer ik plots een keiharde, snijdende pijn tegen de blote huid van mijn billen voel. Ik was al aan het huilen, maar nu stromen de tranen echt als een waterval uit me — veroorzaakt door pure pijn.
'Stop!' Ik schreeuw zo hard, dat ik meteen hees word. Mijn lichaam begint hevig te trillen, alsof ik het opeens ontzettend koud heb. 'Alsjeblieft, stop…'
Ik voel zijn hand zachtjes over de brandende plekken op mijn achterste wrijven en heel even durf ik te denken dat hij gehoor geeft aan mijn smeekbede. Heel even, totdat ik weer diezelfde snijdende pijn voel. Ik realiseer me nu pas dat het niet zijn hand is, die me zo hard heeft geslagen, maar het leer van zijn riem.
'Stop, alsjeblieft!' Ik kan niet stoppen met smeken, ook al weet ik dat het me niets zal opleveren. Deze keer krijg ik zelfs geen adempauze, maar volgt er meteen nog een klap… en nog een. Elke keer iets harder dan de vorige, maar misschien komt dat doordat mijn huid steeds meer pijn begint te doen.
Ik heb geen idee hoeveel klappen volgen, want na tien ben ik gestopt met tellen. Ik tril, ik huil, ik smeek, ik scheld… totdat mijn lichaam op lijkt te zijn en ik in een soort apathische staat terecht komt. Alle spanning verdwijnt, evenals de onrust die me al de hele tijd teistert. Ik voel helemaal niets meer, alleen het leer dat mijn huid raakt, maar zelfs dat doet nu geen pijn meer.
Ik ben verdoofd.
Het lijkt ontzettend op al die keren waarop ik mezelf pijn heb gedaan, om maar niets te hoeven voelen van de storm die in mijn lichaam woedde. Het enige verschil is dat ik nu geen bloed hoef te zien, om mezelf tot bedaren te brengen.
Ik hoef helemaal niets te zien.
Ik hoef zelfs niets te doen.
En op een bizarre manier voelt dat… bevrijdend.
Gek genoeg heb ik niet eens in de gaten dat hij gestopt is en het touw om mijn polsen los heeft gemaakt. Hij trekt me overeind, zodat ik op mijn knieën zit en met mijn rug tegen zijn bovenlichaam leun, en hij verwijdert de doek die mijn ogen bedekt.
Nog steeds bevind ik me in een soort roes, geheel gedachteloos, en ik heb niet de kracht om iets te doen of te zeggen. Mijn ademhaling en zwaar en traag - alsof mijn lichaam slaapt - en mijn blik is op oneindig gericht, zelfs wanneer hij mijn haren opzij strijkt en mijn hals begint te kussen.
Ik voel het niet - of misschien wil ik het niet voelen - en laat hem zijn gang gaan, zonder hem ook maar een moment tegen te houden. Ik geniet er niet van, maar ik walg er ook niet van. Het doet me letterlijk niets, totdat een van zijn handen me opeens tussen mijn benen streelt.
Het lijkt alsof hij een soort aan-knop op mijn lichaam heeft gevonden, want ik voel opeens weer alles — de pijn, maar ook het genot. Het vermengt zich razendsnel met elkaar en gek genoeg voel ik - ondanks de brandende pijn van mijn billen - een ongekend orgasme zich aandienen.
'Nee…' Ik fluister, omdat ik hees ben van het schreeuwen. De tranen lopen weer over mijn wangen, want ik wil dit niet. Ik voel me verraden door mijn eigen lichaam, omdat het helemaal vergeten lijkt te zijn hoeveel pijn hij me net nog heeft bezorgd. Ik moet hem haten. En in plaats daarvan laat ik hem me bevredigen, alsof ik geniet van zijn aanrakingen. 'Jamie, alsjeblieft…'
'Sst.' Hij kust nog steeds mijn hals, die inmiddels zeiknat is door mijn tranen. Met zijn vingers brengt hij me steeds dichter naar de plek waar ik helemaal niet wil zijn. Er is echter geen ontkomen aan, want ik kan de intensiteit van mijn orgasme met geen mogelijkheid onderdrukken. Ik knijp mijn ogen dicht en doe mijn best om mijn gekreun te bedwingen, maar zelfs dat lukt me niet helemaal. 'Ik zei toch dat je lichaam van mij is,' fluistert hij in mijn oor, terwijl mijn benen beginnen te trillen en mijn binnenste spieren rondom zijn vingers samentrekken.
Ik schaam me dood, omdat hij verdomme gelijk heeft.