HOOFDSTUK 6

Isabel

Ik wrijf een droge handdoek door mijn fris gewassen haren en lees ondertussen het berichtje dat ik in de tussentijd van mijn halfzusje Megan heb ontvangen. Vlak voordat we uit de haven vertrokken, heb ik haar een bericht gestuurd om in grote lijnen te vertellen over de gebeurtenissen van vandaag.
In principe heb ik met niemand van mijn familie contact, maar zo nu en dan stuur ik wel een berichtje naar Megan, om te laten weten dat alles oké is. Stiekem hoop ik dat ze dit ook doorspeelt naar mijn moeder en dat het haar iets kan schelen, maar zeker weten doe ik dat niet. Na mijn vertrek naar San Juan heb ik namelijk nooit meer iets van mijn moeder vernomen.
Ik wilde Megan op de hoogte stellen dat ik zojuist uit San Juan vertrokken ben en dat ik erover nadenk om een tijdje terug naar huis te komen. Ze heeft geantwoord dat zij dat leuk zou vinden, maar dat ze niet zeker weet wat onze moeder daarvan zou vinden. Misschien moet ik geen conclusies trekken op basis van dat bericht, maar ik voel me plots ontzettend onwelkom en weet nu al helemaal niet meer zeker of het wel een goed idee is om terug naar huis te gaan.
Heb ik eigenlijk wel een alternatief?
Ik gooi de vochtige handdoek in een wasmand en leg mijn telefoon op een nachtkastje in de slaapkamer die ik van James mag gebruiken. Het was een opluchting om te zien dat hij daadwerkelijk een aparte kamer heeft - met een eigen badkamer, zitgedeelte en kledingkast - die van binnen afgesloten kan worden. Waarschijnlijk is dit veel luxueuzer dan wanneer ik een hotelkamer had moeten zoeken.
Ik pak mijn weekendtas en haal het collier met de roze steen tevoorschijn — het enige erfstuk dat ik nog van mijn vader heb. Sebastian heeft mij nooit laten merken dat hij ook maar enige interesse in het sieraad had, dus alles wat hij net zei kwam voor mij nogal onverwachts. Ik ga ervanuit dat de heldere, roze steen hooguit een paar honderd dollar kost, dus ik vraag me af wat er zo speciaal aan is.
Voor de zekerheid stop ik het sieraad deze keer weg in de voering van mijn tas, zodat het in ieder geval niet meer voor het grijpen ligt. Misschien moet ik er eens mee naar een pandjeswinkel gaan en vragen wat de waarde ervan is, zodra we in Miami zijn.
Nadat ik de ketting opgeborgen heb, haal ik een donkerblauwe hoody uit mijn weekendtas en trek die aan over mijn dunne, witte nachthemdje en korte shorts, voordat ik de slaapkamerhut verlaat. Ik weet dat James op het bovenste dek - boven de kajuit - zit, aangezien het stuurwiel zich daar bevindt, en ik besluit om een kijkje bij hem te gaan nemen. Het is immers te vroeg om al te gaan slapen.
'Wanneer arriveren we in Miami?' vraag ik voorzichtig, wanneer ik op het bovenste dek kom. James zit met zijn rug naar me toe en ondanks dat ik zeker weet dat hij me heeft gehoord, krijg ik het gevoel dat hij me negeert. Sinds we uit de haven vertrokken zijn, is zijn humeur gigantisch omgeslagen en ik heb geen idee waardoor dat komt.
'Over ongeveer een week.'
Ik val even stil, omdat ik in eerste instantie denk dat ik hem niet goed verstaan heb. Ik weet dat een bootreis van Puerto Rico naar Miami echt geen week hoeft te duren — mits we in één keer doorvaren. Het zou hooguit een paar dagen duren. 'Pardon?' vraag ik met een ongemakkelijk lachje. 'Je maakt vast een grap, toch?'
'Zie je mij lachen?' Dat is waarschijnlijk de meest botte toon die hij tot nu toe tegen me aan heeft geslagen en ik schrik er een beetje van. Ik hoop niet dat dit zijn ware aard is.
'Maar…' Ik slik even en merk dat ik wederom erg voorzichtig ben in het stellen van een vraag, omdat ik een beetje bang ben dat hij elk moment tegen me kan uitvallen. Tegelijkertijd voel ik een bepaalde opstandigheid, omdat hij die voorzichtigheid bij me opwekt. 'Hoe kan die reis één week duren? Zo ver is het toch helemaal niet?'
'Ik heb nog wat afspraken op een paar tussenstops,' geeft hij aan en ik rol verontwaardigd met mijn ogen. Dit had hij me ook eerder kunnen vertellen, want in dat geval had ik er waarschijnlijk alsnog voor gekozen om het vliegtuig naar Miami te nemen. 'En daarnaast,' zegt hij op een barse toon, wanneer hij mijn verontwaardiging opmerkt, 'zal ik ook af en toe moeten slapen. Of ben jij van plan om ons naar Miami te zeilen?'
'Nee,' mompel ik zachtjes en ik draai een pluk van mijn haren om mijn wijsvinger. Ik voel me met de seconde ongemakkelijker in zijn bijzijn. 'Sorry, ik dacht gewoon…' Ik val stil en haal mijn schouders op, niet goed wetende wat ik nog kan zeggen. Ik weet niet of dit puur en alleen door zijn toon komt, of dat het bericht van Megan hier ook aan bijdraagt, maar mijn ogen branden en ik voel een gigantische brok in mijn keel. 'Laat maar.'
Ik neem plaats op een bankje aan de andere zijde van het dek, een paar meter bij James vandaan. Er staat een stevige wind, dus ik trek mijn knieën omhoog en sla mijn armen er omheen. Ik staar naar de lichtjes van de haven van San Juan, die steeds verder op afstand van ons raken.
Ik begin ontzettend te twijfelen of het wel een verstandige keuze was om met James samen naar Miami te reizen.

 

Mijn oogleden voelen zwaar en wanneer ik via mijn neus inhaleer, word ik overspoeld door een heerlijke, frisse, muskusachtige en licht zoute geur, waardoor ik de neiging heb om nogmaals diep via mijn neus in te ademen. Ik word vastgehouden… Nee, gedragen door twee sterke armen en mijn gezicht plakt tegen een klamme stof. Ik voel dat mijn kleding zeiknat is, maar echt koud heb ik het niet.
Nog voordat ik in de gaten heb wat er aan de hand is, word ik in een zittende positie op een zachte ondergrond gezet. Ik knipper loom met mijn ogen en kijk vervolgens recht in twee lichtgroene ogen, waar ik - door gebrek aan herkenning - in eerste instantie kort van schrik. Al snel komt het besef bij me binnen dat James zich vlak voor mijn neus bevindt.
'Wat doe je?' Mijn keel is schor en mijn stem klinkt daardoor als een zachte fluistering.
Inmiddels heb ik door dat ik in de slaapkamer ben, al begrijp ik het hoe en waarom nog niet helemaal. Daar ben ik waarschijnlijk nog te versuft voor.
'Je was in slaap gevallen.' Door mijn vermoeidheid wil ik mezelf achterover laten vallen op het zachte matras en verder slapen, maar de arm van James om mijn middel houdt me tegen. 'Je trui is nat geworden door de regen, dus die moet je echt uit doen, voordat je in bed gaat liggen.'
Ik hum zachtjes en haal mijn schouders op, omdat mijn moeheid voor een onverschillige houding zorgt. 'Ik wil slapen,' murmel ik zeurderig. Ik kan er altijd slecht tegen als ik plots uit mijn slaap gewekt word en ook in de ochtend is mijn humeur allesbehalve optimaal. Ik heb gewoon altijd even tijd nodig om goed wakker te worden.
Ik hoor ergens op de achtergrond een diepe zucht, maar mijn ogen zijn inmiddels weer gesloten. 'Isabel, doe je armen omhoog.'
Ik weet niet zeker of ik zelf reageer op zijn verzoek, of dat hij me helpt, maar ik voel dat mijn armen omhoog gaan en vervolgens wordt de zware, natte stof van mijn donkerblauwe hoody omhoog geschoven. Langzaam maar zeker begin ik een beetje te ontwaken, net op het moment waarop de stof over mijn hoofd getrokken wordt. Mijn vochtige, rossige haren komen onder de stof van mijn trui vandaan en vallen als een koude deken over mijn schouders.
Ik laat mijn armen weer naar beneden zakken en merk nu pas op dat James vlak naast me zit. Hij gooit mijn trui achter het bed op de vloer, maar zijn blik blijft de hele tijd op mij gefixeerd… en dan vooral ter hoogte van mijn bovenlichaam.
Wanneer ik mijn blik naar beneden richt, zie ik dat niet alleen mijn trui doorweekt is, maar ook de stof van mijn hemdje en dat dat ervoor zorgt dat de kleur van mijn huid door de witte stof heen schijnt. Ik voel mijn wangen heet opgloeien en sla meteen beschaamd mijn armen voor mijn borsten, om de contouren van mijn tepels te verhullen. O mijn god, dit is echt beschamend.
'Isabel, niet doen…' James legt zijn grote, warme hand tegen mijn wang en kantelt mijn hoofd een beetje naar achteren, waardoor onze ogen elkaar ontmoeten. Zijn pupillen zijn vergroot en geven zijn blik iets duisters, wat ik nog niet eerder bij hem gezien heb. 'Jij hoeft je helemaal nergens voor te schamen.' Gek genoeg zorgen zijn woorden ervoor dat mijn schaamtegevoel alleen maar versterkt wordt. Hij legt zijn andere hand ook tegen mijn wang, waardoor hij mijn gehele gezicht omsluit. 'Je bent perfect.'
Ik lach schaapachtig, omdat ik het niet meer met hem oneens kan zijn, en strijk het puntje van mijn tong langs mijn lippen, waarna ik langzaam probeer in te ademen. Hij volgt die beweging met een bepaalde lust in zijn ogen, die me bloednerveus maakt.
Zijn gezicht komt langzaam dichterbij, alsof hij in slowmotion beweegt, en ik voel zijn lippen zacht langs de mijne strijken. Het is amper een kus te noemen, maar het brengt meer bij me teweeg dan elke kus die ik ooit in mijn leven heb ontvangen. Ik denk er plots niet meer over na om mijn borsten te bedekken en leg mijn handen op zijn schouders, waar ik zijn keiharde spieren door de stof van zijn overhemd voel.
Hij kopieert de beweging die ik zojuist maakte, door met zijn eigen tong langs mijn lippen te glijden, waardoor ik hem proef. Ik proef een vleugje karamel - waarschijnlijk van de rum die we eerder hebben gedronken - maar vooral zijn eigen, unieke smaak. Warm, fris en vooral verslavend lekker.
Ik open mijn mond een klein beetje, om hem toegang te bieden, aangezien ik graag meer wil dan dit. Mijn teleurstelling is waarschijnlijk hoorbaar in mijn zucht, wanneer hij zijn lippen verplaatst richting mijn wang en zijn handen laat afzakken richting mijn hals. Ik voel zijn tong even later in mijn hals en het lijkt alsof mijn huid vlam vat.
Zijn handen glijden via mijn hals over mijn schouders en nemen in diezelfde beweging de dunne bandjes van mijn hemdje mee. Ik heb het gevoel alsof ik iets moet doen of zeggen, om hem tegen te houden, maar mijn lichaam weigert medewerking te verlenen. Mijn brein is overboord gesprongen en er is wederom niets meer van me over dan een zielig en hersenloos hoopje ellende.
Hij haalt mijn linkerhand van zijn schouder en drukt zijn lippen tegen mijn knokkels, voordat hij mijn hand naar beneden brengt en op het matras onder mij plaatst. Ondertussen schuift hij met zijn andere hand het bandje van mijn hemdje nog verder naar beneden en knijpt zacht in mijn ontblote linkerborst. Zijn aanraking voelt sensationeel tegen mijn tepel en ik voel een hevige spanning in mijn onderbuik ontstaan.
'Perfect,' fluistert hij, voordat hij voorover buigt en zijn lippen tegen de mijne drukt. Deze keer kust hij me wel, ruw en teder tegelijkertijd. Het is verwarrend - zoals ik alles aan hem verwarrend vind - maar ik kan niets anders, dan er met volle teugen van genieten en me volledig aan hem over te geven.
Zijn tong voelt warm en zacht, wanneer hij mijn tong ermee plaagt. Hij laat me op geen enkele manier de leiding nemen en trekt zich telkens een beetje terug, wanneer ik daartoe een poging doe. Het is uiteindelijk zo frustrerend dat ik zachtjes en geërgerd kreun, omdat ik zo graag meer wil en hij me dat niet geeft.
Als reactie op mijn kreun laat hij mijn mond zelfs los - om me nog meer te teisteren - en zakken zijn lippen af richting mijn hals. Ik voel dat hij af en toe het bloed richting de oppervlakte van mijn gevoelige huid zuigt, waardoor ik sidder van genot. Zijn hand verplaatst zich weer naar mijn ontblote borst en zodra zijn vingertoppen over mijn gevoelige huid strijken, neemt de spanning in mijn onderbuik hevig toe. Mijn opwinding wordt vloeibaar en klopt hevig op plekken die naar enige vorm van aanraking schreeuwen.
Nog nooit eerder verlangde ik zo erg naar iemand die ik tot een paar uur geleden nog niet eens kende en ik sta op het punt om volledig over mijn eigen grenzen heen te gaan, als hij plots de stof van mijn hemdje terug omhoog schuift, zodat mijn ontblote borst weer volledig bedekt is. Hij drukt een vluchtige kus op mijn lippen en verplaatst zijn mond vervolgens naar mijn oor.
'Slaap lekker, Isabel,' fluistert hij, waarna ik nog heel even zijn tanden langs mijn oorlelletje voel schrapen.
Zonder verder nog iets te doen of te zeggen, verdwijnt hij uit de slaapkamer en laat mij geheel beduusd - en vooral enorm opgewonden - achter op het bed.
Wat de fuck?
Mijn brein lijkt niet meteen te beseffen wat er zojuist gebeurd is en het voelt een beetje alsof ik droom. Ik druk mijn nagels in de huid van mijn onderarm, om te checken of dat niet daadwerkelijk het geval is. De stekende pijn lijkt me enigszins wakker te maken.
Wanneer ik een blik werp in de spiegel - die achter het bed hangt - schrik ik van de aanblik van mijn eigen spiegelbeeld. Ik breng mijn hand richting mijn hals, die wordt getekend door meerdere donkerrode vlekken, die James zojuist heeft veroorzaakt toen hij aan mijn huid zoog.
Geweldig, nu heb ik ook nog een aandenken aan dit vreemde voorval.