Chapter One

Lees hier het eerste hoofdstuk van 'Niemand is zoals jij'

 

Ik zet het volume van mijn telefoon nog wat harder en blèr ondertussen mee met Iris van de Goo Goo Dolls. Het is maar goed dat er niemand thuis is nu, want van mijn zangkunsten wordt niemand vrolijk. Behalve ikzelf dan, maar ik ben bevooroordeeld. 
Ik pak de steel van de pan en beweeg hem even heen en weer, om mijn pannenkoek los te maken van de bodem. Zou ik hem proberen om te gooien in de pan, of zal ik hem - verstandig - met de spatel omdraaien?
Voorheen probeerde ik altijd verstandig te zijn en dat is eigenlijk uitgelopen op één groot fiasco. Ik heb daarom - sinds kort - besloten om het roer om te gooien en alles anders aan te gaan pakken. Mijn verstandige ik heb ik aan de kant gezet en ik probeer gewoon te doen waar ik zin in heb. Ik wil mijn leven nu eens leiden zoals ík dat wil.
Ik zet mijn voortanden in mijn onderlip en knijp mijn ogen lichtjes samen. Ik wiebel de pan een beetje heen en weer en maak me klaar om de pannenkoek omhoog te gooien. 
Het refrein van het nummer komt er net aan, waardoor ik automatisch weer begin mee te zingen. Op de een of andere manier lukt het me om de pannenkoek heelhuids - en omgekeerd - terug in de pan te werpen en ik ben zo enthousiast, dat ik een klein vreugdedansje doe.
'Ik wist wel dat het een goede keuze was om jou in huis te nemen.'
Ik schrik me dood, door de stem die plotseling vanuit de deuropening van de keuken klinkt. Ik gil en laat per ongeluk de pan uit mijn handen vallen, waardoor die met een flinke knal tegen het fornuis botst en vervolgens - sneller dan mijn ogen het kunnen volgen - tegen de vloer klettert. 
Daar gaat mijn perfect omgegooide pannenkoek… Hij ligt nu in stukjes op de vloer en in plaats van mijn maag, gaat hij slechts de afvalemmer vullen.
'Verdomme, Sam! Ik schrik me dood!' snauw ik geschrokken naar mijn nieuwe huisgenoot. 'Nu heb je mijn pannenkoek verpest!'
O, god. De lach van die jongen is echt abnormaal. Of moet ik fenomenaal zeggen?
Het is vast zijn glimlach waarmee hij iedereen inpakt, dat kan niet anders… want het lukt hem bij mij ook. Een beetje.
Met zijn halflange, donkerbruine, warrige haar - waar een klein beetje slag in zit - heldere, blauwe ogen en een lichaam waar je U tegen zegt, weet hij vrij gemakkelijk iedereen in te pakken. Dat heb ik na een paar dagen al door.
'Ik bak je wel een nieuwe, schoonheid.' 
Nog zoiets. Sam is absoluut niet vies van complimentjes uitdelen. Of ja, complimentjes… Het zijn meer koosnamen, of hoe moet ik dat noemen? Hij gooit in ieder geval erg graag met de woorden schatje, schoonheid en ik heb hem zelfs al baby horen zeggen. Ik hoop maar niet dat hij mij baby gaat noemen, want dan schiet ik waarschijnlijk meteen in de lach.
'Dan kun jij ondertussen ongestoord verder gaan met je optreden.'
Ik voel meteen het bloed naar mijn wangen stijgen, omdat Sam me dus waarschijnlijk heeft zien dansen en horen zingen. Tot overmaat van ramp geeft hij me ook nog een knipoog met die prachtige, blauwe ogen van hem. 
Hij loopt richting het wrakstuk, wat ooit mijn perfecte pannenkoek was, en vist de pan van de vloer. Wanneer ik zie dat hij de wrakstukken van de pannenkoek met zijn voet naar het aanrecht wil schuiven, begin ik te gillen: 'Doe normaal! Bah, jij bent echt een varken!'
Ik duw hem opzij en scheur een vel keukenpapier van de rol, zodat ik de pannenkoek op kan vegen. Wanneer ik neerhurk vlakbij de pannenkoek, duwt Sam met zijn heup tegen mijn schouder, waardoor ik bijna mijn evenwicht verlies.
Jezus, deze jongen is echt zo een ontzettende klier, op een flirterige manier… Ik weet gewoon nu al dat hij het me nog ontzettend moeilijk gaat maken, maar ik heb mezelf al beloofd dat ik me niet door hem laat inpalmen. 
Ik woon hier pas vier dagen en ik heb al twee ochtenden een meisje aangetroffen, die de nacht met hem door had gebracht. Twee verschillende meisjes… en gisterochtend zag ik zelfs mijn andere huisgenoot - Yasmin - van zijn kamer komen.
Sam is overduidelijk het schoolvoorbeeld van een mannelijke slet… Een echte casanova, die precies weet hoe hij iemand in moet pakken. Hij is zich behoorlijk bewust van zijn knappe uiterlijk en schaamt zich totaal niet om het in te zetten, om op die manier aan zijn trekken te komen. Ik ben absoluut niet van plan om zijn volgende slachtoffer te worden.
Ik ben sowieso niet van plan om nog iemands slachtoffer te worden en al helemaal niet van een man. Na de jarenlange mishandelingen van Dennis, gevolgd door de leugens van Ryan, ben ik echt even helemaal klaar met mannen.
En daarnaast is het sowieso niet verstandig om te rotzooien met een huisgenoot. Daar kan toch alleen maar heisa door ontstaan?
'Ik dacht dat jij helemaal niet thuis was,' zeg ik, terwijl ik de - in keukenrol gewikkelde - pannenkoek in de afvalemmer werp. 'Jij gaat toch elke ochtend sporten?'
Daar ging ik in ieder geval wel vanuit, anders had ik mijn concert wel voor een ander tijdstip bewaard. 
'Ik lag nog in bed,' zegt hij, terwijl hij veel te veel pannenkoeken-beslag in de pan schenkt. Op die manier krijg ik een veel te dikke pannenkoek, maar ik besluit er niets van te zeggen. 'Het was nogal laat geworden vannacht.'
Ik leun met mijn billen tegen het aanrechtblad - zodat ik Sam aan kan kijken - en trek mijn wenkbrauw omhoog. 'Ligt er nu nog iemand in je bed?'
Hij grijnst even en haalt vervolgens - zogenaamd onschuldig - zijn schouders omhoog. 'Misschien.'
O mijn god. Ik hoop maar voor hem dat hij het elke keer veilig doet, anders kan het toch niet anders, dan dat deze jongen een wandelende SOA is. 
Nu moet ik natuurlijk niet al te veel oordelen over dit soort dingen, aangezien ik zelf pas geleden nog een SOA-test heb moeten doen. Godzijdank was die negatief - evenals de zwangerschapstest die ik ook maar meteen heb gedaan - en heb ik niks opgelopen tijdens mijn onveilige vrijpartij met Ryan.
'Jezus, Sam… Jij bent echt…'
'Een God? Adonis? Geweldige minnaar?' onderbreekt hij me, terwijl hij even met zijn wenkbrauwen wiebelt.
Ik trek een afkeurend gezicht en schud mijn hoofd. 'Eerder een slet.'
'Ach, Roosje…'
Ik vind het bloedirritant dat hij me de hele tijd zo noemt, maar ik ben bang dat ik al drie dagen te laat ben om hem daarin te corrigeren. Misschien moet ik er dan maar aan wennen.
'Ik leef tenminste. Volgens mij mag jij dat wel wat meer doen.' 
Het voelt een beetje vervelend, dat hij dat zegt… want ik heb net het gevoel dat ik steeds meer begin te leven.
Na die ene nacht in het ziekenhuis, toen Dennis is neergeschoten door Ryan, had ik een behoorlijke tijd het gevoel alsof ik niet meer leefde. Ik heb drie weken lang op de logeerkamer van mijn broer Eric gebivakkeerd en ik kwam alleen het huis uit, wanneer we naar het ziekenhuis gingen. Ik leefde in een hele donkere en sombere sleur, waarin ik mezelf steeds verder van alles en iedereen begon te isoleren.
Het voelde gewoon ontzettend veilig om even geen contact met iemand te hebben, op de korte bezoekmomenten met mijn familie na. Zolang ik geen contact met iemand had, kon ook niemand mij teleurstellen of pijn doen. 
Ik zat drie weken lang in mijn veilige luchtbel, waar niets of niemand mij kon raken… totdat mijn luchtbel keihard ontplofte en ik met mijn neus op de feiten werd gedrukt. Mijn gecreëerde bubbel bleek helemaal niet zo veilig.
Na een veel te korte en oneerlijke strijd is mijn pasgeboren neefje Luc helaas overleden, toen hij slechts drie weken oud was. De klap die hij voor zijn geboorte heeft opgelopen, tijdens het verkeersongeval, heeft teveel impact gehad op zijn kleine, nog niet volledig ontwikkelde lichaam. Hij heeft dapper gestreden, maar helaas was het tevergeefs. Mijn zus Celine heeft hem niet eens kunnen zien, omdat ze op dat moment nog in een kunstmatige coma werd gehouden.
Anderhalve week na zijn overlijden is ze pas ontwaakt, nu ongeveer één week geleden. Haar lichamelijke toestand was dusdanig verbeterd, dat ze aan de volgende stap voor haar herstel toe was. Lichamelijk gaat het ook redelijk goed met haar, maar geestelijk is ze kapot. Ik zag het al meteen aan de blik in haar ogen: Celine zal nooit meer dezelfde zijn.
Toch heeft ze me versteld doen staan, door hoe ze met haar herstel aan de slag gaat. Misschien doet ze het om afleiding te hebben, zodat ze niet de hele tijd aan Luc hoeft te denken. Hoe dan ook, ik heb hierdoor wel ontzag voor mijn zus gekregen, ondanks onze stroeve relatie in het verleden.
Door haar ben ik gaan beseffen dat ik me behoorlijk aan het aanstellen was. Ik sloot me al wekenlang op in een donkere kamer, ik weigerde te leven… en dat allemaal vanwege een beetje liefdesverdriet.
Oké, misschien was het wel meer dan een beetje liefdesverdriet, want ik ben keihard voorgelogen door iemand die ik daadwerkelijk dacht te kunnen vertrouwen. Iemand die ik een klein stukje van mezelf had laten zien en dit vervolgens keihard tegen me gebruikte.
Ik weet niet of ik ooit nog iemand echt in vertrouwen durf te nemen, na wat Ryan me geflikt heeft. Niemand is zomaar aardig en dat heeft hij maar weer eens bewezen.
Ik heb nu al bijna vijf weken niets meer van hem gehoord. Ik heb ook de hoop opgegeven dat ik ooit nog iets ga horen, want dat zou gewoonweg naïef zijn. Ik ben nou eenmaal ingezet om wraak te nemen op mijn ex. Die missie is geslaagd en ik ben niet langer nuttig.
Dat mijn leven daardoor volledig op zijn kop stond zal wel als nevenschade worden beschouwd. Dat hoort er waarschijnlijk allemaal gewoon bij in Ryans wereld. De wereld waarin ik - zoals hij zelf al zei - niet in thuis hoor.
In welke wereld ik dan wel thuis hoor? Daar ben ik nog steeds niet achter, maar ik ben van plan om me daar de komende tijd op te oriënteren.
Hoe? Door gewoon optimaal van mijn leven te genieten en me door niemand te laten vertellen wat ik wel en niet moet doen.
Ik heb daarom ook besloten om iets meer afstand van Lizzy te nemen. We zijn wel nog steeds vriendinnen, maar niet meer zo close als voorheen. Ik heb me in de afgelopen tijd gerealiseerd dat Lizzy vrij bepalend was in onze vriendschap. Zij besliste vaak wanneer we iets gingen doen en wat we dan gingen doen. Op dit punt in mijn leven wil ik liever zelf keuzes maken en ik weet gewoon dat ik dat lastig vind, wanneer Lizzy erbij is.
Ik word uit mijn gedachten gehaald door Sam, die met zijn wijsvinger tegen mijn neus tikt. 'Ben je weer aan het dagdromen, Roosje?' Ik zie dat hij een bord met een dampende pannenkoek voor mijn neus houdt en me een behoorlijke gladde knipoog geeft. 'Speciaal voor jou, schatje.' 
Ik rol met mijn ogen en neem het bord van hem over, waarna ik plaatsneem aan de keukentafel. 
Ik baalde er eerst nogal van dat ik geen grote, betaalbare kamer kon vinden. Ik woon nu in een soort studentenhuis, alleen studeren we allemaal niet. We hebben alledrie een vrij kleine slaapkamer en de andere ruimtes - zoals de keuken en de badkamer - worden gedeeld. 
Het is ook maar een tijdelijke oplossing, totdat ik mij een grotere woning in een betere buurt kan veroorloven. Ik heb inmiddels een nieuwe baan, dus ik ben van plan om een half jaartje of een jaartje te sparen, om vervolgens een nieuwe woning te zoeken.
'Het is vandaag vrijdag, dat weet je toch, hè?'
Ik rol mijn pannenkoek op en knik, waarna ik een flinke hap neem.
'Dat betekent dat we vanavond samen naar de stad gaan. Dat doen we elke week en nee zeggen, is geen optie.' 
Yasmin vertelde me al dat ze elke vrijdag samen naar de stad gaan met alle huisgenoten, oftewel: wij drie. Voor mij komt dat wel goed uit, want ik heb wel behoefte aan een gezellige avond, met nieuwe mensen. Op die manier kan ik mijn huisgenoten meteen wat beter leren kennen.
'En dan ben jij zeker halverwege de avond verdwenen, omdat je je verovering van die avond hebt gevonden?' plaag ik Sam.
Ik krijg een spetter pannenkoeken-beslag tegen mijn gezicht en mijn mond valt meteen open van verbazing. Wanneer ik naar Sam kijk, zie ik dat hij een jongensachtige grijns op zijn gezicht heeft. 'Pas maar op, met mij zo te plagen.'
'Moet jij nodig zeggen!' Ik spring op van mijn stoel en wil de kom met beslag van het aanrecht grissen, maar Sam is me voor en er volgt wederom een flinke spetter beslag tegen mijn gezicht en in mijn blonde lokken. 
Mijn mond valt nóg verder open en ik ben vastberaden om hem nu terug te pakken. Ik weet mijn hand in de kom te krijgen en wanneer ik voel dat mijn vingers helemaal bedekt zijn met beslag, trek ik mijn arm weer terug en haal ik mijn hand vol beslag langs Sams gezicht. 
We zijn net een stel kleine kinderen, die een voedselgevecht houden in de keuken. Waarschijnlijk krijgen we hier zometeen nog wel spijt van, wanneer we alle troep weer op moeten ruimen. Maar nu kan me dat niet zo veel schelen, want ik heb buikpijn van het lachen.
Op een of andere manier heeft Sam me richting de vloer weten te werken en krijg ik een volle soeplepel beslag over me heen.
'Ah, Sam! Nee!' krijs ik, terwijl ik het natte beslag langs mijn hoofdhuid voel druipen.
Ik gil het uit van het lachen, totdat ik plotseling een stem hoor vanuit de deuropening, die zegt: 'Zo, zo… Hier is het gezellig…'
Het is een stem die me behoorlijk bekend voorkomt, al kan ik het niet meteen plaatsen. Wanneer ik mijn hoofd echter draai, vanaf het punt op de vloer waar ik nog steeds languit lig - met Sam half over mij heen hangend, met een lepel vol beslag - is het overduidelijk.
Hetzelfde platinablonde haar, alleen deze keer iets minder mooi in model.
Dezelfde gifgroene ogen.
En ik heb nog steeds hetzelfde gevoel bij haar: ik mag haar niet.
Wat - in godsnaam - doet Juliet nou weer hier?

 


 »

Reactie plaatsen

Reacties

Diana
2 jaar geleden

U al een spannend deel .
Snel op naar deel 2 🤗🤗😍