Chapter Two

Lees snel verder in het tweede hoofdstuk van 'Niemand is zoals jij'

 

Ik blijf even doodstil op de keukenvloer liggen, met mijn blik op Juliet gericht. Sam is inmiddels alweer overeind gekomen en tikt met zijn wijsvinger tegen mijn schouder. Wanneer ik mijn hoofd draai, zie ik dat hij mij zijn hand toereikt, om mij overeind te helpen.
Ik veeg nog even snel langs mijn wenkbrauw, waar ik een flinke klodder beslag voel zitten, en neem vervolgens zijn hand aan. Wanneer ik weer op mijn beide benen in de keuken sta, veeg ik nog een paar keer langs mijn wangen. Mijn blik is inmiddels weer op Juliet gericht.
Wat doet zij in godsnaam hier?
Zij ziet er totaal niet verbaasd uit, om mij hier aan te treffen. Ik vraag me bijna af of ze mij nog wel herkent, als ze opeens zegt: 'Lang niet gezien, Rose.'
Ik krijg er ook nog een knipoog en een glimlach bij. Haar zelfverzekerdheid loopt weer eens de spuigaten uit en het zorgt er ook meteen weer voor dat mijn zelfvertrouwen als sneeuw voor de zon verdwenen is. Ik weet niet waarom ik telkens zo onzeker word in het bijzijn van deze vrouw, maar het lukt haar elke keer weer.
Sam kijkt nieuwsgierig van Juliet naar mij. 'Kennen jullie elkaar?'
Ik zeg nee op hetzelfde moment waarop Juliet ja zegt. Ze lacht weer en mijn frustratie groeit alleen maar. 'We kennen elkaar vaag,' zegt ze vervolgens tegen Sam. 'Maar Rose mag mij niet zo.'
Alsof zij mij wel mag. We mogen elkaar gewoon niet.
'Wat doe jij hier?' 
Ze glimlacht weer naar me en ik begin nu echt de kriebels van haar te krijgen. Vervolgens kijkt ze naar Sam en schiet ze in de lach. 'Nou… Toeval, denk ik?'
Ik begrijp het niet en dat is blijkbaar van mijn gezicht af te lezen. Sam geeft me gelukkig de uitleg die ik nodig heb: 'Je vroeg toch of er nog iemand in mijn bed lag?' Hij grijnst, geeft een knikje naar Juliet en dan valt pas het kwartje pas.
O mijn god. Juliet is de one-night-stand van Sam?
'O…' zeg ik stilletjes. 
Ik weet niet precies waarom ik zo verbijsterd ben. Sam en Juliet zijn beide aantrekkelijke mensen, dus wat dat betreft is het helemaal niet zo vreemd. Ik denk dat ik het gewoon vreemd vind, dat Juliet - die achtentwintig is en zich nog veel volwassener gedraagt - iets ziet in Sam, die nog amper volwassen te noemen is, ondanks dat hij bijna vijfentwintig is.
Ik heb natuurlijk ook totaal geen idee op wat voor types Juliet valt. Dennis is niet echt een goed referentiekader, aangezien dat allemaal een vooropgezet plan was.
'Wil je ook een pannenkoek, schoonheid?' vraagt Sam aan Juliet, waardoor ik hem meteen teleurgesteld en bijna smekend aankijk. Waarom moet hij dat nou aan haar vragen? Ik wil helemaal niet dat zij hier blijft ontbijten.
'Een pannenkoek…' Juliet trekt een bedenkelijk gezicht, terwijl ze haar blik door de keuken laat gaan. Hier en daar zitten flinke spetters pannenkoeken-beslag tegen de keukenkastjes en op de vloer. Het ziet er behoorlijk onhygiënisch uit en ik zou zelf nooit blijven ontbijten in een keuken die er zo uit ziet. Juliet zet echter een glimlach op haar gezicht en haalt haar schouders op. 'Vooruit dan maar. Ik heb wel niet zo veel tijd, want ik heb zo een afspraak.'
Kan ze niet meteen door naar die afspraak?
Verdomme, ze neemt al plaats aan tafel. Dan ga ik maar, want ik heb echt geen zin om met haar aan de keukentafel te zitten. Ze heeft mijn ochtend nu al verpest, maar ik weet zeker dat ze in staat is om mijn humeur nog meer te verpesten, wanneer ik nog langer in haar nabijheid ben. 
'Ik ga douchen,' zeg ik tegen Sam, die inmiddels al aan de slag is gegaan met het overgebleven beslag en de koekenpan. 
'Rose, wacht…'
Ik heb de neiging om gewoon weg te lopen, maar daar ben ik gewoonweg te beleefd voor. Al kan ik mezelf wel voor mijn kop slaan, dat ik net nu niet wat brutaler durf te zijn. 
Ik wilde toch verdomme mijn leven anders gaan leven? Waarom lukt me dat nu dan niet?
Juliet staat weer op en komt voor me staan. Ik ben even bang dat ze een hand op mijn schouder gaat leggen of zo, maar gelukkig doet ze dat nog net niet. Ze kijkt me wel met een of andere bedroefde blik aan. ’Ik wil je mijn excuses aanbieden.'
Ik weet niet zo goed wat ze nu van mij verwacht. Ik zit helemaal niet op haar excuses te wachten, dus meer dan: 'Dat hoeft niet,' krijg ik niet uit mijn mond.
'Jawel. Jij was niet verantwoordelijk voor wat Dennis heeft gedaan, maar je bent er wel net zo goed voor gestraft. Dat is niet eerlijk.' 
Als ik niet beter zou weten, zou ik denken dat ze echt aardig is. Ze speelt het behoorlijk goed.
'Ryan had jou hier nooit in mogen betrekken. Dat heb ik hem al meteen gezegd.'
Ik zucht even, geheel automatisch. Waarom moet ze nou weer over Ryan beginnen?
Daarnaast geloof ik haar niet. Het heeft haar destijds niet ervan weerhouden om dat stomme plan uit te voeren, dus waarom zou ze nu opeens spijt hebben?
'Ik hoorde dat Dennis uit het ziekenhuis is…'
Ze knijpt haar ogen even samen en legt vervolgens alsnog haar hand op mijn schouder. Ik weet niet zo goed wat ik moet doen, dus ik kijk een beetje verward naar haar hand.
'Heeft hij je nog lastig gevallen?'
Wat is dit in godsnaam?
Ik zet een stap naar achteren, waardoor ik tegen Sams rug opbots, die achter het fornuis een pannenkoek staat te bakken. 'Rose, voorzichtig!'
Waarom vraagt ze dit? Ik wil helemaal niet denken dat Ryan hier achter zit, maar dat gebeurt vanzelf. Ik voel dat er meteen weer een sprankje hoop begint te ontstaan, ergens diep van binnen…
Nee, nee… Ik mag dat niet hopen. Dat is niet goed voor me, want dan ben ik straks weer teleurgesteld. 
'Ik ga douchen,' zeg ik nog een keer, alleen lijk ik het deze keer vooral tegen Juliet te zeggen.
Ze knikt even en zet vervolgens een stap opzij. 'Ik vroeg het me gewoon af,' zegt ze nog, voordat ik zo snel mogelijk de keuken uit loop.


Wanneer ik klaar ben met douchen en mezelf klaar heb gemaakt om te gaan werken, is Juliet gelukkig alweer verdwenen. Ik merk wel dat haar plotselinge aanwezigheid mijn hoofd weer volledig op hol heeft gebracht. 
Was het wel toeval, dat zij de one-night-stand van Sam is? Of heeft ze hem - net als Dennis - bewust uitgekozen? 
Is het stom om te denken dat ze hier voor mij was?
En was dat dan op eigen initiatief, of heeft Ryan haar gestuurd? 
Ik wil hier helemaal niet mee bezig zijn, want dit heeft me al veel te veel bezig gehouden tijdens de afgelopen weken. Ik wil mijn tijd hier niet meer aan verspillen.
Het is dom… en ik wil niet meer dom zijn.
Wanneer ik op mijn werk aankom, zie ik gelukkig dat het behoorlijk druk is. Dat betekent dat ik de hele tijd bezig zal zijn en dat is precies wat ik nu nodig heb. Afleiding is nu het beste medicijn.
Ik heb sinds deze week een baan in een lunchroom, als serveerster. Het is totaal iets anders, dan wat ik voorheen deed. Ik denk dat ik daar bewust voor heb gekozen, want het paste wel bij het geheel omgooien van mijn leven. Ik wilde op alle gebieden opnieuw beginnen, dus ook wat betreft mijn werk. 
Daarnaast had ik nou eenmaal ook niet veel keuze, toen ik een nieuwe baan ging zoeken. Ik moest gewoon zo snel mogelijk iets nieuws hebben. Ik denk ook niet dat ik dit jaren blijft doen, maar voor nu vind ik het prima. 
Het is een vrij kleine lunchroom, waar ze alleen maar broodjes en drank verkopen. Ze zijn alleen overdag geopend, waardoor ik de avonden altijd vrij heb. Ik moet alleen twee weekenden per maand werken, maar dat vind ik niet zo erg, want daar krijg ik doordeweeks twee vrije dagen voor terug. 
Ik ben in ieder geval weer bezig en dat is al een hele vooruitgang van het donkere, nutteloze en luie leven wat ik de afgelopen weken heb geleefd.
Ik leg mijn handtas weg in de keuken en bind vervolgens een schort om mijn middel. Ik krijg al meteen een paar borden met broodjes in mijn handen gedrukt, wanneer ik de keuken weer wil verlaten. Er worden nog wat tafelnummers naar me geroepen en vervolgens word ik al vanzelf de keuken weer uitgewerkt.
Ik moet echt nog even wennen aan deze snelle manier van communiceren. Ik word hier telkens in het diepe gegooid en dat maakt me een beetje onzeker. Ik probeer het echter zo goed mogelijk te verbergen en dat lukt me tot nu toe vrij goed. Ik denk zelfs dat dit baantje heel goed is voor het vergroten van mijn zelfvertrouwen.
Wanneer ik de broodjes af heb geleverd aan de tafels en bij de bar sta te wachten op een bestelling drankjes, voel ik dat er iemand met een scherpe, lange nagel in mijn schouder prikt.
Ik draai me geërgerd om - omdat het best wel pijn deed - en houd mijn adem in, wanneer ik zie wie er voor me staat. 
Een donkerblonde, bolle coupe, alsof ze meedoet aan een misverkiezing. Grijze ogen, met een dikke rand eyeliner eromheen. Een verouderde huid, die overduidelijk te veel stralen van de zonnebank heeft gezien en lichtroze lippenstift op gekreukte lippen.
Ze ruikt altijd naar goedkope lippenstift, kauwgom en een vleugje muskus. Ik haat die mix van geuren.
Tot vandaag heb ik haar weten te ontlopen: de moeder van Dennis.
Ze heeft me zo vaak proberen op te zoeken - omdat ze zo nodig met mij moest praten - maar ik wist haar telkens te ontwijken. Ik heb helemaal geen behoefte om met deze vrouw te praten.
Wat moet ik in godsnaam tegen haar zeggen? Je zoon is een monster en hij heeft vijf jaar lang mijn leven verpest? Het was voor mijn moeder al moeilijk te geloven, laat staan voor zijn eigen moeder.
'Tieneke,' zeg ik als een soort zucht.
Dat heeft ze overduidelijk opgemerkt, want ik krijg meteen een verontwaardigde blik. 'Je mag wel wat vriendelijker zijn tegen je schoonmoeder.'
Ik kan het niet laten om nog eens te zuchten. 'Heeft Dennis nog niet verteld dat we uit elkaar zijn?'
Ik heb hier geen zin in en al helemaal niet op mijn werk. Ik begin me zo langzamerhand ook af te vragen of het vandaag niet toevallig vrijdag de dertiende is, want ik kom allemaal mensen tegen die ik helemaal niet wil zien.
'Dus jij gaat hem nú, op dít punt, wanneer hij het zó moeilijk heeft… laten stikken?' Het lijkt wel alsof ik hier naar een slechte filmster sta te kijken, die een dramatische scène aan het oefenen is, zo erg overdrijft ze het. 'Is dat het type vrouw wat jij bent?'
'Tieneke, ik ben aan het werk. Laat me met rust.'
Ik wil weglopen, maar ze grijpt vliegensvlug mijn bovenarm vast. Ik voel haar lange stilleto-nagels in mijn huid drukken. 'Je kunt me niet blijven ontlopen, meisje. Of dacht je soms, dat ik dat niet in de gaten had? Jij gaat mijn zoon nu niet laten stikken, hoor je me?'
Ik zet mijn eigen nagels in haar hand en trek mijn arm los. 'Doe normaal, gestoord mens!' sis ik, zo stil mogelijk.
Ze gaat me verdomme nog in de problemen brengen en ik kan het mij nu echt niet veroorloven om deze baan te verliezen.
Wat er vervolgens gebeurt, laat de hele lunchroom stilvallen. Mijn ogen kunnen niet eens waarnemen wat er gebeurt. Ik hoor en voel het eerder, dan dat ik het zie.
Een klap… en vervolgens tintelt mijn hele wang.
'Brutale vlegel! Zo praat je niet tegen me!'
O mijn god. Heeft ze me nu echt in mijn gezicht geslagen?
Ik leg mijn hand tegen mijn wang en voel dat mijn huid gloeit. Wat de fuck… Dit had ik echt nooit van haar verwacht!
'Dennis is hartstikke depressief. Dus jij zorgt maar dat hij zich weer beter gaat voelen!' sist ze vervolgens tegen me, terwijl ze haar wijsvinger voor mijn neus houdt en me bijna een oog uitsteekt met de scherpe punt van haar roodgelakte nagel. Haar ogen staan vurig en kijken recht in de mijne.
'Nee.' Mijn stem trilt, omdat ik ergens bang ben dat ze me weer een klap gaat verkopen. 
Ik ga echter niet toegeven, ook niet wanneer dat betekent dat ze me nog een keer gaat slaan.
Ik zie dat haar ooglid een klein beetje trilt, net zoals haar wijsvinger, die ze nog steeds op me gericht houdt. 'Ik verwacht je morgen, in de revalidatiekliniek.'
Dan kan ze lang wachten, want ik ga daar echt niet heen. 
Ze knijpt haar ogen nog even samen, laat ze minachtend over mijn gezicht glijden, snuift even en draait vervolgens haar hoofd weer weg. 
'Morgen,' zegt ze nog een keer, voordat ze wegloopt.
Mijn wang brandt nog steeds en het zou me niets verbazen wanneer ik een rode handafdruk in mijn huid gedrukt heb staan.
Holy shit. Die vrouw is echt niet goed bij haar hoofd.
Blijkbaar is het nog niet zo gemakkelijk om mijn verleden achter me te laten. Alleen baal ik er wel van, dat alleen de ongewenste onderdelen van mijn verleden me nu blijven achtervolgen.
Misschien ben ik toch niet gemaakt om gelukkig te zijn. 
Ik hoopte echt dat er nu betere tijden aan zouden breken, maar tot nu toe merk ik er nog niet veel van.

 

 


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.