Chapter One

Lees hier het eerste hoofdstuk van 'Niemand mag het weten'

 

Ik stuif door de smalle gangen van de Kruidvat en wissel mijn blik de hele tijd tussen de ingang - zodat ik zeker weet dat er geen bekenden binnen komen - en de producten in het rek, op zoek naar hetgeen ik voor hier naartoe ben gekomen.
Pas wanneer ik de laatste gang bereikt heb - en alweer bijna bij de kassa sta - ben ik bij het rek met de zwangerschapstesten aangekomen.
Fuck, waarom is er in godsnaam zoveel keuze?
Ik werp tussendoor steeds een blik op de ingang, want ik weet niet in hoeverre die mannetjes van Ryan me achtervolgen. Heel af en toe zie ik ze - soms ook niet, waarschijnlijk afhankelijk van wie het is en hoe goed diegene is in het onzichtbaar zijn - maar nu zie ik al een hele tijd, sinds ik vanaf mijn werk vertrokken ben, niemand.
Ik hoop maar dat er ook daadwerkelijk niemand achter me aan naar binnen is gelopen, want het is niet de bedoeling dat Ryan hierachter komt. Niet dat ik daadwerkelijk in de veronderstelling ben dat ik in verwachting ben - ik wil alleen maar héél zeker weten dat het níet zo is - maar ik denk dat een minuscuul vermoeden op een zwangerschap al voldoende is om Ryan keihard bij me weg te laten rennen.
Want dat is het: een minuscuul vermoeden. Niets meer en niets minder. Waarschijnlijk is er helemaal niets aan de hand en daar zal ik zometeen ook achter komen. Ik heb echter wel een keiharde bevestiging nodig om van dit gevoel af te komen.
Die bevestiging wil ik echt zo snel mogelijk hebben, al helemaal voordat Ryan weer terug is.
Hij is nu bijna een gehele week weg en ik heb ook geen idee wanneer hij precies terugkomt. Ik hoopte stiekem dat hij allang terug zou zijn, aangezien hij zei dat het slechts een paar dagen zou duren.
Ik heb geen idee wat hij allemaal moet doen in Marseille, om daarna terug te keren als zichzelf, nadat hij zich jarenlang in Nederland als zijn overleden tweelingbroer voor heeft gedaan. Ik dacht eigenlijk dat hij begin deze week al terug zou zijn, maar nu is het inmiddels alweer donderdag en ik heb nog steeds niets gehoord.
Maar in ieder geval: ik moet nu snel kiezen welke test ik ga kopen, voordat ik zometeen alsnog een bekende tegen het lijf loop. Ik ben al met opzet een stukje omgelopen - niet naar de dichtstbijzijnde drogist - zodat ik minder risico loop, maar dat garandeert natuurlijk nog niets. Ik moet alsnog voorzichtig zijn en vooral niet te lang hier rondhangen.
Ik laat mijn saffierblauwe ogen over de verschillende testen gaan, steek het puntje van mijn wijsvinger tussen mijn tanden en denk even na. Daarna gris ik een van de goedkopere tests uit het rek, eentje waar er twee testen in één verpakking zitten. In dat geval kan ik mezelf dubbel ervan verzekeren dat er niets aan de hand is, dat lijkt me wel extra geruststellend.
Ik sta op het punt me weer om te draaien, als ik plots een vrouwelijke stem achter me hoor: 'Rose, ben jij dat?' 
Fuck, fuck fuck! Ik herken haar stem meteen, het kan gewoon niet missen.
Het is Juliet en ze staat echt vlak achter me, bijna in mijn nek hijgend. Heeft ze gezien wat ik net uit het rek pakte?
Voor een korte seconde lijk ik aan de grond genageld te staan - totaal bevroren - niet wetend wat ik moet doen, met het doosje van de zwangerschapstest nog in mijn hand. Maar dan lijkt mijn brein het opeens weer over te nemen en draai ik me om. In diezelfde beweging verstop ik het doosje achter mijn rug en duw het zo snel mogelijk achter de band van mijn zwarte werkbroek.
Nu kan ik alleen nog maar hopen dat ze niets gezien heeft, want als dat wel het geval is, is het slechts een kwestie van tijd, voordat Ryan hiervan op de hoogte is. Ze zal alles aangrijpen om ons dwars te kunnen liggen en hem weer dichter bij haarzelf te kunnen krijgen, daar twijfel ik niet eens over.
Ze kijkt me nieuwsgierig - en een tikkeltje argwanend - aan, haar gifgroene ogen van top tot teen over me heen glijdend, alsof ze naar iets op zoek is. 
Shit… Ik sta natuurlijk wel nog steeds voor het rek waar alle zwangerschapstesten liggen. 
'Wat doe jij nou hier?' Ze glimlacht en komt behoorlijk oprecht over. Ik weet echter ondertussen dat deze vrouw voor geen meter te vertrouwen is.
Ik denk dat ik beter aan haar kan vragen wat zíj hier doet, aangezien ze me helemaal geen type lijkt dat haar verzorgingsspullen - of wat dan ook - bij de Kruidvat koopt. Ze is hier totaal niet op haar plek in haar groene designerjurk - die haar slanke lichaam perfect omsluit en precies dezelfde kleur als haar ogen heeft - haar zwarte Louboutin-pumps, knalrode gestifte lippen en opvallende, glinsterende sieraden, die overduidelijk niet in dit soort winkels verkocht worden.
'Wat denk je dat ik hier doe?' Ik snauw een beetje en ik loop daarnaast ook een risico, door deze vraag te stellen. Wat nou als ze over die zwangerschapstest begint?
'Verstop je nou iets achter je rug?'
Verdomme. Ik laat mijn armen langs mijn zij hangen - zodat het er niet meer uitziet alsof ik iets achter mijn rug verberg - maar omdat dat erg ongemakkelijk voelt, haal ik mijn vingers door mijn golvende, blonde lokken en maak ik snel een hoge staart, met het elastiek dat ik om mijn pols draag. 'Nee. Wat moet je, Juliet?'
Ik klink onvriendelijk en normaal gesproken zou ik nooit zo tegen iemand durven praten, maar voor haar maak ik graag een uitzondering. Ze mag best weten dat ik haar absoluut niet mag. Ik voel totaal geen behoefte om te doen alsof we elkaar aardig vinden, want we weten beiden dat dat niet het geval is.
Er komt een ongemakkelijk lachje uit haar mond, ze friemelt wat aan de punten van haar platinablonde, halflange haar en slaat haar gifgroene ogen even neer, alsof ze zich niet prettig voelt bij hetgeen ze me nu gaat vragen. 'Ik eh… Ik vroeg me af… Weet jij waar Ryan is?'
Ik kan niet ontkennen dat het mij een goed gevoel geeft, dat Juliet nu degene is die dit - enigszins wanhopig - aan mij komt vragen. Ze heeft dus ogenschijnlijk daadwerkelijk geen idee waar hij is en dat stelt me wel gerust. 
Ik haal nonchalant mijn schouders op en probeer mijn mondhoeken - die al vanzelf omhoog willen krullen - onder controle te houden. 'Geen idee. Hij verdwijnt wel vaker, toch?'
Ze knijpt haar ogen samen en maakt een kleine, knikkende beweging met haar hoofd. 'Ja, alleen is hij nog nooit zo plotseling als nu weggegaan. Ik heb hem niet meer gezien, nadat jij vorige week dat restaurant binnen kwam vallen met die vreemde act van je…'
Ze heeft het vast over mijn impressie van Pretty Woman, die - als ik er nu over nadenk - inderdaad wel vreemd was. Ik weet ook niet goed wat me op dat moment bezielde.
'Ik weet het niet, Juliet,' zucht ik en ik werp een blik op mijn horloge, alsof ik haast heb en zometeen dringend ergens naartoe moet. 'Verder nog iets?'
Ik schrik me dood, wanneer ze mijn hand vastgrijpt - waardoor ze mijn horloge onder mijn neus vandaan trekt - en vervolgens compleet ontsteld roept: ’Wat is dát?'
Haar blik is op mijn ring gericht, of eerder gefixeerd. Haar gifgroene ogen worden groter en haar mond lijkt een kleine, stille o te vormen, alsof ze even helemaal sprakeloos is van de schoonheid van mijn ring. Niets is echter minder waar, want dit is niet de emotie van een vrouw die verwonderd is over een schitterende ring. Dit is pure verbijstering, misschien zelfs een klein beetje walging.
Wanneer ik haar linkerhand - en ringvinger - zie, verandert mijn gezichtsuitdrukking waarschijnlijk in een soortgelijke emotionele expressie. O mijn god! Zij draagt gewoon een soortgelijke ring als de mijne aan haar vinger.
Het is dezelfde blauwe saffier, al is de mijne gelukkig wel een stuk groter. 
Gelukkig? Ik weet helemaal niet of ik daar wel blij mee moet zijn. Wat betekent dit eigenlijk? Heeft zij haar ring ook van Ryan gekregen?
Ik denk meteen terug aan zijn briefje en wat daar op stond. Ik zou hem aan niemand anders willen geven. Is dat gelogen? Heeft hij er al eerder een aan Juliet gegeven?
'Hé…' 
Ik schrik even, ook al herken ik de stem van Levi vrijwel meteen. Wanneer ik mijn blik losmaak van Juliet’s ring, zie ik dat hij naast ons in het gangpad staat, met zijn felblauwe ogen op mij gericht. Zijn hoofd maakt een klein knikje, waardoor zijn donkerbruine haar op en neer beweegt. 
Blijkbaar is hij mijn oppas voor vandaag. Dat verklaart ook meteen waarom ik nog niemand gezien had, want Levi is tot nu toe altijd redelijk onzichtbaar, totdat hij gezien wil worden. 
Ik begrijp nog steeds niet waarom hij voor Ryan werkt.
'Ga je mee?'
Ik wil bijna knikken - geheel beduusd door het feit dat Juliet eenzelfde soort ring als de mijne draagt - maar bedenk me net op tijd.
Ik kan hier helemaal niet zomaar weglopen, want ik heb die zwangerschapstest nog steeds verstopt in de achterzijde van mijn broek. Behoorlijk opvallend ook, dus wanneer ik nu naar buiten loop, word ik vast beschuldigd van winkeldiefstal.
In plaats van te knikken, schud ik mijn hoofd en richt mijn blik weer op Juliet. 'Nee. Juliet ging net weg, toch?'
Haar groene ogen komen los van mijn ring en kijken heel kort - geheel verslagen - in de mijne, om vervolgens even te knikken, kort naar Levi te kijken en in stilte te vertrekken. Haar reactie bevestigt mijn vermoeden - dat zij haar ring van Ryan heeft gekregen - alleen maar en het maakt me misselijk. Het zorgt er ook voor dat ik mijn eigen ring meteen van mijn ringvinger wurm en in de broekzak van mijn zwarte jeans wegstop.
Klootzak.
Die hoef ik voorlopig écht even niet meer te dragen, totdat ik een gedegen uitleg krijg over het exemplaar aan Juliet’s vinger. Ryan mag me sowieso nog wel wat meer uitleg geven over Juliet, want tijdens zijn afwezigheid - en ik de tijd had om na te denken - heeft hun relatie nog wel meerdere vragen bij me opgeroepen.
'Ben je van plan om dat te kopen, of wilde je het jatten?' Levi haalt me uit mijn gedachten en zorgt er meteen voor dat het bloed naar mijn wangen stijgt en mijn lichaamstemperatuur omhoog schiet. 'Want het valt nogal op, op deze manier…'
O fuck. Hij heeft het dus gewoon gezien en dat is echt een regelrechte ramp. Ik durf hem amper aan te kijken en ik tril als een rietje. 'Ik eh… Wil je hier alsjeblieft je mond over houden?'
Mijn vraag is vast tevergeefs en ik zal waarschijnlijk moeten accepteren dat Ryan hier dus achter gaat komen. Die gedachte zorgt ervoor dat ik wat lucht uit mijn longen laat lopen en nerveus met mijn nagels aan mijn hoofdhuid krab. Kutzooi!
Ik moet echt zo snel mogelijk een smoes verzinnen of zo. Kan ik zeggen dat ik dit voor Lizzy heb gekocht? 
'Dat lijkt me wel verstandig,' antwoordt Levi op een norse toon, wat me behoorlijk verbaast en me tegelijkertijd huiverig maakt. Ik durf hem niet op zijn woord te geloven. 
Hij legt zijn rechterhand op mijn schouder - om me vooruit te duwen - en trekt met zijn linkerhand het doosje uit de achterzijde van mijn broek. 'Kom, dan breng ik je naar huis.' 
Nadat we bij een van de kassa’s hebben afgerekend, loop ik meteen met Levi mee richting zijn zwarte auto, die vlakbij geparkeerd staat. Ik probeer de hele tijd een smoes te bedenken, maar niets lijkt geloofwaardig genoeg.
'Breng me maar naar het hotel,' is pas het eerste dat ik zeg, wanneer we in Levi’s auto zitten. Ik wil die testen het liefst zo snel mogelijk doen - zodat ik van dit gevoel af ben - en in dat geval kan ik beter niet naar mijn eigen kamer gaan, waar mijn huisgenoten, Sam en Yasmin, me kunnen storen. Ik weet zeker dat ik op Ryans hotelkamer alleen ben, dus dat lijkt me de beste optie.
'Ik ga hem niets vertellen, Rose,' zegt Levi uiteindelijk, als we al een tijdje onderweg zijn en ik even dacht dat hij me de hele weg ging negeren. 'Ik hoop wel écht dat het niet zo is.'
Ik lach een beetje ongemakkelijk en sla mijn ogen neer, mijn vingers friemelen aan een koord van mijn handtas. Ik weet niet zo goed wat ik moet zeggen, want ik vraag me nu wel af waarom hij dat hoopt.
Vindt hij me leuk of zo?
'Waarom hoop je dat?'
'Omdat Ryan niet het type is waar je kinderen mee krijgt. Moet ik je dat echt uitleggen?'
O, dat is iets heel anders dan mijn vermoeden. Nu schaam ik me een beetje - omdat ik zoiets stoms dacht - dus ik hum slechts, als antwoord.
'Jij vindt van wel?' zijn vraag klinkt nu behoorlijk veroordelend, alsof hij me dom vindt.
'Ik weet het niet,' besluit ik maar te zeggen. Ik vind dat het Levi niets aangaat, dus ik wil het hier helemaal niet met hem over hebben. 'Ik denk ook helemaal niet dat ik zwanger ben. Ik doe wel vaker testen, uit voorzorg.'
Blijkbaar is dat de smoes geworden die ik ga gebruiken, al twijfel ik meteen of ik dat wel had moeten zeggen. De waarheid is namelijk dat ik nog nooit een zwangerschapstest heb gedaan, omdat het nog nooit nodig is geweest.
Met Dennis heb ik nooit onveilige seks gehad en daarnaast was ik altijd zo regelmatig ongesteld, dat ik nog nooit het vermoeden heb gehad dat het misschien wel zo was. 
Nu is dat voor het eerst anders, want mijn ongesteldheid blijft al een paar dagen uit. Daarnaast ben ik vorige maand maar heel licht ongesteld geweest. Ik vermoedde dat het door de stress kwam - omdat het vlak na het overlijden van mijn pasgeboren neefje Luc was - maar nu begin ik wel een beetje te twijfelen.
Ik vermoed - of misschien is het gewoon hoop - dat het nog steeds allemaal door stress veroorzaakt wordt. Het is ook heel plausibel, aangezien ik door een behoorlijk stressvolle periode ben gegaan, gedurende de afgelopen weken.
Er is vást niets aan de hand. 
'Ik hoop het voor je, Rose,' zegt Levi in een zucht, terwijl hij even met zijn hoofd schudt, waardoor de donkerbruine lok van zijn haar naar voren valt. Hij strijkt hem weer weg met zijn hand en kijkt me vervolgens even kort aan. 'Je wilt toch niet de rest van je leven aan hem vastzitten?'
Wow. Ik had geen idee dat hij Ryan helemaal niet mag. 'Waarom werk je eigenlijk voor hem, als je zo een hekel aan hem hebt?'
'Ik heb nou eenmaal geld nodig.' Hij lacht even op zijn charmante manier, waarbij hij zijn prachtige, witte tanden blootlacht. 'En ik heb niet gezegd dat ik een hekel aan hem heb. Ik begrijp alleen niet wat jij in hem ziet…'
Dat begrijp ik zelf af en toe ook niet, het is gewoon zo… maar dat vertel ik hem niet. Mijn aandacht wordt overigens ook afgeleid, door iets wat ik buiten zie, wanneer we het Palacio Hotel naderen.
'Fuck…' fluister ik zachtjes. Mijn hart lijkt over te slaan en mijn ademhaling stopt heel even, terwijl ik naar de grote, glazen ingang van het hotel staar. 'Is dat Ryan?'
O god, ik ben echt zo blij dat hij éindelijk terug is! Het liefst spring ik meteen uit de auto, om naar hem toe te rennen. Ik kan niet wachten om weer in zijn armen te liggen, zijn huid tegen de mijne te voelen, zijn heerlijke geur te ruiken…
'Geef die test maar aan mij,' haalt Levi me echter vrij snel uit mijn gedachten. 'Hij steekt zowat uit je tas, dus dat ziet hij meteen.'
Het verbaast me dat Levi zich hier opeens om bekommert. Hij hoeft mij niet te helpen, aangezien hij niet voor mij werkt. Sterker nog: ik denk niet dat Ryan het kan waarderen als hij tegen hem liegt.
'Ik haal je morgenochtend wel op, om je naar je werk te brengen. Dan geef ik ze je dan terug en dan weet hij van niks.'
Ik bijt even op mijn lip, maar eigenlijk hoef ik hier niet lang over na te denken. Ik knik en haal het doosje uit mijn tas, om het aan hem te overhandigen en vervolgens uit te stappen.

 

 

 


 »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.