Chapter Two

Lees snel verder in het tweede hoofdstuk van 'Niemand mag het weten'

 

Ik doe mijn uiterste best mijn benen te bedwingen, want om de een of andere reden heb ik de neiging om naar hem toe te rennen, misschien zelfs te huppelen. Ik wil gewoon geen enkele seconde meer verspillen, omdat ik ergens de stille hoop heb dat alles nu daadwerkelijk anders gaat worden. 
Of eigenlijk: dat alles nu normaal wordt. Wat dat ook mag zijn, want volgens mij moeten we daar beiden nog achter komen. Het klinkt in ieder geval als muziek in mijn oren.
Het duurt even, voordat hij mij opmerkt, omdat hij met een man met rossig, bruin haar in gesprek is. Ik zie dat hij zijn ogen een beetje samenknijpt en zijn mondhoek lichtjes omhoog krult, zodra ik zijn gezichtsveld bereik. 
Zijn lach - als ik het al zo kan noemen - is bijna onzichtbaar. Waarschijnlijk ben ik de enige die het kan zien, maar dat vind ik niet erg. Ik heb daarom altijd het gevoel alsof dat mijn lach is, veel oprechter dan de zeldzame momenten waarop hij nep naar anderen lacht.
Het stoort me een beetje dat hij in gesprek is met die man - die ogenschijnlijk in het hotel werkt, want hij draagt een naamplaatje met de naam Hendrik - want ik heb hem verdomme een hele week moeten missen. Ik wil mijn lippen tegen de zijne drukken, zijn armen om me heen voelen, genieten van zijn huid tegen de mijne… maar dat kan allemaal niet zolang hij met die man in gesprek is.
Ik ben ook niet zo onbeleefd om hun gesprek te onderbreken, dus ik pak slechts Ryans hand vast, strengel mijn vingers in de zijne en laat mijn hoofd tegen de mouw van zijn bordeauxrode overhemd rusten.
O god, ik heb hem zo erg gemist! De lichamelijk sensatie, wanneer ik hem aanraak, is nog steeds net zo intens, als toen ik hem voor het eerst zag. Het is zó heerlijk verslavend en het maakt de momenten waarop hij weg is nog pijnlijker, omdat ik dit dan moet missen.
Ik merk echter meteen dat hij gespannen is. Ik voel het aan de spieren in zijn arm en ik proef het aan de sfeer die in de lucht hangt, maar ik weet niet waardoor het komt.
Heeft het met dit gesprek met die Hendrik te maken?
Is hij niet blij om mij te zien?
'Maar dat betekent dat we eenderde van onze klanten kwijtraken,' hoor ik de man zeggen, terwijl hij met een verbijsterde blik naar Ryan kijkt. Hij lacht vervolgens ongemakkelijk en ongelovig, terwijl hij met zijn hand langs zijn nek wrijft. 'Volgens mij kan dit echt niet zomaar…'
Ik voel aan Ryans arm dat hij zijn schouders ophaalt, nog steeds al zijn spieren volledig op spanning. 'Blijkbaar wel. We zijn verder ook uitgepraat.'
De man knijpt zijn ogen samen en zijn lippen vormen een strakke, dunne lijn. Voordat hij wegloopt, zegt hij op een venijnige manier: ’Hier is het laatste woord nog niet over gesproken, David.'
David? O wow, hij is er helemaal nog niet mee gestopt, terwijl hij dat wel beloofd heeft. Ik wil meteen zijn hand loslaten en weglopen, maar daar krijg ik de kans niet voor, omdat hij zijn vingers strakker om de mijne strengelt. 
'Wacht!' sist hij op een bevelende manier, waardoor ik alleen maar harder aan mijn hand trek. 'Het is niet wat jij denkt.'
Het is precies wat ik denk, want ik hoorde met mijn eigen oren hoe die man hem noemde. Het was geen verspreking, of verwarring over wie hij is, die man denkt gewoon dat hij David is, omdat hij zich als hem voordoet.
'Ik moet nog wat dingen afronden, zoals dit…'
Mijn boosheid is nog steeds niet weggeëbd, dus ik kijk hem met een woedende blik aan. 'Zoals wat?'
'Een gedeelte van dit hotel is… was van mij. Of van David, want het was op zijn naam. In ieder geval, ik heb het verkocht.'
Ik frons mijn wenkbrauwen en wend mijn blik naar beneden. Ik herinner me plots wat de roodharige receptioniste - die ik hier telkens trof - me vertelde, toen ik hier voor het eerst was, op zoek naar Dennis.
Mannen die hier komen, zijn foute boel.
Er komt een klein, sarcastisch lachje uit mijn mond en ik schud mijn hoofd. 'Dit was dus eigenlijk gewoon…' Hoe moet ik het in godsnaam noemen? Zijn bordeel? 'Heb je nog meer werkplekken?' 
Hij zucht, wat voor mij een keiharde ja betekent. Fantastisch. Verdomme.
Ik weet eigenlijk niet waarom ik nu zo geshockeerd ben, want ik weet wat hij doet... of deed. Misschien had ik gewoon verwacht dat hij ook ergens in een zijstraatje van de stad - net zoals John - een soort kroeg had, waar hij zijn zaakjes regelde.
'Het was niet de bedoeling dat ik je nu al zou zien.'
Zegt hij nou dat hij me eigenlijk niet wil zien?
Ik begin langzaamaan te koken van woede. Dit is absoluut niet wat ik me voorstelde bij onze hereniging. Ik had er een rooskleurig beeld van, dat blijkt wel. Dit leert me meteen weer dat ik beter nooit verwachtingen kan hebben, want nu ben ik weer teleurgesteld.
'Hoe lang ben je al in Nederland?' Ik weet niet eens waarom ik het vraag, maar ik heb opeens het gevoel dat hij al veel langer in de buurt is.
'Vanaf dinsdag.'
Mijn mond valt open en heel even heb ik de neiging om hem de huid vol te schelden. Ik doe het echter niet, omdat ik gewoonweg niet weet wat ik hier op moet zeggen. Hij is al vanaf dinsdag terug en hij is niet naar me toe gekomen, heeft me niets gezegd… Wat de fuck?
Ik ruk mijn hand los, in zo een snelle beweging dat hij me niet vast weet te houden. Ik zwaai snel naar de auto van Levi, die op het punt staat om net weg te rijden. 'Ik ga alweer.'
Misschien hoop ik dat hij me tegenhoudt, omdat ik dat zelf graag wil. Ik had echter kunnen weten dat hij dat niet zou doen. In plaats daarvan, zegt hij alleen maar, op een emotieloze toon: 'Ik haal je vanavond op.'
Ik snuif, om mijn verontwaardiging te laten blijken, en loop vervolgens bijna stampvoetend richting de auto van Levi. Ik trek het portier in een boze ruk open, zo snel dat mijn vingers misgrijpen en ik de nagel van mijn middelvinger pijnlijk - tot op mijn vlees - inscheur. Godver!
Ik laat me op de bijrijdersstoel zakken en grom geërgerd, waarna ik mijn middelvinger - met de gescheurde nagel - in mijn mond steek en het portier met mijn andere hand dichttrek.
'Breng me naar huis,' mompel ik, slechts half verstaanbaar door de vinger in mijn mond.
'Dat ging niet zo goed…' 
Lacht hij nou? Wat een eikel.
'Het voordeel is wel dat je deze nu meteen kunt doen.' 
Hij gooit het doosje met de zwangerschapstesten op mijn schoot. O fuck, dat was ik - gek genoeg - voor heel even vergeten. Ik word ook meteen weer een beetje misselijk, nu ik er weer aan denk. Ik knik, een beetje beteuterd. ’Ja, inderdaad…'
'Gaat het wel?'
Ik knik weer, ook al is het een soort automatische reactie. Ik heb ook geen idee waarom mijn lip vervolgens begint te trillen en ik voel hoe mijn ogen nat worden. O god, wat is dit nou voor onzin? Ik slik snel een paar keer, om mijn brandende tranen te blussen.
'Ga je het weg laten halen, als het wel zo is?'
Ik draai mijn hoofd en kijk hem geshockeerd aan. Hij is nu echt onbeschoft, misschien nog erger dan ik van Ryan zou verwachten. Van hem had ik dit al helemaal niet verwacht. ’Zoiets vraag je toch niet?!’
'Ik vraag me gewoon af hoe je dat voor je ziet.' Ik vraag me af waarom hij hierover door moet gaan. 
'Ik ben helemaal niet zwanger!' Mijn stem klinkt veel harder dan mijn bedoeling is, bijna schreeuwend. Ik schrik er een beetje van, maar het zorgt er wel voor dat Levi even stil blijft.
Heel even maar. 'Ik probeer je alleen maar te helpen.'
Helpen? Ik begrijp niet hoe hij me hiermee helpt. In mijn ogen zeurt hij, over iets wat hem helemaal níets aangaat. 'Ik ben niet jouw probleem.'
'Ik dacht dat je misschien wel een vriend kon gebruiken.'
Een vriend. Het klinkt vreemd, bijna onaangenaam, omdat ik niet precies weet wat hij met dat woord bedoelt.
Ik kan nu wel zeggen dat ik vrienden genoeg heb, maar dan zou ik liegen. 'Ik heb geen vrienden nodig. En niemand is zomaar aardig, dus laat maar.'
'Niemand is zomaar aardig?' Hij schudt lachend zijn hoofd, waardoor zijn bruine haar heen en weer danst. 'Wat is dat voor onzin?'
Ik haal mijn schouders omhoog en heb ook geen zin om het verder toe te lichten. 'Het is nou eenmaal zo.'
De rest van de rit brengen we in stilte door, waardoor ik heel even hoop dat Levi stopt met zijn bemoeienis. Niets is echter minder waar, want als ik wil uitstappen, pakt hij opeens mijn hand vast. 
'Hier heb je mijn nummer.' De blik in zijn felblauwe ogen is opeens ernstig en ik kan me niet herinneren dat ik hem al eerder zo heb zien kijken. 'Ik wil je echt alleen maar helpen. Gewoon, voor het geval dat…'
Hij houdt een wit kaartje voor me en ik weet even niet zo goed wat ik moet zeggen. Ik wil zijn nummer helemaal niet. 'Voor het geval dat… wat?'
'Voor het geval je zometeen met iemand wil praten. Volgens mij ben ik de enige die dit weet…' Hij geeft een knikje naar het doosje in mijn hand. 'Je mag me bellen. Het hoeft niet.'
Ik voel me zwaar ongemakkelijk, dus ik neem snel het kaartje aan, alleen maar om zo snel mogelijk hier weg te komen. Ik zeg verder ook niets meer en stap uit, om vervolgens zo snel mogelijk naar binnen te gaan.
Ik hoor dat Sam en Yasmin in de keuken zijn, dus ik ren meteen naar boven, om mezelf in de badkamer op te sluiten. Ik kom pas weer tot stilstand, als ik - buiten adem - boven de wasbak hang. 
Ik kokhals heel even, omdat ik te snel naar boven ben gerend en vanwege alles wat er het afgelopen uur weer gebeurd is. 
Ik haat mijn leven.
Met een diepe zucht, open ik het doosje van de zwangerschapstesten en trek ik het papier met de bijsluiter eruit. Ik laat mijn ogen snel over de tekst glijden, zodat ik enigszins weet wat ik moet doen.
Twee minuten. O, godzijdank. Ik was bang dat ik misschien wel tien minuten moest wachten op een uitslag. 
Oké, de rest lees ik zometeen wel. Dan heb ik iets te doen tijdens het wachten.
Ik pak beide testen en neem plaats op het toilet. Ik tel in mijn hoofd tot vijf, tijdens het plassen, omdat op dat blaadje staat dat je exáct vijf seconden - niet korter of langer - op dat staafje moest plassen.
Ik duw daarna de dopjes weer op de testen en leg ze omgekeerd op de rand van de wasbak. Ik stel ondertussen de timer van mijn telefoon in op twee minuten en rond mijn toiletbezoek weer af. 
Wanneer ik de bijsluiter weer in mijn handen neem, zie ik dat het papier razendsnel trilt. Ik ben opeens bloednerveus en bang voor de uitslag.
Wat nou als het wel zo is? Wat moet ik dan in godsnaam doen? Ryan maakt me af… misschien wel letterlijk.
John vertelde dat Sanne - de ex van Ryan - zwanger was en even later was ze verdwenen, dood, nooit meer teruggevonden. Ryan zegt wel dat hij er niets mee te maken heeft, maar wat nou als hij daarover liegt? Wat nou als hij erachter is gekomen dat ze zwanger was en ze daarom verdwenen is? Misschien staat mij dan wel hetzelfde lot te wachten.
Misschien was Levi zijn vraag nog helemaal niet zo gek. Misschien moet ik er wel serieus over nadenken om het weg te laten halen, als het wel zo is. Al weet ik helemaal niet of ik dat zou kunnen.
Een ding weet ik wel heel zeker, want dat is iets wat ik mezelf altijd beloofd heb: ik zou mijn kinderen nóóit ter adoptie afstaan. 
Maar wat nou als ik net zoals mijn biologische moeder ben? Wat nou als ik helemaal niet in staat ben om voor een kind te zorgen?
Ik ben ook helemaal niet in staat om voor een kind te zorgen. Mijn leven is een puinhoop en ik heb nul euro op mijn bankrekening. Het zou egoïstisch zijn om nu een kind ter wereld te brengen.
Nee. Het mag gewoon niet zo zijn. Dat kan gewoon niet. Ik kan níet zo veel pech in mijn leven hebben, dat dit me ook nog overkomt. 
Mijn gedachten worden opgeschrikt door het alarm van mijn telefoon, dat luid door de badkamer galmt. Fuck, ik was zo in gedachten dat ik die hele bijsluiter niet meer gelezen heb.
Ik pak een van de testen en draai hem om. Ik zie een horizontale streep, maar ik moet eerst opzoeken wat het betekent.
O hemel. Ik maak een sprongetje en gil van blijdschap. Ik haal opgelucht adem en voel alle spanning in mijn lijf wegzakken. 
Het is helemaal niet zo! Ik ben niet zwanger en ik kan het wel van de daken schreeuwen. Ik heb mezelf weer eens gek gemaakt met mijn wilde fantasieën.
Ik pak de andere test ook op en verwacht dezelfde horizontale streep te zien, maar ik houd mijn adem in. 'Wat de fuck…' fluister ik tegen mezelf.
Hoe kan dit? Er staat een dikke, vette plus. Geen twijfelachtig streepje, maar helder blauw.
Ik pak snel de andere test weer in mijn hand en wrijf met mijn duim over het scherm, alsof ik probeer te ontdekken of er alsnog een verticale streep verstopt zit. 
Nee, helemaal niet. Dit is een hele duidelijke min.
Ik pak de bijsluiter weer en laat mijn ogen meerdere keren over de tekst gaan, in de hoop dat ik een antwoord krijg over wat dit betekent. Wanneer ik het na drie keer lezen nog steeds niet begrijp, begin ik langzaam in paniek te raken.
In een vlaag van verstandsverbijstering pak ik mijn telefoon en bel ik Levi. Ik weet niet eens waarom ik het doe. 'Ik weet niet wat ik moet doen!'
'Dus het is zo?'
Ik bijt op mijn lip - omdat die langzaamaan weer begint te trillen - en kijk met waterige ogen naar de twee testen in mijn hand. 'Ik weet het niet. Eentje zegt van wel en eentje van niet.'
Het blijft even stil en ik voel me opeens ontzettend dom. Waarom bel ik hem in godsnaam? Hij heeft wel gezegd dat ik hem kon bellen, maar dit is toch vreemd? Ik ken hem amper en ik weet helemaal niet of ik hem kan vertrouwen. Daarnaast is dit nogal een vreemd onderwerp om met een vreemde te bespreken.
'Oké…' zegt hij uiteindelijk. 'Ik neem morgenochtend wel een nieuwe voor je mee.'
'Waarom doe je dit?' 
Ik begrijp het echt niet. Ergens vermoed ik dat hij me wel ziet zitten of zo, maar tegelijkertijd zou ik dat erg vreemd vinden, omdat hij voor Ryan werkt. Daarnaast zou een eventuele zwangerschap toch een gigantische afknapper voor hem moeten zijn.
'Omdat ik je wil helpen. Dat heb ik je al gezegd.'
Het lijkt wel alsof er iets achter zit, maar misschien ben ik gewoon - zoals altijd - paranoïde.
'Dankjewel,' zeg ik daarom maar, omdat ik wel blij ben dat ik nu zelf niet alweer een test moet gaan kopen. 
Verdomme. Nu weet ik nog steeds niets.

 

 

 


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Diana
2 jaar geleden

Dit was weer een Super deel 1 .
Hoop snel op deel 2 .
Wat een topper ben je ook 😘