Chapter Three

Lees snel verder in het derde hoofdstuk van 'Niemand mag het weten'

 

Ik heb het hele internet afgezocht, in de hoop dat ik een antwoord zou vinden op de vraag hoe het kan dat twee zwangerschapstesten een ander resultaat aangeven. Als ik alles moet geloven wat ik lees, dan kan ik er maar beter vanuit gaan dat ik zwanger ben.
Ik weet het nog steeds niet. Moet ik - in dat geval - niet iets voelen of zo?
Als het al zo is, dan is het nog maar heel pril, want ik heb een paar weken geleden - toen ik naar de huisarts ben geweest voor een SOA-test - ook een zwangerschapstest gedaan en die was negatief. Dus áls ik al zwanger ben, dan moet het vorige week gebeurd zijn.
Nee, nee… Het is gewoon niet zo. Morgenvroeg zal ik erachter komen, ik weet het zeker. Denk ik. O god, ik word hier echt gek van. En bloednerveus.
Ik lig inmiddels al een tijdje op mijn bed, doelloos starend naar het plafond. Ik heb geen idee hoe laat het is, maar ik kan zien dat de zon langzaam onder gaat en het begint te schemeren.
Ik schrik me dood, wanneer mijn deur - zonder te kloppen - openvliegt en Ryan opeens naast me staat. Holy shit. Ik had hem helemaal niet meer verwacht, ook al zei hij wel dat hij me vanavond kwam ophalen. Ik was op dat moment waarschijnlijk te boos om daar naar te luisteren.
Ik richt mijn ogen vluchtig naar mijn bureau, waar mijn handtas ligt, met de zwangerschapstesten erin. Zolang hij niet in mijn tas kijkt, zal hij ze niet vinden, want ze liggen niet in het zicht.
Vervolgens richt ik mijn blik op Ryan. Ik ben nog steeds boos op hem en dat mag hij weten ook. 'Wat kom je doen?'
Mijn vraag verbaast hem overduidelijk. Zijn verbazing verbaast mij juist, want hij denkt blijkbaar dat hij zich normaal gedragen heeft. 'Ik zei toch dat ik…'
'Je bent echt een lul,' onderbreek ik hem. Hij is gewoon al twee dagen terug en ik wist van niets. Hier laat ik hem niet zomaar mee wegkomen, hoeveel moeite mij dat zelf ook zal kosten. 'Als jij de afgelopen dagen geen zin had om mij te zien, dan heb ik nu geen zin om jou te zien. Doei.'
Ik wil hem helemaal niet wegsturen, nog steeds wil ik het liefst in zijn armen springen en genieten van het gevoel wat zijn aanraking bij me teweeg brengt. Maar mijn boosheid overheerst.
Hij neemt zittend plaats op mijn bed, mijn opmerking volledig negerend. 'Ik moet over een aantal dingen nadenken…'
Ik verstijf meteen en mijn hart klopt in een razendsnel tempo. Ik kruip wat naar achteren, zodat ik met mijn rug tegen het hoofdeinde van mijn bed zit. Wat bedoelt hij nou? 
Moet hij nadenken over mij? Over ons? Wil hij het niet meer? 
Misschien heb ik wel teveel van hem gevraagd, toen ik eiste dat hij zich niet meer als David voor zou doen. O shit, misschien had ik dat helemaal niet van hem moeten vragen.
Nee, stop. Ik sta er volledig achter, want ik wil niet dat hij zich nog als iemand anders voordoet. Vooral omdat hij het doet om zijn slechte gedrag goed te praten. En omdat hij op die momenten zogenaamd getrouwd is met Juliet. Ik wil dat niet meer. Ik wil hem niet delen.
'Ik wilde pas naar je toe komen als alles geregeld is, maar het duurt allemaal wat langer dan ik verwacht had. Het spijt me, maar ik doe mijn best…'
Hij zit voorover gebogen, met zijn onderarmen rustend op zijn knieën en zijn hoofd naar beneden gebogen. Ik kan het niet helpen dat ik medelijden met hem heb - ook al wil ik dat niet - maar ik denk niet dat ik hem al eens zo… radeloos heb gezien.
'Wil je dit eigenlijk wel?' Ik heb opeens het gevoel dat ik hem ontzettend ongelukkig maak, omdat ik hem vraag om zowat zijn hele leven voor mij te veranderen.
'Wat?' Hij fronst zijn wenkbrauwen en draait vervolgens zijn hoofd, zodat zijn donkere ogen de mijne vinden. Zijn blik is leeg en vermoeid, alsof hij al dagen niet meer geslapen heeft. 'Twijfel je zelf nu opeens?'
Ik schud meteen mijn hoofd, want ik twijfel geen moment of ik bij hem wil zijn. Ik twijfel wel voortdurend of wij wel goed voor elkaar zijn, of dat we elkaar alleen maar - nog meer - kapot maken.
'Kom.' Hij pakt mijn hand vast en staat weer op. Ik geef echter niet meteen toe, omdat ik niet weet wat hij van plan is. 'Ik wil je iets laten zien.'
Ik huiver, maar ik laat me alsnog door hem overeind trekken, omdat ik ergens ook ontzettend nieuwsgierig ben. 'Wat dan?'
'Dat zie je zo wel.'
Ik haat verrassingen en dat heb ik hem al vaak genoeg laten weten. Ik moet wel toegeven dat hij me - tot nu toe - altijd aangenaam weet te verrassen, maar alsnog houd ik er niet van. Ik wil gewoon weten waar ik aan toe ben… maar eigenlijk weet ik dat nooit met Ryan.
Wanneer ik weer op mijn voeten sta, vlak naast mijn bed, trekt hij me dichter naar hem toe en strijkt hij een pluk haar uit mijn gezicht. Zijn vingertoppen laten een heerlijk, brandend spoor achter op mijn wang. Ik heb zijn aanraking nog steeds gemist. 
'Ik wil alleen maar jou en het maakt niets uit wat ik daarvoor moet doen. Geloof je me?' Hij kijkt me zo diep in mijn ogen, dat ik niets anders kan doen dan knikken. 'Twijfel daar nooit aan.'
Ik knik vertwijfeld, al probeer ik overtuigend te zijn. ’Oké…’ Als ik daadwerkelijk zwanger blijk te zijn, ga ik hier heel erg aan twijfelen, want ik denk niet dat hij me dan nog wil.
Niet aan denken. Ik ga me vanaf nu voornemen om er pas over na te denken als ik iets zeker weet. Nu heeft het helemaal geen zin, morgen wel. 
Ik druk mijn lippen tegen de zijne, omdat ik het gewoon niet kan laten. Dit wilde ik vanmiddag ook al doen, maar toen was hij een te erge klootzak. 'En nu wil ik weten wat je me wilde laten zien.'
Hij neemt me mee naar buiten, waar de alarmlichten van een of ander kleine, zilvergrijze sportauto oplichten, waardoor ik hem verbaasd - en huiverig - aankijk. 'Nieuwe auto?'
Ik hoop niet dat dit hetgeen is wat hij me wilde laten zien, want ik geef helemaal niets om auto’s. Zolang ze maar rijden en veilig zijn, dan vind ik het prima. Deze auto ziet er overigens alles behalve veilig uit.
'Nieuw leven, nieuwe auto.'
Ik weet niet waarom, maar ik vind het niet leuk dat hij het zo noemt. Het is toch helemaal geen nieuw leven? Hij laat alleen een leven - dat helemaal niet van hem was - achter zich. Nu klinkt het alsof hij opeens een heel ander persoon is, alsof hij zijn eigen identiteit kwijt is, nu hij niet meer kan doen alsof hij David is. 
Weet hij nog wel wie hij zelf is?
Hij trekt het portier open en gebaart dat ik in moet stappen. Dit was dus - gelukkig - niet wat hij me wilde laten zien, maar nu heb ik nog steeds geen idee wat het wel is. 
'Waar gaan we naartoe?' probeer ik toch nog een keer, tijdens het instappen.
Ik krijg geen antwoord en dat had ik ook wel verwacht. In plaats daarvan grijnst hij even en gooit vervolgens het portier naast me dicht. Ik vind het echt verschrikkelijk dat ik niet weet wat me te wachten staat en ik vraag me af wat hij hier precies zo leuk aan vindt.
Ik kijk onderweg de hele tijd naar buiten en probeer te ontdekken waar we precies naartoe gaan. We rijden richting het centrum, dus er zijn nog genoeg opties open. 
Gaan we misschien iets leuks doen? 
'Ik heb mijn hotelkamer vandaag opgezegd.'
Ik draai mijn hoofd en haal onverschillig mijn schouders op. Nu ik weet dat het hotel een van zijn werkplekken was, vind ik het helemaal niet erg dat hij daar geen kamer meer heeft. 'Waar woon je nu dan?'
'Ik heb een appartement in de stad gekocht.'
Nieuwe auto, nieuw appartement… Hij is echt zijn hele leven om aan het gooien. 'Gaan we daar naartoe?'
Hij knikt slechts even en ik weet vervolgens niet goed wat ik moet zeggen. Ik vind het eerlijk gezegd een beetje vreemd dat hij een woning gekocht heeft, omdat hij eerst nog beweerde dat hij niet op een vaste plek wilde wonen.
Dit wil hij mij dus laten zien, als een verrassing… O god. Nu raak ik wel een beetje in paniek. 'Verwacht je nu dat ik bij je intrek?'
Hij lacht even en legt zijn rechterhand op mijn handen, die ik - in elkaar verstrengeld - op mijn schoot heb liggen. Hij knijpt er zachtjes in. 'Ik verwacht helemaal niks.'
Ik heb helemaal niets aan zijn antwoord. Wil hij het nou, of niet? Ik durf het ook niet nog een keer te vragen, waardoor we de rest van de rit in stilte doorbrengen.
Hij rijdt uiteindelijk een ondergrondse parkeergarage binnen, van een gigantisch gebouw, midden in het centrum van de stad. Ik merk dat mijn benen een beetje trillen, wanneer we richting een lift lopen.
Wil hij nou dat ik bij hem intrek, of niet? Ik denk niet dat ik het zelf wil, maar ergens wil ik wel dat hij het wil. Hoe gek dat ook klinkt.
'De code van de lift is 1402. Onthoud dat, want die heb je nodig, als je naar boven wil.' 
Een lift met een code? Ik wist niet eens dat zoiets bestond. En hij wil dus dat ik de mogelijkheid heb om hier binnen te komen. 
1402. Veertien februari, valentijnsdag. 'Dat is mijn verjaardag.'
'Toevallig.' 
Het is helemaal niet toevallig, want niets is bij hem toevallig. Al heb ik geen idee hoe hij dat weet, want ik heb het hem - zeker weten - nooit verteld. 'Wanneer ben jij jarig?'
De deuren van de lift gaan open en we lopen naar binnen, waarna hij de code - mijn verjaardag - op een paneel intoetst. Ik merk al meteen aan zijn hele houding, dat ik geen antwoord op mijn vraag ga krijgen.
'Ik vier mijn verjaardag niet,' is uiteindelijk het antwoord waar ik het mee moet doen.
Sukkel. 'Ik kom er toch wel achter.' Ik heb geen idee hoe, maar misschien kan ik het aan Sophia vragen, wanneer ik haar weer zie. Of ik doorzoek gewoon een keer zijn spullen naar zijn paspoort. 
Hij slaat zijn arm om me heen, om me dichter tegen hem aan te trekken, en drukt zijn lippen even tegen mijn slaap. ’Het is niet belangrijk.’
'Hoe weet ik dan wanneer je… ouder bent?'
'Dat laat ik je wel weten.'
Dit slaat echt helemaal nergens op, maar ik weet dat het geen zin heeft om dat te zeggen. Ik kom er zelf wel achter, want hij gaat het me duidelijk niet vertellen.
'Ik wil je wat vragen…' Ik sla mijn armen over elkaar en laat mijn hoofd een beetje zakken, omdat ik de boosheid en walging langzaam terug voel komen, nu ik hier aan denk. 'Ik zag dat Juliet eenzelfde soort ring had als…'
'Jouw ring,' vult hij in, wanneer ik mijn zin niet afmaak. 'Wat wil je vragen?'
Is dat nog niet duidelijk dan? 'Heeft ze die van jou gekregen?'
'Nee, natuurlijk niet.' Hij klinkt verontwaardigd en gek genoeg voelt dat als een opluchting, omdat ik daardoor meteen merk dat hij haar die ring echt niet heeft gegeven. 'Het is haar trouwring en hij is niet hetzelfde als jouw ring.'
'De steen is hetzelfde.'
'Die was van mijn moeder.'
Fuck. Nu voel ik me behoorlijk rot, dat ik dit gevraagd heb, maar vooral omdat ik zijn ring niet meer draag. Ik heb me gek laten maken door Juliet’s reactie en trok de verkeerde conclusie. Ik was jaloers, terwijl ik juist trots had moeten zijn. Juliet’s reactie was pure jaloezie, want zij wist wel verdomd goed van wie ik mijn ring gekregen had.
De lift stopt en de deuren schuiven voor onze neus open. Ryan pakt mijn hand vast en leidt me de lift uit. 'Waar heb je Juliet gezien?'
O shit. Daar had ik misschien van te voren een smoes voor moeten bedenken. Misschien moet ik het gewoon vaag houden. 'In de stad. Ze zocht jou en vroeg of ik wist waar je was. Ze schrok, toen ze mijn ring zag…'
Ik zie dat zijn mondhoek een beetje omhoog krult en ook al zegt hij niks, ik weet dat hij blij is om te horen dat ik zijn ring dus wel gedragen heb, ook al zit hij op dit moment niet om mijn vinger. 
'Daarna heb ik hem wel af gedaan, omdat ik dacht…' Ik haal mijn schouders op en hij knikt even. Ik vind het belangrijk dat ik dit uitleg, ook al weet ik dat hij het me niet kwalijk zou nemen als ik kies om zijn ring niet te dragen. 'Dankjewel trouwens. Voor de ring.'
'Je hoeft me niet te bedanken.' 
Ik vind het wel nodig, omdat ik hem wil laten weten dat ik het waardeer, al helemaal nu ik weet dat die steen van zijn moeder was. Dat maakt dit hele gebaar nog tienduizend keer groter. 
Het geeft me het gevoel alsof ik iets voor hem terug moet doen, als blijk van mijn waardering, maar ik heb geen idee wat. Ik heb niet de middelen om iets voor hem te kopen en al zou ik dat wel hebben, dan zou ik geen enkel cadeau kunnen bedenken wat dit kan evenaren.
We stoppen uiteindelijk voor een van de deuren in een lange gang, waar Ryan de deur opent met een sleutel, die hij daarna voor mijn neus omhoog houdt. 'Deze is voor jou.'
Ik knipper een paar keer met mijn ogen en hap naar adem. Vervolgens schud ik mijn hoofd, overspoelt door een gigantische vlaag van emoties. Dit is te veel.
Hij pakt mijn hand vast en legt de sleutel erin, waarna hij mijn vingers er omheen vouwt. 'Ik vraag je niet om bij me in te trekken. Ik wil alleen dat je hier binnen kunt komen.'
Ik knik, al ben ik nog niet echt gekalmeerd. Mijn hart gaat als een dolle tekeer en ik begrijp zelf niet helemaal waarom ik hier zo op reageer. Ik wilde toch dat hij dit wilde? 
Hij pakt mijn hand weer vast - met de sleutel er in geklemd - en trekt me verder het appartement in. Ik ben verbaasd, als we door het appartement lopen en ik alles in me opneem. Ik had verwacht dat het wel groot zou zijn, maar ik had niet verwacht dat het zo… huiselijk zou zijn. Dit lijkt totaal niets op de sfeerloze hotelkamers waar we tot nu toe geweest zijn.
Mijn favoriete ruimte is meteen de woonkamer, die aan één zijde volledig uit glas bestaat, met uitzicht op de stad. Er is een groot zitgedeelte met een grote, U-vormige, grijze bank, die een er stuk zachter uitziet dan de smetteloze, witte banken in het Palacio Hotel. Er ligt een zacht, witbeige tapijt op de vloer - half onder de bank - en er staat een klein tafeltje met een vaas vol heerlijk geurende bloemen.
Het allermooiste vind ik de grote, met glas bedekte, open haard. Hartstikke nep weliswaar, want hij werkt op gas - dat heb ik namelijk meteen gevraagd - maar alsnog draagt het bij aan een gezellige sfeer in deze prachtige ruimte.
Hier kan ik wel aan wennen.
'Ga zitten, dan ga ik het even halen.'
Ik begrijp niet waar hij het over heeft. 'Wat ga je halen?'
'Ik zei dat ik je iets wilde laten zien.'
Nog steeds begrijp ik hem niet. 'Ik dacht dat je het over je woning had…'
Hij schudt zijn hoofd en geeft een knikje in de richting van de bank. 'Ga zitten. Wil je een glas wijn?'
Heb ik hier wijn bij nodig? Dit maakt me nerveus.
Ik haal mijn schouders op, maar dan verstijf ik opeens. Shit. Ik kan nu beter even geen alcohol drinken, zolang ik niet zeker weet welke zwangerschapstest de verkeerde uitslag heeft gegeven. 
'Water!' gooi ik snel, met een hoge stem eruit, voordat hij de ruimte verlaat. 'Geen wijn. Water.'
Ik neem plaats op de bank - die net zo comfortabel zit als ik verwacht had - en stop de sleutel van het appartement weg in mijn broekzak. Het lijkt vervolgens wel een eeuwigheid te duren, totdat hij terug komt, maar waarschijnlijk komt dat door mijn ongeduld, omdat ik nieuwsgierig ben naar wat hij me wil laten zien.
Mijn nieuwsgierigheid wordt meer dan beloond - al weet ik niet meteen of dat positief of negatief is - als ik zie wat hij me overhandigt. Ik ben verbijsterd.
’Hoe kom je hier aan?'

 

 

 


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.