20-02-2020

 

Ik heb hier helemaal geen zin in, want ik vraag me af waarom al deze mensen überhaupt hier naartoe zijn gekomen. We hadden ze ook gewoon een bericht kunnen sturen, desnoods even kunnen bellen.
'Moet dat?' vraag ik, ondertussen al voor de derde keer. 
'JA-HA!' zucht Rose op een geërgerde toon. 'Ze zitten allemaal te wachten…'
Ik hoop eerlijk gezegd dat ze hierna ook meteen weer vertrekken, want nogmaals: ik heb hier geen zin in. Waarschijnlijk kom ik hier echter niet onderuit, omdat ik anders ruzie krijg met Rose.
Toch schiet heel even de gedachte door mijn hoofd dat het me dat waard is. Ik kan natuurlijk weigeren, want het is niet zo dat ze zelf nu kan opstaan om het te gaan vertellen. Ik realiseer me echter snel genoeg dat dat gemeen is… en zij is de enige persoon tegen wie het me moeite kost om gemeen te zijn.
Of, nou ja… misschien is ze niet meer de enige persoon.
'Maar ze komen níet naar binnen,' geef ik voor de duidelijkheid nog aan. 'Als ze langs willen komen, dan doen ze dat maar over een paar weken of zo.'
'Doe niet zo onredelijk.'
Ik vind mezelf helemaal niet onredelijk, want ik wil ze gewoon nog niet met iemand delen. Ze zijn van mij - ja, ik hoor ook wel hoe belachelijk dat klinkt - en waar andere mensen behoefte aan hebben, kan me op dit moment niets schelen. Het gaat nu even om ons drieën, niet om de rest van de wereld.
'Ga nou!'
Ik besluit om toch maar op te staan, al laat ik wel met een luide zucht weten dat ik het er nog steeds niet mee eens ben. 'Ik meen het. Ze komen níet naar binnen.'
'Zeg maar dat ze morgen terug mogen komen,' geeft ze uiteindelijk dan toch toe.
Morgen. Dat is nog steeds veel te snel. 'Ik zeg dat ze een andere keer terug kunnen komen.'
'Ryan, ik zweer het je, als je…' Voordat ze nog meer kan zeggen, druk ik mijn lippen vlug tegen die van haar, omdat ik weet dat het de meest gemakkelijke manier is om haar de mond te snoeren. 'Morgen,' mompelt ze alsnog tegen mijn lippen aan.
Ik doe net alsof ik haar niet hoor en druk mijn lippen zachtjes op het minuscule voorhoofd van mijn pasgeboren dochter, die vredig in Rose haar armen ligt.
Ik was bang dat ik misschien niet genoeg liefde voor haar zou voelen, omdat ik voordat ik Rose leerde kennen, dacht dat ik helemaal niet in staat was om zulke dingen te voelen. Ik ken haar echter pas een uur en ik weet nu al zeker dat ik zielsveel van haar hou, zoveel dat het zelfs pijn doen.
Ze is perfect, maar echt… tot in alle details, honderd procent perfect.
'Je reviens tout de suite,' fluister ik naar haar, wat me al meteen een tik tegen mijn achterhoofd oplevert.
'Stop nou eens met dat Frans praten,' mijmert Rose. Nog steeds vind ik het grappig om haar hiermee te plagen - want ik weet dat ze het niet leuk vindt, omdat ze er niets van verstaat - maar daarnaast is het ook gewoon mijn moedertaal. Ik denk niet - zoals zij - in het Nederlands, dus het is de eerste taal die in me opkomt. 
'Je hebt negen maanden de tijd gehad om het te leren.' Ik hoop nog steeds dat ze het ooit gaat leren, maar ik vermoed dat dat er niet in zit.
Ik kom overeind en draai me vlug om, omdat ik weet dat het me anders al helemaal niet meer gaat lukken om weg te lopen. 'Ik ben zo terug,' zeg ik deze keer in het Nederlands.
'Morgen!' roept Rose me nog na, voordat ik de ruimte verlaat.
Hoe kan ze dit in godsnaam van me verlangen?
'En Ryan...'
Ik blijf stilstaan en draai mijn hoofd nog heel even. Ik wil bijna geërgerd reageren, aangezien het er nu op begint te lijken dat ze het me opzettelijk lastig maakt. Ik sta op het punt om naar haar familie te gaan, zoals ze wil - en niet zoals ík zelf wil - dus wat is nu weer het probleem?
'Je t'aime... abruti.'
Ik moet Sophia echt eens er op aanspreken dat ze Rose niet dat soort belachelijke woorden moet leren. Mijn ergernis is echter wel meteen weer verdwenen. 'Ik ook van jullie.' 
Het felle licht op de gang zorgt ervoor dat ik meteen zowat verblind word, of misschien merk ik nu pas hoe gesloopt ik ben na de afgelopen uren. Deze nacht was echt een marteling en mijn lijf stond voortdurend volledig onder spanning… al heb ik natuurlijk geen recht van spreken, want ik heb helemaal niks gedaan. 
Ik begrijp niet waarom Rose me hier per se bij wilde hebben - al ben ik nu blij dat ik er wel bij was - want zij was een stuk rustiger dan ik. Het leek alsof zij steeds meer het gevoel had dat ze dit wel kon, terwijl ik er met de seconde meer aan begon te twijfelen. Niet aan haar, maar aan mezelf.
Ik ben benieuwd of ik na vanavond ooit nog rustig zal kunnen slapen, want ik voel nu al de hele tijd een onrust binnenin mij, wat waarschijnlijk nooit meer weg zal trekken. Ik ben bang dat ik in de toekomst nog meer moorden op mijn geweten ga krijgen, al is dat niet iets waar ik trots op ben.
Zodra ik in de ruimte kom waar iedereen zich bevindt, springen de moeder van Rose, Sophia - ik begrijp echt niet wat zij hier doet - en Hannah al meteen overeind. 'En?' roepen ze zowat in koor.
'Ja…'
Wat moet ik eigenlijk zeggen?
Ik schraap mijn keel, want ik word lichtelijk nerveus van al die verwachtingsvolle blikken. Iedereen kijkt me aan, alsof ze me zometeen gaan bestormen en… fuck, ik hoop echt niet dat ze dat daadwerkelijk gaan doen.
'Ze is geboren,' besluit ik maar te zeggen, omdat ik niet weet wat ze anders willen horen.
Het geluid wat volgt doet pijn aan mijn oren. Vervolgens gebeurt precies datgene waar ik zo tegenop zag, want de moeder van Rose breekt bijna mijn nek in haar enthousiaste omhelzing.
Laat me los. Laat me los. Laat me… Gelukkig duurt het maar even - een paar seconden of zo - maar ik houd de hele tijd mijn adem in. De klap die Ferran me vervolgens op mijn rug geeft, zorgt ervoor dat mijn ademhaling weer op gang komt.
'Mogen we erheen?' vraagt Hannah al meteen.
'Nee!' grom ik, misschien een beetje té fel. Ik geef toe dat die reactie misschien een tikkeltje overdreven was, want iedereen kijkt me nogal geshockeerd aan. 'Morgen,' zeg ik vervolgens met behoorlijk veel tegenzin.
'Morgen?!' roept de moeder van Rose ontsteld. Ik wist van te voren dat die vrouw weer voor drama ging zorgen. 'Wat is dat nou voor iets belachelijks? Ik ga er nu…'
'Nee,' zeg ik nogmaals, deze keer alleen naar haar gericht. Ik zie dat ze schrikt van mijn toon - misschien ook wel de manier waarop ik naar haar kijk - maar dat kan me vrij weinig schelen. 'En je kunt nu maar beter…'
'Morgen is prima,' onderbreekt Sophia me, die me gelukkig al wat langer kent dan vandaag. 
'Ja, we komen morgen wel terug,' valt Eric haar meteen bij, terwijl hij zijn hand op zijn moeders schouder legt.
Eric is waarschijnlijk de grootste softie die ik ooit ontmoet heb, maar ondanks dat mag ik hem wel. Hij is namelijk de enige die altijd voor Rose opkomt, ook al schijt hij waarschijnlijk elke keer in zijn broek als hij dat doet.
Nu lukt het hem gelukkig ook meteen om zijn moeder te kalmeren, zodat ik niet met die vrouw in discussie hoef te gaan. Het kan mij niet zo veel schelen, want desnoods had ik met haar gevochten, als ze haar zin door zou drijven. Zij moet echt eens leren dat zij niet het middelpunt van het universum is. Dat is Rose namelijk al.
'Ik ga weer terug,' geef ik aan, omdat ik het gevoel heb dat ik mijn tijd hier aan het verdoen ben. Ik wil hier helemaal niet zijn.
'Wacht!' roept Hannah, voordat ik weer kan verdwijnen. 'Hoe heet ze?'
O ja. 'Anna Vanessa Angela...' Ik kijk even naar de moeder van Rose, omdat ik er vanuit ga dat ze weer commentaar zal hebben, omdat ik haar naam als derde noem. Ze begint echter te janken. Ook dat nog. 'Maar we noemen haar Ava.'
'Wie is Vanessa?' bromt de vader van Rose, terwijl in zijn ogen duidelijk te zien is dat hij diep probeert te graven of hij iemand kent met die naam.
'Onze moeder,' antwoordt Sophia al, die inmiddels ook waterige ogen heeft. Sinds wanneer huilt zij zo snel? 
'Ik ga weer,' zeg ik nogmaals en ik loop snel weg, voordat weer iemand me tegen probeert te houden.