Norah

Steeds meer dikke regendruppels landen op de voorruit van het witte bestelbusje van mijn baas en ik duw de hendel omhoog om de ruitenwisser aan te zetten. Godzijdank mocht ik vanavond deze bus lenen, want de taart die ik moet bezorgen bestaat uit maar liefst vijf lagen en die zou ik nooit veilig in mijn oude Fiat Panda kunnen vervoeren.
‘Zwanger?!’ klinkt de stem van Natasha door de speaker van mijn telefoon. Ik ben handsfree aan het bellen met mijn zus en heb haar net verteld hoe mijn verjaardag gisteren was. ‘Weet je dat zeker? Was ze niet gewoon… weet ik veel, dik of zo?’
‘Nee, Natas…’ Mijn hoofd schiet naar rechts, naar het bospaadje dat ik net passeer. O shit, volgens mij moest ik hier rechtsaf. Ik rem voorzichtig en kijk in de achteruitkijkspiegel, om te zien of de kust veilig is om achteruit te rijden. Ik had verdorie mijn navigatie aan moeten laten, in plaats van dit telefoontje te beantwoorden. ‘Ze was zwanger. Dat weet ik zeker, omdat… nou, ik heb het gevraagd.’
Ik wacht tot een auto me passeert en zwaai verontschuldigend naar de bestuurder, omdat ik zowat de hele weg blokkeer met mijn bus. De man achter het stuur werpt me alsnog een geërgerde blik toe.
‘O, Noor…’
‘Wat?’ verzucht ik als ik het voertuig langzaam naar achteren laat rollen. ‘Ik heb het casual ter sprake gebracht, zo van o wauw, je bent zwanger, gefeliciteerd en zo. Het was sowieso overduidelijk. Ze was slank en had een vooruitstekende buik. Het zag er niet uit alsof ze te veel hamburgers had gegeten of zo.’
Het blijft even stil. ‘Jeetje. Dus Mark krijgt een baby?’
‘Hm-hm,’ hum ik.
Ik zet de versnellingsbak in de één en neem de bocht naar rechts. Het is een smal bospad en ik kan alleen maar hopen dat er geen tegenliggers op mijn pad komen, want dat zou betekenen dat ik naar de berm moet uitwijken, met het risico dat een van de opgestapelde dozen met een laag van de taart erin kantelt en deukt. Fingers crossed dat zoiets niet gebeurt.
‘En wat vind jij daarvan?’ vraagt Natas.
Ik zou kunnen liegen, net zoals ik gisteren deed toen Gabs en Katy me duizend keer vroegen of ik oké was. Misschien maakt liegen alles gemakkelijker, omdat ik dan kan doen alsof het niet zo is, maar dit is mijn zus en wij vertellen elkaar altijd alles. ‘Ik vind het klote,’ geef ik daarom toe en voel direct hoe de tranen weer in mijn ogen prikken. Bijna de hele nacht heb ik liggen janken in bed, omdat het nu pas echt voelt alsof het definitief uit is.
Daarnaast voelt het als een enorme trap na. Mark krijgt nu alles wat ik al die tijd wilde, maar waar hij nog niet klaar voor was. Ik wilde die baby, dat gezin, en hij had telkens weer een nieuwe smoes over waarom het op dat moment niet verstandig was of even niet zo goed uitkwam. Ik ging erin mee en nu… nu voelt het alsof ik de beste jaren van mijn leven aan hem heb verspild.
‘Misschien helpt het je wel om over hem heen te komen,’ oppert Natasha voorzichtig. ‘Hij gaat nu verder met zijn leven en dat zou jij ook moeten doen, Noor. Is Tinder niets voor je?’
Ik snuif. ‘Echt niet. Doe normaal.’
‘Wat is dat nou voor een reactie?’ vraagt ze met een stem die iets hoger is dan normaal. Ze klinkt een tikkeltje verontwaardigd. ‘Ik heb Dorian ook via Tinder ontmoet.’
‘Dat weet ik, maar…’ Ik haal mijn schouders op – ook al kan ze me niet zien – en zucht. ‘Ik heb helemaal geen behoefte aan een nieuwe kerel, Natas. Ik vind het prima zo, in mijn eentje.’
Het is een leugen en dat weet mijn zus ook, maar ze spreekt me er niet op aan. Ze weet als geen ander hoe lang ik al droom van mijn eigen gezin. Tegen mijn vriendinnen was ik er nooit echt open over en deed ik alsof ik het allemaal wel prima vond om zo lang op Mark te wachten. De waarheid is dat het regelmatig een discussiepunt binnen onze relatie was en ik er gewoon vanuit ging dat het allemaal wel goed zou komen. Dat was wat Mark me al die tijd, na elke ruzie die we hierover hadden, beloofde. Ik zou krijgen wat ik wilde en we hadden immers nog tijd om mijn dromen voor mijn dertigste te realiseren.
Nu heb ik die tijd niet meer.
‘Ik moet gaan hangen,’ vertel ik mijn zus, als ik even verderop aan mijn rechterkant twee stenen pilaren zie. Het is het eerste stukje beschaving dat ik op dit bospad aantref en als dit niet het huis is waar ik moet zijn, dan denk ik dat ik verkeerd ben gereden. In dat geval wil ik graag terugrijden met navigatie, want de zon begint te zakken en ik wil deze taart graag bezorgen voordat het pikdonker is. ‘Ik moet een bestelling afleveren bij klanten en ik kan het huis niet vinden.’
‘Heb je geen navigatie?’
Ik zucht. ‘Jawel, die had ik aan totdat jij me belde. Daarom moet ik ook ophangen.’
‘Oké, nou, dan eh… Zie ik je morgen?’
‘Yep.’
‘Olivia kan niet wachten om haar taart te zien,’ zegt mijn zus enthousiast, al weet ik dat ze stiekem gewoon wil controleren of ik het niet ben vergeten.
Olivia – Olliebollie, zoals ik haar noem – is mijn nichtje en morgen wordt ze alweer drie jaar. Ze wilde graag een eenhoorntaart en wie kan deze beter maken dan haar allerliefste tante. Natuurlijk doe ik zoiets met alle liefde, maar het maken van deze gigantische trouwtaart heeft zo veel tijd in beslag genomen dat ik er nog niet aan ben toegekomen. Dat kan ik mijn zus niet vertellen, want dan krijgt ze vast een hartverzakking.
‘Ik heb echt iets prachtigs voor haar gemaakt,’ lieg ik op mijn meest opgewekte toon. Vanavond, zodra ik thuis ben, ga ik aan de slag en maak ik de mooist denkbare taart ooit voor haar, maar ik geef toe dat ik hem ook liever al klaar had gehad. Ik ben normaal niet zo van de last-minute oplossingen en plan alles ver van tevoren, maar met het aantal bestellingen dat maar blijft binnenstromen wordt dat steeds lastiger.
Mijn zus en ik ronden ons gesprek af en ik stop voor een van de stenen pilaren die ik net zag. In mijn hoofd hoor ik een gospelkoor halleluja zingen als ik de metalen vijf zie die op de pilaar is bevestigd, omdat ik wonder boven wonder alsnog bij de juiste woning ben. Voor de zekerheid check ik nog een keer het papiertje waar ik het adres op had gekrabbeld.
Ganzenweide nummer vijf.
O, godzijdank.
Ik laat de koppeling opkomen en manoeuvreer het busje tussen de twee pilaren door. Het ijzeren hekwerk dat ertussenin hangt staat al open, waarschijnlijk omdat ze mij nog verwachten. Vlak achter de poort ligt een stukje bos met een verharde weg die erdoorheen loopt. Ik zie niet direct een huis, maar ga ervan uit dat het aan het einde van deze weg te vinden zal zijn.
Dat duurt langer dan ik verwachtte, want na zo’n honderd meter rijd ik nog steeds tussen de bomen door, al kan ik nu wel een glimp van een gebouw zien. Uiteindelijk kom ik uit bij een open vlakte – zo groot als minstens drie voetbalvelden – met een huge ass huis in het midden. De mensen die hier wonen zijn vast enorm op hun privacy gesteld.
Het complete huis is overgoten met een zwartrieten dak en bij de voorgevel is een afdak dat wordt ondersteund door vier massieve houten palen, die iets weg hebben van grote boomstammen. Het oogt als een fancy blokhut, met een landelijke en knusse uitstraling, maar de torenhoge ramen geven het tegelijkertijd een moderne en luxe uitstraling. De ondergaande zon verdwijnt net achter het pand en baadt het geheel in roze en oranje tinten, met hier en daar een grijze donderwolk, waardoor het er wellicht nog imposanter uitziet dan in gewoon daglicht.
Ik wist dat deze klanten veel geld te besteden hadden – want hallo, ze betalen me duizend euro voor deze taart – maar dat ze zo rijk waren had ik echt niet verwacht. Ik voel me nogal misplaatst hier, met een bestelbus waar met koeienletters Kaas van de Haas op staat, met een sticker van een groot konijn met een blokje kaas in zijn poot.
Shit, ik had hier beter over na moeten denken.
Tot nu toe werf ik vooral kleine klanten via social media, waar ik foto’s van mijn taarten en andere baksels op zet en wat ervoor zorgt dat mensen contact met me opnemen. De aanstaande bruid voor wie ik deze taart heb gemaakt heeft me ook op die manier gevonden, maar het zou helemaal geweldig zijn als ik wat mond-tot-mondreclame in dit soort kringen krijg. Zo nu en dan een taart bakken voor dit budget zou letterlijk mijn hele leven kunnen veranderen, maar met deze bus weet ik niet zeker of ze me wel serieus zullen nemen.
Ik parkeer een paar meter van het huis vandaan en open de deur aan de bestuurderskant. Een harde windstoot blaast een lading regendruppels tegen mijn gezicht en ik hoor in de verte het gerommel van een aankomende onweersbui. Het is wellicht slim om eerst aan te bellen, voordat ik straks met een doos in de regen sta en moet wachten tot er iemand eindelijk door dit gigantische huis is gelopen en de voordeur heeft bereikt.
Via een stenen pad loop ik naar de voordeur, die volledig uit glas bestaat. Ik kan het niet helpen dat ik meteen denk aan hoe inbraakgevoelig zoiets is. Met mijn hoogtevrees was ik niet heel enthousiast dat ik een appartement op zeven hoog kreeg toegewezen, maar ik vond het wel een geruststellende gedachte dat mijn raam niet zomaar ingetikt kon worden. Deze voordeur is een walhalla voor inbrekers, net als deze hele plek eigenlijk. Je kunt hier ongestoord je gang gaan zonder dat iemand je ziet of hoort.
Oké, daar moet ik niet te veel over nadenken.
Het is al te laat en ik voel de paniek als een gif door mijn lichaam verspreiden. Het begint met tintelingen in mijn vingertoppen, een benauwd gevoel in mijn keel en dan voel ik mijn hart steeds sneller kloppen. Mijn hele lichaam wordt onrustig en fluistert naar me dat ik moet vluchten, maar ik dwing mezelf om te blijven staan.
Ik ben verdorie aan het werk en heb geen tijd voor dit soort stomme angsten.
Om mezelf te kalmeren druk ik met het kussentje van mijn duim tegen de nagel van mijn wijsvinger, middelvinger, ringvinger en pink — wat ik blijf herhalen. Het is een techniek die ik heb aangeleerd om mezelf tijdens stressvolle momenten af te leiden en als ik dit lang genoeg doe word ik vanzelf weer rustig.
Wijsvinger.
Middelvinger.
Ringvinger.
Pink.
Wijsvinger.
Middel…
Het licht achter de glazen voordeur springt aan, waardoor ik goed zicht krijg op de imposante hal die erachter ligt en de man die met een stevige pas op me afloopt. Mijn vingers verslappen, evenals mijn kaak, waardoor mijn mond een klein beetje open valt. Niet omdat ik me plots helemaal zen voel of zo, maar omdat de man die op me afloopt geen shirt draagt en hij… nou, laten we zeggen dat ook hij eruit ziet alsof hij niet te veel hamburgers heeft gegeten.
Hij is slank. Smalle heupen en brede schouders, maar niet op zo’n gorilla-achtige manier die ik wel eens zie bij de knulletjes die gebruik maken van de sportschool bij mij om de hoek. Deze man is van nature zo gebouwd, al heeft hij vast en zeker hulp van wat gewichten gehad om zijn borst- en buikspieren er zo eruit te laten zien.
Zijn buik is zongebruind en doet vermoeden dat hij net terug is van een vakantie in een warm land. Of misschien is hij zo’n type die onder de zonnebank gaat. Ik denk dat hij er ijdel genoeg voor is, gebaseerd op hoe goed zijn lichaam eruit ziet. Dit resultaat krijg je alleen als je goed voor jezelf zorgt en veel tijd aan je uiterlijk besteedt.
Oké, misschien moet ik daar helemaal geen conclusies over trekken. Deze man is vast de bruidegom wiens taart ik kom bezorgen en het doet er niet toe hoe hij eruit ziet. Bovendien heb ik zijn gezicht nog niet eens gezien, omdat zo afgeleid ben door alles wat daaronder te zien is, dus misschien is hij helemaal niet zo knap.
Ik maak mijn blik los van zijn te mooie torso en waag een gok door naar zijn gezicht te kijken. De eerste reactie die het veroorzaakt is dat ik slik, maar mijn mond is gortdroog. Hij is minder knap dan ik had verwacht, maar daardoor niet minder indrukwekkend. Hij ziet er… apart uit. Een gezicht dat je niet snel vergeet, omdat hij op niemand anders lijkt.
Ik ben er nog niet helemaal over uit of ik hem woest aantrekkelijk of strontlelijk vind, maar dwing mezelf om te stoppen met daarover na te denken. Mijn gedachten zijn onprofessioneel en ik begin me af te vragen of Katy gisteren gelijk had en ik inderdaad te lang droog sta. Misschien moet ik die vibrator toch maar eens uitproberen, om te voorkomen dat ik straks elke mannelijke klant als lustobject ga zien.
Hij bereikt de deur en draait het slot open met de sleutel die aan de andere kant op de glazen deur steekt. Ik schraap mijn keel, verban de gedachte aan die stomme vibrator uit mijn hoofd en recht mijn rug. Mijn mondhoeken trek ik op in een geforceerde glimlach en ik fake dat ik de meest professionele taartenbakker van het land ben.
Ik maak een fout door naar zijn ogen te kijken, want die zijn zonder twijfel het meest mooie aan zijn hele gezicht. Een prachtig contrast met zijn hoekige kaak en jukbeenderen, die hem iets hards geven. De oceaanblauwe kleur is intens, maar ook zacht. 
Hij duwt de glazen deur open en haalt daarmee de enige barrière weg die ons van elkaar scheidde. Nu hij vlak voor me staat en we dezelfde lucht inademen vind ik het nog moeilijker om mijn gedachten te beheersen. Zijn lichaamsgeur, gecombineerd met zijn parfum, bereikt mijn neusholten en prikkelt mijn zintuigen op een manier die tot nu toe nog onbekend voor me was.
O god, stop hiermee.
Ik adem diep in en steek mijn hand uit. ‘Hoi, ik ben Norah en ik—’
Hij heft zijn hand en onderbreekt me. ‘Stil.’ Zijn toon zendt trillingen door mijn hele lichaam. Ik voel zijn stem van mijn kruin tot in mijn kleine teen en op plekken waar ik hem niet wil voelen.
Dat neemt echter niet weg dat hij me aanspreekt alsof ik een hond ben en daar ben ik niet van gediend.
Ik open mijn mond om hem daar op aan te spreken, maar als hij zijn hoofd kantelt en zijn ogen licht naar me samenknijpt besluit ik mijn lippen weer op elkaar te persen. Ik weet niet eens waarom ik naar hem luister en hoewel het me gigantisch stoort dat ik me zo gedraag, kan ik er niets aan doen om het te veranderen.
Een van zijn mondhoeken krult een klein beetje omhoog, in een bijna onzichtbaar en minachtend lachje. Het maakt me boos, maar ook dit zorgt er niet voor dat ik iets aan mijn gedrag verander.
Hij haalt een envelop uit de achterzak van zijn broek en houdt deze zonder iets te zeggen voor mijn neus. ‘Wat is dat?’ vraag ik op een fluistertoon, lichtelijk bang om überhaupt iets te zeggen.
Hij knijpt zijn ogen weer samen en maakt me wederom zonder woorden duidelijk dat ik niet mag praten. ‘Wil je niet betaald krijgen?' vraagt hij, waardoor hij min of meer mijn vraag beantwoordt.
Dit is het geld dat ik nog moet ontvangen voor de taart.
Ik weet vrij zeker dat ik mijn bankgegevens heb doorgegeven aan de aanstaande bruid en de dertig procent aanbetaling – die ik aan al mijn klanten vraag, voor het aanschaffen van alle benodigdheden – heeft ze ook naar mijn bankrekening overgemaakt. Ik had niet verwacht dat ik de rest van het bedrag, wat nogal veel is, op deze manier zou krijgen.
Ik wil de envelop van hem aannemen, maar hij trekt hem op een kinderachtige manier weer terug, waardoor ik in de lucht grijp. Ook nu krult zijn mondhoek weer een klein beetje omhoog. Zijn hoofd knikt naar een mahoniehouten kastje, dat links van ons tegen een muur staat. ‘Ik wil dat je die geheimhoudingsverklaring ondertekent,’ zegt hij. ‘Daarna krijg je je geld.’
‘Geheimhoudingsverklaring?’ vraag ik verward.
Hij knikt en hoewel hij me niet aanspreekt op het feit dat ik mijn mond weer heb opengetrokken, zie ik aan zijn ogen dat hij er niet blij mee is. ‘Ik moet zeker weten dat je met niemand praat over wat er hier vanavond gebeurt.’
Wat is dat voor een vreemde eis?
Is die bruiloft geheim of zo?
‘Eh, oké,’ zeg ik weifelend. Misschien is dit doodnormaal in dit soort kringen, maar ik vind het allemaal nogal vreemd.
Hij gebaart dat ik binnen moet komen en voor heel even weigert mijn lichaam zich te verroeren. Om de een of andere reden heb ik hier geen goed gevoel bij, maar tegelijkertijd besef ik dat ik aan het werk ben. Wat kan het mij schelen dat ik met niemand over deze bruiloft mag praten? Ik verdien een hoop geld met deze taart en nog steeds hoop ik dat de bruiloftsgasten zo onder de indruk zullen zijn van wat ik heb gecreëerd, dat zij me wellicht ook een keer inhuren.
Niet nadenken, gewoon doen.
Ik zet mijn voet over de drempel, werp een korte blik en een ongemakkelijk glimlachje naar de man en loop dan naar het mahoniekleurige kastje. Op het papier staat een hoop tekst, die ik niet binnen een paar seconden heb gelezen. Dat ik de hele tijd twee oceaanblauwe ogen in mijn huid voel branden helpt ook niet bepaald mee.
What the hell?
Ik kan een boete van een miljoen euro krijgen als ik iemand iets vertel over wat er binnen de muren van dit huis gebeurt.
‘Is dit echt nodig?’ vraag ik, nogal nerveus over het gigantische bedrag.
‘Onderteken het,’ is de reactie die ik krijg. Hij klinkt ongeduldig en ik voel me een beetje onder druk gezet.
Snel krabbel ik mijn handtekening onder aan het papier, leg de pen neer en wil me omdraaien. Ik wil zo snel mogelijk die taart naar binnen brengen en hier vertrekken, want ik voel me opeens zwaar ongemakkelijk nu ik weet dat me een belachelijk hoge boete boven het hoofd hangt.
‘Ik neem aan dat ik…’ Ik wil vragen of dit betekent dat ik ook niets over de taart op social media mag posten – wat ik ontzettend jammer zou vinden – maar voordat ik daartoe de kans krijg, word ik alweer onderbroken.
Ditmaal niet door zijn woorden of door een blik die hij me geeft, maar door zijn lippen die hij hard tegen de mijne ramt.
Hij… kust me.
Of nee, hij pleegt een aanval op mijn mond en ik weet niet hoe ik erop moet reageren.