Proeflezers

Hey jij ☺ Als het goed is ben je hier omdat je interesse hebt om proeflezer te worden voor het verhaal 'Niemand is zoals jij'. Of misschien ben je hier omdat je gewoon een stukje wil lezen, wat ook helemaal prima is ツ Hoe dan ook, leuk dat je er bent!

Wat verwacht ik van jou?

Hieronder staat een fragment uit een boek dat nog niet is uitgebracht, maar dat je wellicht enige tijd geleden al (deels) als online verhaal hebt gelezen. Het is een van de eerste hoofdstukken van het verhaal 'Vergif', maar sommigen van jullie zullen het kennen als 'Tot de dood ons scheidt'.

Let op; dit is een dark romance verhaal, maar het verhaal 'Niemand is zoals jij' valt niet in datzelfde genre.

Ik wil graag van iedereen die interesse heeft in het proeflezen feedback ontvangen op onderstaand stuk. Hoe je dat doet? Dat is helemaal aan jou. Ik wil graag zien hoe en waarop jij feedback geeft, dus ik laat je helemaal vrij in de manier waarop jij dat het prettigst vindt. Ik denk namelijk dat het belangrijk is dat we hierin matchen, zonder dat ik je ga sturen in de manier waarop ik graag feedback ontvang. Niets is daarom goed of fout. Leef je helemaal uit op onderstaand stuk tekst en ik ben benieuwd wat ik terug krijg ☺

Het enige wat ik wél vraag is of je je feedback wil mailen naar info@kyramind.nl


De deur van mijn locker springt uit en het slot en ik loop er naartoe, terwijl ik ondertussen mijn badhanddoek door mijn druipende haren wrijf. Onze training was fysiek slopend, maar gezien mijn goede resultaten van de laatste tijd is het dat allemaal meer dan waard. Blijkbaar heeft de aanpassing in mijn voedingsschema zijn vruchten afgeworpen, want ik ga als een speer door het water.
Ik gris mijn grote sporttas uit het kluisje en ga opzoek naar een eenpersoons kleedhokje. Op woensdagavond is het zwembad alleen geopend voor het wedstrijdteam, waardoor het rustig is en ik al snel een vrij hokje gevonden heb.
‘Hey yo, Mila! Goed bezig vandaag,’ complimenteert Thomas, een van mijn teamgenoten, mij met een schouderklopje wanneer hij me passeert. ‘Ik durf te wedden dat je op deze manier echt wel bij de Spelen terecht zal komen.’
Ik glimlach, of nee… ik glunder, want het is natuurlijk mijn ultieme droom als topsporter, om ooit naar de Olympische Spelen te mogen. ‘Dat zou echt te gek zijn!’ roep ik vol trots terug, terwijl ik nietsvermoedend de houten deur van een leegstaand hokje openduw. ‘Hopelijk kunnen we daar dan samen naartoe.’
Misschien laat ik me te veel afleiden door Thomas zijn opmerking en merk ik daarom niet meteen dat er al iemand in het hokje is. Of wellicht zie ik hem niet meteen, omdat hij gehurkt op het houten bankje staat. Het is in ieder geval al te laat, zodra mijn blik de donkere gedaante opmerkt.
Mijn pols wordt vastgegrepen en ik word met een harde ruk naar binnen getrokken. Voordat mijn brein kan beseffen wat er aan de hand is, wordt mijn mond vliegensvlug bedekt door een hand. De geur van teer en nicotine dringt mijn neusholten binnen en een zwakke, gedempte gil verlaat mijn mond.
Maar niemand hoort me.
‘Stil zijn!’ wordt er in mijn oor gesist. De houten deur van het kledinghokje wordt dichtgetrokken en er klinkt een harde klik, van het – als slot fungerende – bankje dat omlaag geklapt wordt. Mijn belager staat nog steeds gehurkt op het bankje, zonder ook maar enig moment zijn balans te verliezen.
Mijn sporttas klem ik stevig tegen mijn bibberende lichaam, als verkapte poging om mezelf te bedekken — aangezien ik niet meer draag dan mijn donkerblauwe, Lycra badpak. Tranen prikken in mijn ogen en mijn ademhaling is oppervlakkig.
‘Ga je gillen als ik je loslaat?’ wordt er in mijn oor gefluisterd. Een warme, naar munt ruikende ademstroom strijkt langs mijn wang. Ondanks dat het slechts gefluister is, kan ik duidelijk horen dat het een mannenstem is en dat wakkert nog meer angst bij me aan.
Toch weet ik mijn hoofd haastig heen en weer te schudden, want ik wil niets liever dan dat hij me loslaat.
De grip van zijn hand verzwakt langzaam rondom mijn mond, waardoor ik weer in staat word gesteld om zuurstof in te ademen. Helaas verandert het niets aan de bijna hyperventilerende staat van mijn ademhaling.
Ik blijf in exact dezelfde houding staan, omdat ik me niet durf te bewegen. Mijn sporttas klem ik wat steviger tegen mijn lichaam, alsof ik mezelf probeer te troosten door deze te knuffelen.
Mijn blote schouder wordt plots geraakt door een hand en ik voel dat ik weer in beweging word gebracht, omdat hij me langzaam omdraait. Ondanks dat ik me enigszins probeer te verzetten, zorgt de natte vloer onder mijn voeten voor onvoldoende grip en kan ik weinig houvast vinden. Een paar seconden later beland ik met mijn rug tegen de koude, houten deur en is mijn gezicht naar hem toe gedraaid.
Hij is amper zichtbaar, omdat hij een donkere hoody draagt en de capuchon zijn gezicht grotendeels bedekt. Hij zit nog steeds gehurkt op het smalle bankje en ik zie dat hij een wijde, laaghangende jeans draagt. De zeiknatte, rafelende onderkant van zijn broekspijpen rusten op afgetrapte, zwarte sneakers, waarvan de veters losjes gestrikt zijn. Zijn kleding laat me vermoeden dat hij niet heel oud is – misschien ergens vooraan in de twintig.
Zijn rechterhand beweegt omhoog en hij plaatst zijn wijsvinger voor zijn mond, die ook grotendeels in de schaduw van zijn capuchon gehuld is. Het universele gebaar is echter heel duidelijk: ik moet stil zijn.
Ik knik, ook al vraag ik me meteen af waarom ik dat eigenlijk doe. Misschien moet ik nu gewoon keihard gillen en om hulp roepen, zodat iemand mij uit deze situatie kan bevrijden. Hij weet echter een bepaalde angst bij me aan te wakkeren, waardoor het lijkt alsof mijn stembanden verlamd zijn.
‘Doe gewoon wat je normaal ook hier zou doen,’ fluistert hij vervolgens, waardoor er een akelige huivering over mijn lichaam trekt. Mijn eerste gedachte is namelijk dat hij dit zegt, omdat hij een of andere viezerik is, een gluurder die graag naar jonge meisjes kijkt, terwijl ze zich uitkleden. ‘Het is verdacht als je hier zo…’ Zijn wijsvinger gaat wijzend voor me op en neer. ‘blijft staan.’
Ik schud voorzichtig mijn hoofd. ‘Ik ga me toch niet uitkleden waar jij bij bent?’
Hij grinnikt en de geluidsgolven die hij daarmee veroorzaakt, zorgen voor een vreemd, kriebelend gevoel in mijn onderbuik. ‘Ik zal niet kijken,’ fluistert hij en hij draait demonstratief zijn hoofd naar links, waarna hij zijn ogen met zijn rechterhand bedekt.
Hij blijft in dezelfde houding zitten, amper een halve meter van me verwijderd, en ik kijk hem met gefronste wenkbrauwen aan. Hij denkt toch niet dat ik zo gek ben om me daadwerkelijk in zijn bijzijn uit te kleden?
Ik plaats mijn sporttas weifelend op het smalle bankje, vlak naast zijn voeten, en wrijf met mijn badhanddoek over de dunne stof van mijn badpak. Net wanneer ik overweeg om mijn kleren over mijn badpak aan te trekken, word ik opgeschrikt door een ferme klop tegen de houten deur van mijn kleedhokje.
Mijn belager schrikt ervan en draait meteen zijn hoofd in de richting van het geluid, waardoor een klein straaltje licht zijn ogen aan me tentoonstelt.
Ze zijn donker… en dan heb ik het niet alleen over de kleur.
‘Politie!’ hoor ik aan de andere kant van de deur. ‘We zijn naar iemand op zoek en willen zien wie zich in de kleedruimtes bevindt.’
Mijn blik gaat richting mijn belager, die me een hoofdschuddend een smekende blik toewerpt. Ik hoef me geen moment af te vragen naar wie ze opzoek zijn, want dat lijkt me wel duidelijk. Het is wel een groot raadsel waarom ik hem vervolgens te hulp schiet.
‘Ik ben me aan het omkleden!’ roep ik terug, voordat ik goed en wel besef waar ik nou eigenlijk mee bezig ben. Dit is met stipt het domste dat ik ooit in mijn leven gedaan heb en ik vraag me nog steeds af wat mijn beweegredenen hiervoor zijn. ‘Ik ben naakt,’ voeg ik er nog aan toe. ‘Dus ik kan de deur niet openen.’
Ik hoor wat gemompel, alsof er twee mensen aan het overleggen zijn, gevolgd door: ‘Oké, in orde.’
Mijn hart klopt in mijn keel als ik hoor hoe de voetstappen zich verplaatsen naar de volgende afgesloten ruimte, waar eveneens een ferme klopt tegen wordt gegeven.
‘Bedankt,’ hoor ik zacht naast me.
Ik draai mijn hoofd en kom tot de ontdekking dat hij naar me lacht. Het is een half, scheef lachje. Eigenlijk is het meer een grijns, maar voor mij voldoet het als een lach. Het zorgt ervoor dat mijn eigen mondhoeken ook even omhoog krullen.
Een eigenwijze lok van zijn bruine haren valt over zijn voorhoofd en wanneer hij die weer wegstopt onder zijn capuchon, vang ik een glimp op van zijn gezicht. Hij is… hoe noem je het als een jongen er leuk uitziet? Nog nooit eerder vond ik dat een jongen er leuk uitzag, dus ik heb geen idee hoe ik zoiets moet bestempelen.
Mooi?
Knap?
Lekker?
Nou, in ieder geval… hij is niet lelijk.
Er kriebelt iets in mijn onderbuik en ik heb de hele tijd de neiging om te glimlachen. Ook weet ik opeens niet meer waar ik mijn handen moet laten, of hoe ik mijn voeten onder mijn lichaam moet plaatsen – alsof ik me ontzettend bewust ben van alle minuscule bewegingen die normaal gesproken zo vanzelfsprekend lijken.
‘Kleed je om,’ fluistert hij, waardoor hij me weer even terughaalt naar het hier en nu.
Ik realiseer me plots dat ik enorm naar hem aan het staren ben en ik schaam me dood. Snel wrijf ik met mijn handdoek over mijn lichaam en ik voel opeens dat mijn tepels veel gevoeliger zijn dan ooit tevoren. Shit, ze zijn hard en ik wil niet dat hij dat ziet, dus ik bedek mezelf zo goed mogelijk met mijn handdoek.
Hij zit de hele tijd zwijgend naar me te kijken en lijkt zich daar geen moment voor te generen – in tegenstelling tot wat het met mij doet. ‘Je bent mooi,’ fluistert hij opeens en ik voel hoe zijn vingertoppen zachtjes over mijn schouder glijden. Ik zuig een teug lucht naar binnen en sla meteen mijn ogen neer, niet wetende hoe ik me moet gedragen of wat ik moet zeggen. ‘Alleen een beetje jong. Dat is jammer.’
Ik voel een soort teleurstelling en waarschijnlijk kijk ik hem vervolgens ook zo aan. ‘Jammer?’ herhaal ik vragend.
Hij knikt. ‘Als jij achttien was…’ Ik wil weten wat daarna komt, maar hij maakt zijn zin niet af. Hij bijt alleen even in zijn lip en schudt zijn hoofd. ‘Het is jammer,’ benadrukt hij nog een keer, gevolgd door: ‘Kleed je om.’
Ik rommel wat in mijn tas, maar het lijkt opeens ontzettend moeilijk om mijn kleren te vinden. Uiteindelijk vind ik mijn donkerblauwe spijkerbroek, die ik vervolgens nogal onhandig over mijn klamme benen wurm. Ondertussen probeer ik mijn borsten nog steeds te bedekken met mijn badhanddoek.
Gelukkig draag ik vandaag een donker shirt, waardoor het niet opvalt dat mijn vochtige badpak de stof hier en daar nat maakt. Ik trek het lapje stof vlug over mijn hoofd en wurm mijn voeten in mijn simpele, zwarte ballerina’s.
Ik ben klaar om te gaan. Klaar om afscheid te nemen… al voelt het helemaal niet alsof ik daar klaar voor ben. ‘Kan ik… gaan?’ vraag ik voorzichtig, alsof ik daar zijn toestemming voor nodig heb.
Hij schudt zijn hoofd en ik voel me vreemd, wanneer hij vervolgens mijn hand vastpakt en met het kussentje van zijn duim over mijn knokkels streelt. Het kussentje van zijn duim voelt hard, alsof er veel eelt op zijn vingers zit. Zijn mond verplaatst zich naar richting mijn oor en ik voel zijn warme adem weer langs mijn wang strijken. ‘Zodra jij achttien bent…’ Hij laat een korte stilte vallen, waardoor ik letterlijk begin te sidderen van nieuwsgierigheid. ‘ben je van mij.’ Hij lijkt even in gedachten verzonken te zijn en haalt vervolgens een ketting onder de kraag van zijn hoody vandaan. ‘Draai je om,’ fluistert hij, terwijl hij de sluiting van de ketting openmaakt.
Ik doe wat hij zegt en een paar seconden later voel ik hoe hij de ketting om mijn hals bevestigt. In een vluchtige oogopslag zie ik dat er een bedel van een gouden hartje aan bevestigd is. Het ziet er niet uit als een ketting die een jongen zou dragen.
De plekken van mijn huid die hij aanraakt, tintelen hevig en dat gevoel dringt door tot diep onder in mijn buik. Het is een gevoel dat ik nog nooit eerder heb gehad en ik weet niet zo goed wat het betekent.
‘Deze ketting is heel erg belangrijk voor mij.’ Hij leunt een beetje voorover en ik voel hoe zijn gezicht centimeter voor centimeter steeds dichter bij het mijne komt. Mijn huid lijkt vlam te vatten, wanneer hij opeens zijn zachte lippen tegen mijn mondhoek drukt. Het is geen kus op mijn wang, maar ook niet op mijn mond – hij bevindt zich ergens er tussenin. ‘Ik geef hem aan jou, zodat je zeker weet dat ik terugkom. Voor jou.’
Ik heb geen enkel vermoeden wat hij daarmee bedoelt, of hoe serieus ik zijn uitspraak moet nemen. Het enige wat ik weet, is dat sinds die avond niets meer hetzelfde is.
Ik ben namelijk niet meer hetzelfde.
Vanaf die avond bezit hij een klein stukje van mij… wat voor altijd van hem zal zijn.


Voor de mensen die liever in een bestand werken, kan hier een Word-versie van dit stuk worden gedownload

Proeflezers Kyra Mind
Word – 18,5 KB 32 downloads

Heel erg bedankt voor de moeite!  ♡

Dit weekend zal ik alle feedback bekijken en jullie laten weten wie de nieuwe proeflezer(s) wordt!